Daniela
Ik werd wakker met een bekend geluid, een ritmische piep die echode door de stilte van mijn gedachten. Er volgde een overweldigend moment van realisatie waarbij ik mijn ogen niet hoefde te openen om te weten dat de dingen anders waren.
Het was niet langer koud, mijn lichaam deed geen pijn en de zielsverpletterende angst was verdwenen. Als het stroompje van een waterval vielen de herinneringen op hun plaats. Zijn gezicht, zijn aanraking, zijn warmte, ik herinnerde het me allemaal.
Hij was voor mij gekomen. Hij had me gered. ‘Gian.’
‘Ik ben hier.’
Ik hapte naar adem. ‘Gian.’ Zijn naam was als een gebed op mijn lippen en daarmee kwam ook de kwetsbare prikkeling van tranen. Ik wilde mijn ogen niet openen voor het geval niets van dit alles echt was.
‘Ik ben hier, schat.’ Ik voelde het matras naar onderen gaan en hij kwam achter me zitten, sloeg een arm om mijn middel en bedekte mijn hand met de zijne, zachtjes knijpend. ‘Je bent veilig.’
‘Alessa?’ Ik slikte hard, bang voor de woorden die hij hierna zou zeggen.
‘Ze leeft.’
‘O, mijn god,’ jammerde ik.
‘Ze is veilig en jij ook. Een vrouw genaamd Riana kwam naar ons toe en vertelde waar we jou konden vinden.’
O, mijn god. Riana.
Haar gezicht flitste voor mijn ogen. Haar bloed. Haar gekreun. Haar geschreeuw. Wat ironisch dat zij deel uitmaakte van mijn nachtmerrie en daarna de meest belangrijke rol speelde in mijn redding.
‘Riana.’ Ik fluisterde haar naam, een naam waar ik vanaf nu voor altijd tegenstrijdige gevoelens voor zou koesteren.
Ik wierp een blik op Gian en het voelde zo onwerkelijk om hem voor me te zien. Als een droom. En ik was bang om wakker te worden en te ontdekken dat ik nog steeds in de kooi zat.
‘Is het echt voorbij?’
‘Het is echt voorbij.’ Zijn warme adem streelde mijn wang. Toen ik zijn lippen tegen mijn slaap voelde liet ik alles los en ik liet de tranen stromen. Alsof alle emoties plotseling samenkwamen, een sonische dreun van verdriet veroorzakend en ik stond mezelf toe erdoor verpletterd te worden. Ik hoefde me er niet langer tegen te verzetten. Ik hoefde niet langer sterk te zijn. Eindelijk… God, eindelijk kon ik toegeven en mezelf overgeven.
‘Het is oké, schatje. Het is oké.’
De tranen waren niet te bedwingen, niet nu ik zo verdomd moe was. Mijn lichaam werd tegen het zachte matras gedrukt en Gians aanwezigheid die om me heen gewikkeld zat als een mantel van bescherming, gaf me zo’n onbeschrijfelijk gevoel van opluchting. Het stroomde door elk bot, elke ader, diep gravend in de stukken van mijn gebroken zelf.
‘Ik zal nooit meer toestaan dat iemand jou pijn doet. Dat zweer ik bij God.’
Ik voelde iets nats op mijn slaap druppelen, een traan. Zijn traan. Het was zo krachtig, de manier waarop hij zijn belofte bezegelde met een stukje van zijn ziel en voor het eerst in zo’n lange tijd voelde ik mijn verdorde hart weer kloppen. Zacht. Flauw. Maar het was er. Een teken dat ik nog steeds leefde. Nog steeds ademde. Hij had niet gewonnen. Darion had niet gewonnen.
Ik had geen besef van tijd toen ik daar lag te huilen terwijl Gian me vasthield, zodat ik kon zuiveren, van de pijn afkomen in de veiligheid van zijn armen. Hij zei geen woord en ademde simpelweg naast me. Het was alles wat ik nodig had. Ik had geen bemoedigende woorden nodig. Ik had geen sympathie of medelijden nodig. Ik had alleen hem nodig en het idee dat zijn hart zo dicht bij het mijne klopte.
Momenten gingen voorbij en mijn tranen begonnen te drogen. Gian bewoog niet en ik ook niet. Als ik een keuze kreeg, dan zou ik ervoor kiezen om hier voor altijd te blijven, veilig tegen hem aangedrukt. Onaantastbaar.
Voor het eerst sinds deze nachtmerrie begon, voelde ik mezelf in slaap vallen, het kussensloop nat tegen mijn wang. Er was geen zwaarte in mijn buik, geen verlammende angst in mijn borst. Weten dat Alessa leefde en veilig was, liet de duisternis verdwijnen die me dreigde te verzwelgen. Ik had nog nooit zo’n intense opluchting gevoeld als nu en het stroomde over me heen als een rivier, het reinigde mijn ziel en ik was eindelijk in staat om te rusten.

* * *
GIAN
Zelfs God zelf had me niet van Daniela’s zijde kunnen laten wijken. De dokters hadden haar een mild kalmeringsmiddel gegeven om te rusten en haar lichaam de broodnodige tijd te geven om te genezen. Maar ik weigerde te vertrekken, ook al was het maar een minuut. Het kon me niet schelen, al brak Armageddon of de Derde Wereldoorlog uit, mijn plaats was aan haar zijde en het was mijn verantwoordelijkheid om haar te beschermen, iets waar ik de eerste keer in gefaald had, maar iets waar ik verdomd zeker niet nog een keer in zou falen.
Mijn telefoon vibreerde en ik keek ernaar op de tafel naast me. Mijn vaders naam flitste op het scherm en verhoogde mijn ergernisniveau. Ik had hem vermeden sinds ik Daniela had gevonden en Darion had vermoord door de klootzak tot as te verbranden. Mijn eerste prioriteit was zij en zij alleen en mijn vader onder ogen komen moest wachten tot ik er verdomme klaar voor was.
Ik had overal in dit ziekenhuis beveiliging laten plaatsen, zodat ik er zeker van was dat niemand in haar buurt kon komen. Zelfs haar eigen verdomde vader niet. Ze wisten allemaal dat ze veilig was, maar niemand wist van Darions lot. Al die shit moest wachten, want op dit moment was Daniela het enige wat telde.
Ik liet zijn telefoontje naar de voicemail gaan en ging verzitten in mijn stoel, mijn kin tussen mijn duim en wijsvinger wrijvend. Er was iets wat Darion had gezegd wat me was bijgebleven.
‘Er zijn hier zoveel schaakstukken in het spel, beste broer.’
Die woorden gaven me het zinkende gevoel in mijn onderbuik dat, ondanks dat hij aan het wegrotten was in de hel, deze nachtmerrie nog lang niet voorbij was.
Daniela bewoog, een zacht gekreun bleef op haar lippen hangen. Terwijl ik in de hoek zat en over haar waakte, kon ik alleen maar denken aan het soort angst waarin zij dagenlang had moeten leven, zonder dat ik er was om haar te helpen. Godzijdank kreeg ik nog een kans en nu zou ik er mijn hele leven voor zorgen dat ze nooit meer zo’n angst zou kennen, nooit meer zo’n enorme pijn zou ervaren. Maar zelfs met al die vastberadenheid die door mijn aderen stroomde, waren er twee dingen waartegen ik haar niet kon beschermen, dingen die haar tot op het bot zouden raken. En het ergste? Ik had absoluut niets kunnen doen om de uitkomst daarvan te veranderen. Het enige wat mij nog te doen stond, was er voor haar zijn zodra ze erachter kwam.
Ik stond op toen Daniela haar ogen opende en haar glimlach verscheen meteen zodra ze me zag. ‘Hoi.’
‘Hoi.’ Ik ging naar de zijkant van het bed. ‘Hoe voel je je?’
‘Beter.’ Ze nestelde zich dieper in het kussen, haar ogen nog steeds zwaar. ‘Welke dag is het?’
‘Het is vrijdagmiddag. Je hebt bijna twee dagen geslapen.’
‘Ben ik zo lang buiten westen geweest?’ Ze probeerde rechtop te gaan zitten, maar kromp ineen.
‘Rustig aan.’ Ik hielp haar overeind en legde een extra kussen achter haar hoofd. ‘Je had de rust nodig.’
Een beetje gedesoriënteerd wierp Daniela een blik op het infuus in haar arm en op de hartmonitor naast zich. ‘Wat… wat is er gebeurd?’
‘Weet je dat niet meer?’
‘Alleen stukjes en beetjes.’ Haar ogen vernauwden zich. ‘Losse flarden. Hoe… hoe heb je mij gevonden?’
Ik pakte een kruk en trok die dichterbij, ik ging zitten en nam haar hand in de mijne. ‘Dat doet er niet toe. Het enige wat telt is dat jij veilig bent. Darion kan je geen pijn meer doen.’
‘Darion.’ Haar wangen werden bleek. ‘Waar… waar is…’
‘Hij is weg, Daniela. Zoals ik al zei, hij kan jou nooit meer pijn doen.’
Ik zag het meteen toen ze zich begon te verliezen in de herinneringen die langzaam weer binnensijpelden. Tranen welden op in haar ogen, haar uitdrukking was grimmig toen ze verder in het matras zonk, proberend om zichzelf kleiner te maken. God, het brak me verdomme om haar zo te zien.
‘Niet doen.’ Ik kneep in haar hand. ‘Niet meer aan denken, oké? Het is voorbij.’
‘Hij heeft me pijn gedaan.’ Haar onderlip trilde. ‘Darion heeft me pijn gedaan.’
Jezus. Ik wist het. Ik wist precies hoe hij haar pijn had gedaan. Ik had met de artsen gesproken. Ik las hun rapporten. Het was veel erger dan ik me had voorgesteld, de verachtelijke, wrede dingen die hij haar had aangedaan. En wat had ze nog meer doorstaan dat de scans en de lichamelijke en bloedonderzoeken niet hadden opgepikt?
‘Ik weet dat hij dat deed, en ik kan me niet voorstellen wat je hebt meegemaakt. Maar weet dit,’ ik leunde dichterbij, ‘weet gewoon dat hij weg is en dat ik ervoor heb gezorgd dat hij de wereld op de meest gruwelijke manier heeft verlaten.’
Haar ogen vernauwden zich, een enkele traan gleed over haar wang. ‘Is hij…’
‘Luister naar me.’ Ik sloot haar fragiele hand tussen de mijne en kneep er stevig in. ‘Ik weet dat ik niet alle vreselijke dingen ongedaan kan maken die die psychopaat jou heeft aangedaan. Ik weet dat het tijd gaat kosten, verdomd veel tijd. Maar Darion is niet langer een bedreiging voor jou of voor wie dan ook wat dat betreft. Denk niet meer aan die klootzak.’ Ik schoof dichterbij zodat ik in haar ogen kon kijken, in de hoop dat ze kon zien hoe fucking serieus ik was. ‘Met God als mijn getuige beloof ik je dat ik elk verdomd moment van mijn leven zal besteden om jou te beschermen en te helpen en de man te zijn die jij nodig hebt. Begrijp je dat?’
Mijn hart hikte toen ik haar op haar onderlip zag zuigen, haar kaken op elkaar geklemd terwijl ze haar uiterste best deed om haar tranen te verbijten.
‘Begrijp je dat, Daniela? Alles wat je nodig hebt, is van jou.’ Ik kuste haar hand en sloot mijn ogen terwijl mijn hart pijn deed voor mijn vrouw. Het deed pijn, omdat Darions obsessie voor haar consequenties had die ze niet verdiende te dragen. Hij nam iets van haar wat niet van hem was om te nemen en zij had geen andere keuze dan ermee te leven, te leven met wat die klootzak haar had aangedaan.
‘Het spijt me,’ fluisterde ik. ‘Het spijt me zo dat ik je niet kon beschermen.’
‘Gian, niet doen.’
‘Ik meen het. Ik haat mezelf omdat ik hem in je buurt liet komen. Ik haat mezelf verdomme omdat ik niet meer kon doen.’
‘Hou op.’ Met een zachte aanraking weefde ze haar vingers door mijn haar. ‘Niets van dit alles is jouw schuld.’
‘Zeg niet…’
‘Ik hou van je, Gian,’ fluisterde ze en haar woorden klauwden naar mijn borst. ‘Niets van wat hij deed, kan veranderen wat ik voor jou voel. Niets.’
‘Jezus, Daniela. Die man was mijn broer. We delen hetzelfde fucking bloed.’ Gal steeg tot in mijn keel. ‘En wat hij jou heeft aangedaan… ik kan niet eens…’ Mijn binnenste trok samen door er alleen maar aan te denken, elke spier, elke fucking vezel in mijn wezen werd zo verdomd strak getrokken dat alles elk moment kon knappen.
‘Hij is jou niet,’ fluisterde Daniela. ‘En jij bent hem niet. Je had het niet kunnen weten.’
Maar dat was wel het geval. Ik wist wel van Darions gestoorde en verdraaide verdorvenheden. Ik wist dat hij een fucking roofdier was en koos ervoor om het te negeren, keerde de waarheid de rug toe om onze familienaam te beschermen. Wat er met mijn vrouw was gebeurd, was net zo goed mijn schuld als die van Darion en ik zou er de rest van mijn fucking dagen mee moeten leven.
‘Weet je vader het?’
‘Nog niet. Ik wilde eerst zeker weten dat jij in orde was, voordat ik een totaal ander beest te lijf ging.’ Dat beest was mijn vader en de waarheid over hoe ik mijn eigen vlees en bloed had gedood. In onze wereld was er geen grotere zonde, geen groter verraad dan dat. Het maakte niet uit wat de reden achter de daad was.
‘Ik begrijp het.’ Ze staarde me aan alsof ze elk beeld in mijn hoofd kon zien, elke gedachte kon horen. Onze connectie was niet verbroken na alles wat er was gebeurd en dat was het enige verdomde lichtpuntje waar ik op dit moment zo fucking dankbaar voor was.
Ik haalde adem, haatte dit moment en hield er tegelijkertijd van. ‘Ik hou van je. Zo fucking veel.’ Ik raakte haar wang aan, leunde dichterbij en plaatste zachtjes mijn lippen op de hare. Ik wilde haar hard kussen, haar pijn inslikken en de herinneringen overstemmen. Maar ik voelde haar aarzelen, haar lichaam verstijven, dus ik bleef niet langer hangen, ook al had ik haar tot het einde der tijden kunnen kussen.
Ik likte aan mijn lippen en pakte haar wang vast voordat ik me terugtrok en mijn ogen namen elke centimeter van haar gezicht in me op. Het enige wat ik zag, was haar schoonheid, hoe gehavend en gekneusd ze ook was.
Ze ging achteroverliggen en kromp ineen. ‘Het doet pijn.’
‘Wat doet pijn?’
Ze schoof ongemakkelijk heen en weer. ‘Hieronder.’ Ze legde haar hand op haar buik en mijn ruggengraat veranderde in ijs, mijn huid werd koud, maar het zweet parelde op mijn voorhoofd. ‘Wat is er gebeurd? Waarom doet mijn buik pijn?’ Haar wenkbrauwen gingen vragend omhoog en beton vulde meteen mijn binnenkant.
Het was te verdomd vroeg om dit gesprek te voeren. Ze had meer tijd nodig om te rusten, zonder dingen die emotioneel leed toevoegden. Maar zoals je altijd zult zien met mijn beste vriend, Murphy, kwam net op dat moment dokter Johnson binnenlopen, Daniela’s dossier onder zijn arm geklemd terwijl hij naar een pen reikte in de zak van zijn witte jas.
‘Ah, je bent wakker.’ Hij glimlachte en het ergerde me verdomme. ‘Hoe voelt u zich, mevrouw Silvestro?’
‘Goed, denk ik.’
De dokter stond bij de monitor om haar vitale functies te controleren. ‘Hebt u pijn?’
‘Alleen in mijn bekkengebied.’
Dokter Johnson maakte een aantekening in haar dossier en draaide zich naar haar toe. ‘Dat valt te verwachten na de operatie die u hebt ondergaan.’
Daniela fronste terwijl ze van de dokter naar mij en weer terugkeek. ‘Wat voor operatie heb ik ondergaan?’
De blik van de dokter sprong naar de mijne en hoewel ik hem op dat moment erg bedreigend aankeek, wist ik dat hij haar de waarheid moest vertellen.
‘Mevrouw Silvestro,’ begon hij, meteen het masker van een professioneel arts opzettend, die wist hoe hij zijn emoties onder controle moest krijgen om met minimale inspanning de waarheid te spreken. ‘Vanwege uw beproeving was er grote interne schade.’
Ik observeerde haar, zoekend naar enig teken van angst, maar haar uitdrukking bleef hetzelfde. Het waren alleen haar wangen die hun kleur verloren.
‘We hebben er alles aan gedaan om uw voortplantingsorganen te redden, maar helaas hebben we een volledige hysterectomie moeten uitvoeren om de schade te herstellen en de kans op infectie te verkleinen.’
Stilte. Geestdodende, oorverdovende stilte.
Daniela bewoog niet. God, ze knipperde niet eens met haar ogen. En alles wat ik kon doen, was hier staan, toekijken en wachten tot ze reageerde.
‘Het spijt me, mevrouw Silvestro,’ zei de dokter, voor het eerst wat medeleven tonend.
‘Ik zal een van de verpleegsters vragen om u nog een dosis morfine te geven tegen de pijn.’
Zowel Daniela als ik bleven verstijfd achter toen hij naar buiten liep en de klik van de sluitende deur echode als een fucking schot om ons heen.
Wat moest ik zeggen?
Moest ik iets zeggen? Wat dan ook?
Wat moest ik verdomme doen?
Daniela keek de andere kant op, starend naar de zandkleurige muur, haar ogen glazig terwijl ze haar onderlip in haar mond zoog. Voor het eerst in mijn leven wist ik hoe het voelde om iets te willen dat met geen geld te koop was. Er was niets wat ik kon doen om dit te veranderen, niets waar ik met een creditcard of een stapel bankbiljetten naar kon wapperen om het te laten verdwijnen of zichzelf op magische wijze te laten corrigeren. Dit was allemaal zo gestoord en zelfs ik zat niet in een positie dat ik er iets aan kon veranderen.
Ik keek met een zwaar hart toe hoe ze de tranen weg knipperde en haar best deed om sterk te blijven en niet in te storten.
God, ik moest iets zeggen. ‘Daniela…’
‘Je zei dat Alessa nog leeft, toch?’
Ik schrok en mijn hart begon sneller te slaan. ‘Ja.’
Ze keek mijn kant op. ‘Kan ik haar zien?’
‘Ik denk niet dat dit het juiste moment is.’
‘Alsjeblieft.’
‘Misschien morgen.’ Ik ging aan het voeteneind van het bed staan. ‘Nu moet jij rusten.’
‘Gian, alsjeblieft.’ Ze klemde haar kaken op elkaar terwijl ze tegen de tranen vocht die glinsterden in haar gebrekkige maar fucking mooie ogen. ‘Ik wil haar zien.’
Ik ging rechtop staan en wreef met een handpalm over mijn gezicht. Daarom wilde ik ons hier alleen in deze kleine bubbel in deze fucking kamer houden. Ik wilde de hele verdomde wereld buitensluiten, doen alsof er niets anders bestond, zodat ik haar kon beschermen. Haar verdomme kon helpen genezen.
‘Nog even,’ zei ik. ‘De dokters denken dat je binnen een paar dagen voldoende hersteld bent om naar huis te gaan, dus laten we ons er eerst op concentreren om jou beter te maken, oké? Ik beloof dat je Alessa daarna zo vaak kunt zien als je wilt.’
‘Gian, ik moet mijn zusje zien.’
‘Nee,’ ik haastte me naar haar toe, ‘wat jij moet doen, is beter worden en dan kunnen we al het andere aanpakken.’
Ze fronste. ‘Mijn zus willen zien is niet iets om aan te pakken.’
‘Dat is niet wat ik bedoelde.’
‘Wat bedoel je dan wel?’
‘Daniela, je hebt net de dokter gehoord. Je kunt geen kinderen krijgen.’
‘Dat weet ik, oké?’ barstte ze los. ‘Ik heb de dokter gehoord. Ik weet het.’ Ze ademde diep in en zakte terug in de kussens. ‘Ik weet het,’ fluisterde ze, alsof het een poging was om zichzelf te overtuigen.
Ik wierp een blik op haar, mijn snelle pols klopte tegen het bot. ‘Ik wil gewoon dat je je concentreert op beter worden en niets anders. Oké?’
‘Ik wil mijn zus zien,’ beet ze tussen opeengeklemde tanden.
‘Daniela…’
‘Alsjeblieft, Gian! Ik heb God weet hoe lang in die kooi gezeten, denkend dat mijn zus dood was. En toen vertelde Darion,’ ze schraapte haar keel, ‘hij vertelde me dat ze niet dood was, maar dat hij alles zou doen om de klus te klaren. Ik rouwde om mijn zus, Gian. Ik huilde zo hard dat het fysiek pijn deed. Het deed fucking meer pijn dan alles wat je broer met me heeft gedaan.’
‘Jezus,’ mompelde ik en ik haalde een hand door mijn haar. ‘Ik wil alleen dat jij beter wordt.’
‘En ik zal beter worden. Ik moet echt alleen Alessa zien. Alsjeblieft.’
Onze ogen ontmoetten elkaar en mijn borst verstrakte toen ik haar zo kwetsbaar zag, zo gebroken. Haar tranen trokken aan elke zenuw in mijn lichaam. Ik had moeten weten dat ze erop zou staan, dat ik dit niet lang voor haar verborgen zou kunnen houden. Alles wat Daniela had gedaan, elke beslissing en actie die ons naar vandaag had geleid, was vanwege haar liefde voor haar kleine zus.
Ik slaakte een moeizame zucht. ‘Oké.’
‘Dank je.’
‘Maar voordat ik je meeneem om haar te zien, is er iets wat je moet weten.’
Haar vingers grepen het witte laken vast. ‘Wat is het?’
‘Er is iets wat je moet weten over je zus.’