Gian
Er was iets rustgevends aan de piep die de stilte doordrong. Het geluid van leven. Het ritme van Alessa’s hart. Voor mij betekende het hoop, hoop dat ze wakker zou worden en me Daniela zou helpen vinden.
De geur van ontsmettingsmiddel en bleek was intens, de witte muren en het beddengoed zorgden voor een morbide sfeer die alleen in een ziekenhuiskamer gevoeld kon worden. Zoveel mensen associeerden de geur en de aanblik met ziekte. De dood. Voor mij was het een herinnering aan alles wat op het spel stond als Alessa niet wakker werd.
Ik kon er nog steeds met mijn hoofd niet bij. Er was geen spoor en de enige aanwijzing die we hadden, was de prostituee die het laatst met Darion was gezien. Dat was nog een deel van het mysterie waarmee ik worstelde om het te begrijpen. Als het waar was, wat had Darion dan te winnen door de prostituee te vermoorden? En zelfs als mijn sadistische broer een moordenaar bleek te zijn, had dat dan iets te maken met de verdwijning van mijn vrouw? God, we hadden meer nodig. Ik moest iemand vinden die ik kon martelen om de waarheid eruit te krijgen. Maar op dit moment was mijn enige hoop dat Alessa wakker zou worden en me verdomme zou vertellen wie mijn vrouw had meegenomen.
Een vrouw die je niet eens wilde.
Een vrouw die je als vuil behandelde.
Een vrouw die je besmeurde met je wreedheid.
Een vrouw die verdomme je hart heeft gestolen.
Terwijl ik daar zat in ’s werelds meest oncomfortabele stoel, kijkend naar Alessa die door een slang ademde, pakte ik in stilte de chaos aan die in mijn hoofd rondwaarde. Mijn gedachten lagen in oorlog, mijn binnenkant stond op het punt verscheurd te worden. Zelfs het bloed in mijn aderen voelde alsof dat het kookpunt had bereikt, op het punt stond om fucking te ontploffen. Maar er was niets dat ik kon doen om elke emotie te kalmeren die binnen in me uit z’n dak ging. Verpleegkundigen liepen de kamer in en uit om Alessa’s vitale functies elk half uur te controleren, ze wierpen telkens een blik op mij, de man die onbewogen in de hoek zat, gewoon te kijken. Staren. Fucking bidden.
Hulpeloosheid was een nieuw gevoel voor me en ik haatte het. Ik haatte het dat ik honderden vrouwen kon redden, maar niet in staat was om die van mezelf te redden.
Ik sloot mijn ogen en stond toe dat haar beeld mijn gedachten vulde. Lange, rode krullen die zachtjes gekust werden door de avondbries. Perfecte huid gestreeld door een glinstering terwijl ze in de ochtendzon door de tuin slenterde. En die ogen, verdomme, die ogen waren mijn fucking kryptoniet. Zo verdomd perfect met hun imperfectie. Volle, roze lippen die me de haat deden vergeten terwijl ze me ontwapende met haar glimlach. En haar kus… lieve god, haar kus hypnotiseerde me, veranderde me in een zondaar die gewillig gekruisigd wilde worden voor gulzigheid.
‘Jezus,’ mompelde ik bij mezelf en ik stond op van mijn stoel, het hatend hoe mijn hart bloedde in mijn borst.
Ik slenterde naar de rand van het bed en keek neer op Alessa. Zonder de piep van de hartmonitor zou ik ervan overtuigd zijn dat er geen leven meer door haar stroomde.
Denken dat mijn laatste beetje hoop verbonden was aan een persoon die zo verdomd levenloos leek, klootte met mijn hoofd. Er was geen garantie dat zij me ooit zou kunnen geven wat ik nodig had om Daniela te vinden.
Ik haalde diep adem en raakte zachtjes haar koude hand aan, een wit verband hield de infuusnaald op zijn plek. ‘Ik moet haar vinden,’ fluisterde ik. ‘Maar ik heb jouw hulp nodig. Je moet me helpen, Alessa. Ik kan haar niet vinden zonder jou.’
Wanhoop klampte zich vast aan al mijn woorden en bij elke ademhaling barstte mijn borst open.
‘Help me haar te vinden.’
Mijn telefoon trilde in mijn broekzak en ik liet mijn handpalm over mijn gezicht glijden, de zwaarte van het moment van me afschuddend. Ik draaide me om en haalde mijn telefoon tevoorschijn. Irina’s naam flitste op het scherm.
‘Irina,’ nam ik op.
‘Ik stuur je een gepinde locatie. Ontmoet me daar zo snel mogelijk.’
‘Wat is er aan de hand?’
‘Zo snel mogelijk, Gian.’ Ze hing op.
Ik keek even naar het lege scherm voordat ik over mijn schouder naar Alessa keek. ‘Je kunt maar beter snel wakker worden.’
Irina’s locatie stuurde me naar het industriële gedeelte van de stad, een leegstaand pakhuis om helemaal precies te zijn. Ik parkeerde voor de ingang en keek naar het roestige gebouw. De meeste ramen waren kapot, de structuur één storm verwijderd van instorten.
Irina stapte uit haar auto net toen ik uit de mijne kwam.
‘Wat is er aan de hand?’ Ik rolde mijn hemdsmouwen op. Het feit dat de zon op het punt stond onder te gaan deed geen ene reet om de temperatuur van de slopende hitte te verlagen.
‘Hunter…’
‘Hier.’ De deur van het magazijn kraakte open en Hunter kwam naar buiten gelopen. Zodra ik hem zag, stroomde de adrenaline door mijn aderen. ‘We hebben iets gevonden, of beter gezegd, iemand.’
‘Daniela?’
Hij schudde zijn hoofd. ‘Nog niet, maar ik heb het gevoel dat we wel op het punt staan dat te doen.’
‘Jezus Christus.’ Ik rende naar hem toe met mijn maag niets anders dan een in elkaar gedraaide puinhoop van hoop, angst en wanhoop. ‘Wat is er verdomme aan de hand?’
Hunter haalde zijn hand door zijn blonde, schouderlange haar. Gekleed in een wit T-shirt en gescheurde spijkerbroek gaf de man een heel nieuwe betekenis aan “ongepolijst”.
‘Volg mij.’ Hij draaide zich om zonder te checken of ik hem zou volgen. Was mijn wanhoop zo fucking duidelijk?
‘Wel verdomme?’ Ik wierp een blik op Irina toen zij naast me kwam staan.
‘Hunter heeft iemand gevonden die beweert informatie te hebben over Daniela. Maar ze weigert met iemand anders dan jou te praten.’
‘Fuck.’ Ik rende naar binnen en zelfs de duisternis kon me er niet van weerhouden om de ene voet voor de andere te plaatsen. De bedompte lucht en doordringende stank van vies water en schimmel was overweldigend, maar ik gaf er geen reet om, al moest ik door vlammen en over naalden lopen als dat betekende dat ik Daniela zou vinden.
We kwamen uit een lange, donkere, smalle gang in een open ruimte waarin niets anders was dan kapotte houtblokken, bakstenen en half afgebroken muren.
Ik kneep mijn ogen tot spleetjes toen ik in het midden een vrouw zag staan, gekleed in een blauwe mini-jurk die twee maten te klein leek voor de rondingen die ze had.
‘Wie ben jij?’ Ik was inmiddels Hunter voorbijgelopen en stopte op een meter van de vrouw.
‘Geen namen.’ Ze schudde haar hoofd, haar gebleekte haar viel over haar schouders. ‘Ik heb deze man hier,’ ze gebaarde naar Hunter, ‘verteld dat ik anoniem blijf. Ik spreek alleen met jou en nadat ik heb gezegd waarvoor ik hier kwam, wil ik alle middelen die nodig zijn om me te laten verdwijnen.’
Ik grijnsde en maakte een honend geluid, vlak voordat ik haar bij haar keel greep en naar me toe trok. ‘Ik geef er geen ene reet om wat jij wil. Als je nu niet begint te praten, ruk ik je fucking tong eruit.’
‘Gian.’ Irina’s stem echode door de ruimte. ‘Rustig aan.’
‘Praat,’ eiste ik en de vrouw staarde me met grote ogen aan, paniek wervelde rond in de neppe motherfucking turquoise ogen. Verbazingwekkend wat contactlenzen konden doen.
‘Ik heb je woord nodig dat je me zult helpen om de stad uit te komen, want als ik je vertel wat jij wil weten, ben ik morgenochtend dood.’
‘Stel mijn geduld niet op de proef, vrouw.’
‘Onderschat mijn wil om te overleven niet, Silvestro. Ik weiger te eindigen als Bethany.’
‘Wie is verdomme Bethany?’ Ik liet haar los en ze greep naar haar hals.
‘Het meisje dat stierf op jouw oprit,’ antwoordde Hunter.
‘Ze was mijn vriendin,’ vervolgde de vrouw met hese stem terwijl ze op adem probeerde te komen. ‘En er wordt verteld dat ze vermoord is.’
‘Wat erg. Je hebt mijn diepste medeleven,’ schamperde ik. Ergernis schuurde langs mijn ruggengraat. ‘Maar als je me niet vertelt waarom ik hier ben, zul je snel bij Bethany zijn.’
‘Yo, man,’ Hunter kwam tussenbeide en legde een hand op mijn schouder, ‘geef de vrouw een beetje ruimte. Laat haar ons vertellen wat ze weet.’
Mijn neusvleugels trilden en ik klemde mijn kaken op elkaar. Hoop was zo’n fucking bitch. Hier stond ik dan, midden in een verlaten pakhuis, waarvan het frame slechts bij elkaar gehouden werd door genade, een beetje zoals ik op dit moment.
De vrouw bleef over haar keel wrijven. ‘Je woord,’ drong ze aan en ik moest vechten tegen de drang om de informatie uit haar te wurgen.
‘Prima.’ Ik rechtte mijn schouders. ‘We zullen je morgenochtend de stad uit hebben als de informatie die je hebt van nut voor me is.’
Ze wierp een blik op Hunter en ik zag hoe hij haar een klein knikje gaf, een subtiele manier om erop aan te dringen dat ze verdomme ging praten. De man kende me goed genoeg om te weten dat ik op het punt stond de vrouw te breken als een fucking twijgje.
Ze beet op haar onderlip en vestigde zo mijn aandacht op de snee in haar mondhoek. Het zorgde ervoor dat ik haar nauwkeuriger ging bestuderen en ik zag de snijwonden en kneuzingen op haar blote armen. Jezus, deze vrouw zag eruit alsof ze op handen en knieën uit de hel was geklommen.
Haar onnatuurlijk gekleurde ogen vonden de mijne. ‘Je vrouw wordt vermist, toch?’
‘Ja,’ siste ik, mijn geduld raakte op.
Ze verplaatste haar gewicht van haar ene been naar het andere en keek om zich heen, waarna ze mij weer aankeek. ‘Ik weet waar ze is.’
Mijn hart begon als een drilboor te bonzen tegen mijn borst. ‘Ik zweer bij God, als je met me aan het kloten bent, zal ik…’
‘Ik weet waar ze is. En ik kan je naar haar toe brengen.’