Daniela
Het maakte niet uit hoeveel zeep ik op mijn lichaam smeerde of hoe hard ik mijn huid ook schrobde, ik kon nog steeds het vuil aan me voelen kleven. Het voelde alsof parasieten aan mijn vlees aten en ik kon niets doen om het te laten ophouden.
Gian had gelijk. Ik had nachtmerries, maar niet over hem. Niet over Darion. Het waren de insecten die over me heen kropen en me stuk voor stuk verscheurden, tot ze bot bereikten. Er was niets wat ik kon doen om ze te stoppen. Ik zat in die kooi, opgesloten en niet in staat om weg te komen. Ik had geen andere keuze dan me te laten verslinden alsof ik niets anders was dan een zwakke prooi. Elke nacht vocht ik tegen hen in die kleine stalen gevangenis. Elke nacht herinnerde ik mezelf eraan om te ademen, om niet te schreeuwen, want als ik dat deed, zouden ze met honderden in mijn mond kruipen en zich tegoed doen aan mijn binnenste. De angst was verlammend terwijl ik wachtte op het einde, stikkend in mijn eigen braaksel, omdat ik te bang was om mijn mond te openen.
Elke nacht kwamen ze, wachtend in de hoeken van de kamer tot ik in slaap viel.
Het water stroomde over mijn rug terwijl ik tegen de douchewand leunde. De natte haarlokken hingen over mijn gezicht. Of het water nu ijskoud of gloeiend heet was, ik voelde niets. Ik voelde helemaal niets meer. Elke dag liep ik door de tuin, hopend om iets te voelen, hopend dat de kleuren en geuren van de bloemen nieuw leven in me zouden opwekken, dat de frisse lucht en de schoonheid van buiten me minder… verdoofd zouden laten voelen. Maar er waren nu weken verstreken en er was niets anders dan dit donkere, lege gat in mij dat bleef pulseren naarmate het meer leven uit me zoog. Me langzaam vermoordend.
‘Daniela?’ Gian klopte op de deur. ‘Gaat het? Je zit er al lang.’
Ik draaide de kraan dicht en veegde het water van mijn gezicht. ‘Alles in orde. Ik kom zo.’
Gian. Mijn echtgenoot. De man die me ooit haatte en verachtte als een koelbloedig beest, was nu mijn redder geworden. Er was zoveel tijd verstreken en toch had hij me niet één keer het gevoel gegeven dat ik hem als vrouw verwaarloosde. Sterker nog, het kwam slechts zelden voor dat hij me aanraakte. Me kuste. Me vasthield. Vandaag, buiten bij het zwembad, was het meeste lichaamscontact dat we hadden gehad sinds ik uit het ziekenhuis was thuisgekomen. Ik waardeerde het dat hij afstand hield en geen verwachtingen van me had. Maar een deel van mij wilde dat hij me zou nemen, me weer zou claimen. Misschien zou ik dan iets voelen. Misschien als ik de aanraking zou voelen van de man van wie ik hield, zou het de gevoelloosheid genezen die ik elke verdomde dag met me meedroeg.
Misschien was hij degene die de parasieten kon wegjagen die me ’s nachts verscheurden.
Zonder een handdoek te pakken stapte ik uit de douche en liep langs de spiegel. Ik keek nooit meer naar mijn spiegelbeeld. Mijn littekens zien zou betekenen dat ik hun bestaan erkende en dat wilde ik niet, want het waren ontsierende herinneringen aan wat Darion me had afgenomen.
Mijn wilskracht.
Mijn vrede.
Mijn geluk.
Mijn lichaam.
Mijn kans om moeder te worden.
Ik liep over de badkamervloer en liet plasjes water achter op de witte tegels. Toen ik de deur opende en Gian bij het raam zag staan, naar buiten kijkend, nam ik even de tijd om hem te observeren. Om hem in me op te nemen.
De lucht was beschilderd met geel- en rozetinten van de zonsondergang en Gian stond met zijn rug naar me toe, zijn handen in zijn zakken. Het witte hemd dat hij droeg, omhelsde zijn brede schouders en ging helemaal tot aan de holte van zijn rug, waar het verdween onder zijn zwarte broek. Gian Silvestro was het toonbeeld van macht. Een havik: machtig, majestueus, koninklijk. De manier waarop mensen naar hem keken in het voorbijgaan, hoe alle vrouwen hem vol verlangen aanstaarden, hem wilden hebben, en hoe alle mannen hem wilden zijn. Sommigen zouden beweren dat zijn invloed voortkwam uit zijn achternaam, maar ik wist dat dat niet waar was. Als hij een kamer inliep, pauzeerden zelfs de mensen die hem niet kenden om in zijn richting te kijken. Mensen voelden zich tot hem aangetrokken en ze vreesden hem.
Maar ik? Ik hield van hem.
Hopelijk hield hij voldoende van mij om me weer heel te maken.
‘Gian.’
Hij keek over zijn schouder en ik zag hoe hij ademhaalde voordat hij zich naar me omdraaide. Ik zou een idioot zijn als ik de gelijkenis niet zag. Het waren broers. Ze deelde hetzelfde DNA. Kaïn en Abel, het verhaal van hoe de ene broer de andere vermoordde. Alleen was het in dit verhaal geen jaloezie, maar wraak.
De vloeibare amberkleurige blik die me al zo vaak had betoverd, gleed over mijn naakte lichaam en ik kon het zien wanneer hij bij een litteken kwam, want dan bleef hij een fractie van een seconde hangen en er flitste woede door zijn ogen.
Mijn armen. Mijn dijen.
Mijn buik. Het litteken met het heftigste prijskaartje van allemaal. Eentje waar ik de rest van mijn dagen voor zou betalen.
‘Kleed je aan, Daniela. Dadelijk word je verkouden.’
Ik schudde mijn hoofd en beet op mijn lip. ‘Ik heb je nodig.’ Er was geen twijfel mogelijk over wat het was dat ik van hem nodig had.
‘Nee.’ Zijn uitdrukking leek gepijnigd. ‘Je bent nog niet klaar.’
‘Dat ben ik wel.’
‘Nou, ik niet.’
Ik fronste en naderde hem met één langzame pas per keer. Het water droop nog steeds rondom me op de vloer. ‘Waarom niet?’
Hij streek over zijn kin en bewoog van het ene been op het andere, weigerend, of beter gezegd, niet in staat te antwoorden.
‘Is het vanwege mijn littekens? Ben ik niet langer de perfecte vrouw met een lichaam dat het waard is om te neuken?’
‘God, nee.’
‘Is het omdat ik geruïneerd ben?’
‘Daniela…’
‘Of misschien,’ ik hield mijn hoofd schuin, ‘misschien is het vanwege het feit dat je broer daar was. In me. Me gebruikend. Me verkrachtend.’
‘Stop.’
Ik ging recht voor hem staan, mijn naakte tenen raakten zijn leren schoenen. ‘Zie je hem elke keer als je naar mij kijkt?’ Tranen brandden in mijn ogen. ‘Verafschuw je het feit dat de pik van je broer na jou in me heeft gezeten?’
‘Stop!’ Hij greep mijn schouders en kneep, trok me dichterbij. ‘Wat probeer je te doen?’
Ik stikte in een snik die ik wanhopig probeerde te onderdrukken. ‘Ik probeer te voelen.’
‘Hoe? Door mij boos te maken? Mij uit te dagen?’
‘Misschien.’ Een traan gleed over mijn wang. ‘Al wat ik weet, is dat niets voelen erger is dan pijn voelen. Angst. Verschrikking.’
Hij verslapte zijn greep een beetje. ‘Sommige mensen zouden kunnen beweren dat na een beproeving als die van jou niets voelen een welkom alternatief is.’
‘Niet voor mij. Weet je hoe vaak ik mezelf er dagelijks aan moet herinneren dat ik besta? Dat ik leef en adem? Ik moet mezelf eraan herinneren, omdat ik niets voel. Iets voelen laat me weten dat ik leef, Gian. Ik wil weten dat mijn hart nog klopt. Dat lucht nog steeds mijn longen vult. Ik wil leven.’
Hij beet op zijn lip en ik zag een flits van honger in zijn ogen. Een glimp van het oerinstinct dat hij zo vastbesloten probeerde te onderdrukken. ‘Waarom?’ Ik liet mijn hand tussen ons in glijden en nam zijn pik zachtjes in mijn hand. Hij sloot zijn ogen terwijl ik met mijn hand over zijn schacht wreef, die met de seconde harder werd. ‘Waarom wijs je me af?’ Ik drukte harder en zijn lippen gingen uiteen.
‘Niet doen,’ waarschuwde hij, maar hij deed niets om onder mijn aanraking uit te komen.
‘Waarom wil je niet met me vrijen?’
‘Daniela…’
Ik pakte zijn hand en bracht deze naar mijn borst, zodat hij mijn zachte huid en harde tepel tegen zijn handpalm kon voelen. ‘Ben ik te beschadigd voor je? God weet dat ik, zelfs voordat hij me verpestte, niet goed genoeg voor je was, met het smerige Moretti-bloed dat door mijn aderen stroomt.’
‘Jezus Christus. Hou op!’
‘Je wil niet eens aan je vader vertellen dat je je broer hebt vermoord voor wat hij mij heeft aangedaan. Heb je er spijt van? Heb je er spijt van dat je jouw eigen vlees en bloed hebt vermoord voor mij?’
Hij gromde, zijn bovenlip krulde op van woede. ‘Spreek niet over dingen waar je niets van weet.’
‘Ik weet dat er weken zijn verstreken en je laat je vader nog steeds geloven dat Darion is vertrokken op de een of andere fucking vakantie, zonnebadend op Bali.’
‘Ik bescherm jou.’
‘Tegen wat?’ snauwde ik. ‘Ik heb de ergste fucking nachtmerrie van elke vrouw al meegemaakt, Gian. Als er een leerboek was geschreven over de ergste dingen die je een vrouw kunt aandoen, dan had je broer het gelezen en ik het ondergaan.’
‘Dat weet ik.’
‘Vertel me dan eens. Bescherm je mij,’ ik tilde mijn kin op en keek hem in zijn ogen, ‘of bescherm je jezelf?’
Een boze grom scheurde uit zijn keel terwijl hij zijn handen om mijn polsen sloeg en zijn vingers beten in mijn vlees toen hij me omdraaide en tegen de muur knalde, zijn gezicht op enkele centimeters van het mijne. ‘Jij moet toch weten wat er gebeurt met families als de onze als er burgerlijke onrust is. Als er oorlog en bloedvergieten binnen de muren van je eigen huis zijn.’
Ik perste mijn lippen in een rechte lijn.
‘Het is de ergste schande die een familie kan worden aangedaan. Het toont zwakte en instabiliteit binnen een familie, wat van invloed is op hoe onze bondgenoten en vijanden ons zien. Niemand wil een alliantie met een onstabiele bondgenoot en je vijanden zullen het beschouwen als een kans om toe te slaan. Nu, ook al kan het mij geen ene reet schelen wat iemand op deze hele verdomde planeet denkt over het feit dat ik mijn broer levend heb verbrand, het is om jou dat ik wel een reet geef.’ Hij verstrakte zijn greep om mijn polsen en kwam dichterbij. ‘Zie je dat dan niet?’ Hij hield zijn hoofd schuin. ‘Jij bent degene achter wie ze aan zullen komen, aangezien ze weten dat jij mijn enige zwakte bent. Ze komen achter je aan met alles wat ze hebben en ze zullen je verscheuren als hongerige wolven. En jouw familie? Ze zullen niet stoppen voordat ze elke persoon in jouw familie hebben vernietigd. Nu, ook al zou ik het persoonlijk niet erg vinden om je vader ten onder te zien gaan, ik weet dat jij niet zou willen dat Alessa samen met hem zou neergaan.’
Hij liet me los en duwde zichzelf achteruit met zijn blik op de mijne gericht. ‘Dus, ongeacht wat jij denkt dat mijn reden is om niet van de daken te schreeuwen dat ik mijn broer naar de hel heb gestuurd, denk nog maar een keer goed na, want ik kan je beloven dat je het verdomd fout hebt.’
Mijn hart racete en mijn borst deed pijn. Niet één keer was het bij me opgekomen dat zijn stilzwijgen voor mijn bestwil was. Ik nam aan dat hij zich schaamde voor wat hij had gedaan, maar blijkbaar had ik het bij het verkeerde eind.
‘Het sp…’
‘Niet doen.’ Hij stak zijn hand op. ‘Zeg niet dat het je spijt. Verontschuldig je verdomme niet. Ik wil simpelweg dat je weet dat alles wat ik doe, elke fucking beslissing die ik neem, voor jou is, om jou te beschermen. Meer niet.’
‘Oké.’ Ik ging rechtop staan. ‘Maar hoe is niet met mij samen zijn, je vrouw, me beschermen?’
Hij sprong naar voren en vuur brandde in zijn irissen. ‘Denk je dat ik weiger met je samen te zijn, omdat ik het niet wil? De liefde bedrijven met mijn vrouw, in je te zijn, weer met je te vrijen? Je bent mijn vrouw, Daniela. Ik hou van je en ik wil niets liever dan je laten zien hoeveel precies tussen die motherfucking zijden lakens.’ De amberkleurige wervelingen in zijn ogen waren donkerder geworden. Er lag een honger in, een hunkering naar extase. Maar hij vocht ertegen met elke ademhaling. ‘Maar ik ben bang. Ik ben zo fucking bang dat, zodra ik eenmaal in je glijd, in je kom, je zijn gezicht zult zien en niet het mijne.’
Wat er nog over was van mijn hart brak op dat moment. Niets dan glasscherven doorboorden mijn borst toen ik in de ogen van mijn man keek, die eindelijk de moed had om zijn angst te onthullen. Zijn zwakte.
Hij verstevigde zijn greep om mijn polsen en duwde zijn harde lichaam tegen het mijne aan, zijn lippen op slechts een ademteug van de mijne. ‘Ik zou je liever nooit meer aanraken. Nooit nog je naakte lichaam tegen het mijne voelen, je zachte gejammer horen terwijl ik met je vrij, dan dat jij het gezicht van mijn broer nog één fucking keer moet zien.’ Abrupt liet hij me los. ‘Is dat voldoende reden voor je?’
‘Dat zou het zijn als je niet nog meer verborg.’
‘Godverdomme, Daniela. Ik verberg niet meer.’
‘Leugenaar.’ Ik ging langzaam dichterbij, zonder na te denken over mijn naaktheid. Waardigheid was iets wat ik eveneens in die kooi was verloren. ‘Ik ken jou. Ik weet dat je dit schuldgevoel met je meedraagt en het vreet je levend op.’
Terwijl hij een hand door zijn haar haalde, ademde hij diep in. ‘Je hebt geen idee waarover je het hebt.’
‘Nou, laten we dan eens kijken of ik gelijk heb.’ Ik ging voor hem staan en bekeek zijn gepijnigde gelaatstrekken. Donkere schaduwen lagen over zijn gezichtsuitdrukking. ‘Jij denkt dat, als we nooit waren getrouwd, als jij nooit was ingegaan op de eis van onze vaders, dit nooit met me was gebeurd. Dat Darion me nooit ontvoerd zou hebben. Heb ik gelijk?’
Met zijn lippen in een rechte lijn getrokken antwoordde hij me met zijn stilzwijgen, de blik in zijn ogen een versmelting van waarheid en ontkenning.
Ik legde mijn hoofd in mijn nek om hem in de ogen te kijken en water druppelde van mijn natte haar op mijn naakte rug. ‘Na alles wat ik heb meegemaakt, alles wat hij van me heeft afgenomen, heb ik jou niet één keer, niet één keer de schuld gegeven en ik heb er al zeker absoluut nooit spijt van gehad dat ik met je ben getrouwd. Zie je het dan niet, Gian? We kunnen niet veranderen wat er met mij is gebeurd. We kunnen niet veranderen wat hij van ons heeft afgenomen.’ Ik wees naar het litteken dat zich uitstrekte van de ene kant van mijn heupen naar de andere kant en de gedachte alleen zorgde voor een zinkend gevoel diep in mijn onderbuik. Zijn blik volgde en ik zag mijn eigen pijn door zijn ogen flitsen. Mijn eigen gevoel van verdriet. ‘Maar jouw schuldgevoel en deze gevoelloosheid in mij zullen ons verscheuren en ik ben reeds al het andere kwijt. Ik kan ons niet ook nog kwijtraken.’
Een wanhopig verlangen naar rust, een behoefte aan liefde en een schreeuw om weer normaal te worden stroomden uit me, met één traan tegelijk. Wie had ooit gedacht dat dit soort gevoelloosheid zoveel pijn kon doen?
‘Alsjeblieft, Gian.’ Ik sloeg mijn armen om zijn middel en nestelde mijn naakte lichaam tegen het zijne, ik liet mijn tranen zijn dure hemd bevlekken.
Een stil gejammer gleed over mijn lippen toen hij zijn armen om me heen sloeg en me in eerste instantie voorzichtig knuffelde. Maar hoe langer we daar stonden, hoe steviger zijn greep werd, totdat hij me zo strak knuffelde, dat ik makkelijk kon verstikken in de veiligheid van zijn omhelzing.
‘Laat me niet gaan,’ smeekte ik. ‘Alsjeblieft.’
‘Jezus, Daniela.’ Hij kuste me hard op mijn hoofd. ‘Ik zal je nooit laten gaan. Nooit.’
Eén moment, twee geliefden en een wereld van pijn die onze beide harten gestript, gesneden en bloedend achterliet in onze handen.
Ik voelde hem diep inademen, zijn borst ging op en neer terwijl hij mijn wang aanraakte en mijn gezicht optilde, zodat onze ogen elkaar konden vinden. ‘Ik hou van je, Daniela. Ik hou genoeg van je om mijn verdomde ziel voor je op te offeren. Ik hou genoeg van je om mezelf vast te binden in de donkerste krochten van de hel, als dat betekende dat jij dan rust kon vinden in dit alles.’
‘Het enige wat ik nodig heb, is dat jij me claimt, zodat ik weet dat ik niet langer van hem ben.’
‘Je was nooit van hem.’
‘Dan nog. Ik wil dat je hem uitwist, zodat ik wederom van jou kan zijn en alleen van jou.’
‘O, lieve Faye.’ Hij pakte mijn wangen vast en zijn ogen glinsterden van genegenheid terwijl hij op me neerkeek. ‘Je bent altijd van mij geweest.’
Eindelijk verzegelde hij onze pijn met een kus. Warme lippen streelden de mijne en ik jammerde toen ik probeerde mijn tranen weg te slikken. Maar de hitte stroomde meteen helemaal van mijn borst, langs mijn ruggengraat, naar mijn kern, waar ik tot hiertoe niets anders dan koude had gevoeld.
Onze lichamen smolten samen toen hij zijn wanhopige kus verdiepte en mijn wangen stevig omklemde, alsof hij bang was dat ik zou verdwijnen. De lucht knetterde van zoveel emoties die samenkwamen, dat het voelde alsof er een storm om ons heen opstak, langzaam groeiend terwijl de druk toenam.
‘Weet je het zeker?’ fluisterde hij tegen mijn lippen. ‘Weet je zeker dat je er klaar voor bent?’
Ik zou gelogen hebben als ik ontkende dat er een deel van me was dat bang was voor de volgende stap, maar het deel van me dat het nodig had, was veel groter, ervan overtuigd dat dit goed zou zijn.
Ik sloeg mijn armen om zijn nek en sloot mijn ogen terwijl ik met mijn hoofd tegen zijn lippen leunde en hij allemaal kusjes op mijn slaap plaatste. ‘Je hebt me gevonden. Je hebt me al een keer gered. Nu… heb ik het nodig dat je me nog een keer red.’ Ik keek naar hem op. ‘Red me nog een laatste keer.’
Zijn borst ging omhoog toen hij inademde en hij liet zijn voorhoofd tegen het mijne rusten. ‘Het zou niet nodig geweest mogen zijn dat je gered moest worden.’
Het verdriet en de spijt die al zijn woorden doordrenkten deden het bloed in mijn aderen huilen en dit moment was zo krachtig, dat ik voelde hoe het mijn ziel deed overstromen.
‘Gian…’
‘Ik heb één voorwaarde.’ Voorzichtig raakte hij het puntje van mijn kin aan, zijn blik in de mijne borend. ‘Sluit je ogen niet. Niet één keer, zelfs niet voor even. Ik wil dat je mij de hele tijd ziet. Begrijp je dat? Alleen mij.’
Ik knikte mijn stilzwijgende toestemming. De zenuwen die flikkerden in mijn buik vielen niet te negeren, de rillingen liepen langs mijn nek omlaag. Ook al wilde ik dit, de demonen waren niet ver weg, grommend in de schaduw, wachtend op hun moment om toe te slaan. Maar ik was vastbesloten om hen te bestrijden. Nog. Eén. Keer.
Nog één gevecht en ik wist dat ik ze zou verslaan. Ik zou de herinneringen bedwingen en de insecten doden die me ’s nachts compleet dreigden op te eten.
Gian liet me los en deed een stap achteruit met zijn armen wijd uitgestrekt. ‘We doen dit op jouw voorwaarden. Dus, als je wilt, ga je gang en begin met het uittrekken van mijn hemd.’
Ik slikte en keek van de ene knoop naar de andere terwijl ik mijn hand uitstak. Mijn handen trilden een beetje, mijn vingers friemelden toen ik met de eerste knoop begon. Al die tijd hield hij zijn blik op mij gericht, me bekijkend, me bestuderend met zo’n intensiteit, dat het voelde alsof hij mijn ademhalingen telde.
Met één knoop per keer bewoog ik mijn handen langs zijn hemd en mijn vingertoppen streelden over zijn borst. Ik kon het kippenvel over zijn huid zien trekken, kleine rillingen rimpelden over zijn lichaam. Het voelde goed om te weten dat ik hem nog steeds op die manier kon raken, ondanks dat ik beschadigde waar was.
Ik keek in zijn ogen, trok het hemd uit zijn broek en liet het van zijn schouders glijden. Met elke seconde die verstreek, werd zijn blik donkerder en mijn lichaam viel terug in de seksuele spanning die vroeger zo helder tussen ons brandde.
Het witte hemd lag bij zijn voeten en hij bleef stilstaan en deed niets anders dan naar me staren. ‘Ga door.’
Ik haalde diep adem en sloot mijn ogen slechts een seconde waarop Gian zijn hand uitstak en mijn gezicht tussen duim en wijsvinger nam. ‘Je ogen niet dichtdoen.’
‘Ik weet het.’
‘Ik doe het niet op deze manier om het jou moeilijker te maken, Daniela. Maar ik wil dat jij leidt, dat jij de eerste stap zet. Ik volg. Oké? Het is de enige manier waarop ik er zeker van kan zijn dat jij oké bent.’
Ik beet op mijn lip en knikte voordat ik naar zijn broek reikte, zijn riem losmaakte en de rits omlaag trok. Mijn knokkels streken langs zijn harde schacht en het stuurde een stroomstoot door elk bot in mijn lichaam, het ontstak die welkome verwachting waaraan ik verslaafd was geraakt als het op mijn echtgenoot aankwam, iets waarvoor ik bang was geweest dat het nooit zou terugkeren.
Gian leunde voorover om de broek van zijn benen te trekken en toen hij weer overeind kwam, streek hij zachtjes met een enkele vinger over de buitenkant van mijn been. Ik legde mijn hoofd in mijn nek en concentreerde me op mijn ademhaling terwijl ik mijn lichaam liet wennen aan zijn trage, tedere aanraking.
Toen hij mijn middel bereikte, tekende hij een enkele cirkel rond mijn heupbeen en mijn ademhaling stokte in mijn keel bij de gedachten aan hoe het nu verder zou gaan. Waar zijn aanraking naartoe zou dwalen.
Even verstijfde ik, terwijl ik in gedachten weer terugging naar de kooi. Terug naar het donker.
‘Blijf bij mij.’ Zijn aanraking ging verder over mijn middel en naar mijn arm terwijl hij zich oprichtte en onze blikken ontmoetten elkaar eindelijk. ‘Wil je mij kussen?’
‘Ja.’ Mijn lippen brandden om de zijne te voelen, om zijn smaak op mijn tong te proeven.
Hij liet zijn lippen zakken en bleef een ademteug boven de mijne hangen. Hij liet de laatste centimeters over aan mij om ze te overbruggen.
Gedurende een hartslag en meer stonden we bevroren, naakt, onze blikken op elkaar gericht, de wereld om ons heen niets meer dan geluid in de verte. We raakten elkaar niet aan, maar omhulden elkaar gewoon, simpelweg door dichtbij te zijn. Ik kon hem voelen, zijn hartslag horen, hoe zijn hitte door zijn poriën sijpelde, hoe zijn bestaan om het mijne schreeuwde door de stilte heen.
Ik stopte een natte haarlok achter mijn oor en duwde mezelf op op mijn tenen. ‘Ik hou van je,’ fluisterde ik en ik drukte mijn mond tegen de zijne. Hij kuste me terug, maar wachtte tot ik met mijn tong zijn lippen aanraakte, wachtend tot ik klaar was om me voor hem te openen. Het was de meest tedere kus die ik ooit had ervaren. Zacht. Voorzichtig. Makkelijk.
Zodra onze tongen elkaar raakten, jammerde ik bij het eerste gevoel van vlinders diep in mijn buik, iets waarvan ik had gedacht het nooit meer te voelen. Tijdens de dagen die ik had doorgebracht in die kooi was ik ervan overtuigd dat elke vlinder was vernietigd, maar ik had ongelijk, want hier waren ze, fladderend, hun vleugels uitslaand en opstijgend. Lieve god, ik voelde iets.
Een traan rolde over mijn wang en de zoutheid ervan drong binnen in de zoetheid van onze kus.
‘Daniela,’ zei Gian tegen mijn lippen.
‘Ik ben niet gevoelloos.’ Er ontsnapte nog een traan. ‘Ik ben niet gevoelloos, Gian. Ik voel iets.’ Meer tranen veranderden in het prachtige gejammer van vreugde en opluchting. Liefde en hoop. ‘Ik kan jou voelen.’
In een staat van vervoering sloeg ik mijn armen om zijn nek en kuste hem nog harder, drukte mijn lichaam tegen het zijne aan, genietend van hoe zijn huid aanvoelde tegen de mijne. Ik voelde het. Ik voelde de behoefte, het diepe gevoel van verwachting één te worden met hem. Ik was niet gevoelloos.
De zijden lakens op het bed streken tegen de achterkant van mijn benen en ik liet me zakken, liet hem geen moment los, stond toe dat hij boven op me kwam liggen, onze lippen verbonden in een kus die elke demon zou kunnen overwinnen en de duisternis zou kunnen verbannen.
‘Je moet het me vertellen als het niet gaat.’ Hij leunde op zijn ellebogen en keek op me neer. De blik in zijn ogen was iets wat ik nog nooit eerder had gezien. Er was altijd dominantie geweest binnen de gouden wervelingen. Kracht. Oerdrift. Hardheid. Maar niet vanavond.
Vanavond was er iets zachters, iets zorgzaams, liefdevols.
Hij streelde een rode lok van mijn haar. ‘Beloof me dat je het me zult vertellen.’
‘Dat doe ik.’
Ik pakte zijn hand en legde hem op mijn bovenlichaam, zijn handpalm bedekte de zwelling van mijn borst, zonder mijn ogen van de zijne af te wenden.
Met een zachte massage van het ronde vlees jammerde ik terwijl de hitte van behoefte zich door mijn lichaam verspreidde, tussen mijn benen. Maar met dat gevoel kwam er ook een steek van onzekerheid in mijn borst, wat een brok in mijn keel dwong.
Ik slikte en kronkelde een beetje onder hem en hij raakte mijn wang aan, een simpele handeling die me op mijn gemak stelde.
‘Je moet me aanraken,’ drong hij aan en hij plaatste wat voelde als duizend kussen op mijn kaak. ‘Beweeg je handen over mijn huid, zodat je weet dat ik het ben. Voel me.’
Ik liet mijn armen langs zijn schouders glijden en mijn vingertoppen streken over zijn verhitte vlees. Ik voelde de contouren van zijn brede, gespierde rug, de kuiltjes bij zijn middel en de warmte van zijn lichaam. Al mijn zintuigen waren versterkt, zijn geur omringde me, zijn smaak bleef hangen op mijn tong en het was allemaal zo vertrouwd. Het kalmeerde me en gaf me het gevoel gevonden te zijn en naar huis te worden gebracht. Hij was mijn thuis.
Gian bewoog en ik voelde zijn pik tegen de binnenkant van mijn dijen. Ik hield mijn adem in om dan te beseffen dat hij was gestopt. Dat hij niet verderging.
‘Jouw voorwaarden, weet je nog?’ Met een lichte verschuiving boven op me nam hij mijn hand in de zijne en bracht deze tussen ons in. Lager. Lager. Lager. Tot ik zijn pik aanraakte, hard en klaar om me te claimen, weer de zijne te maken. ‘Leid me naar binnen.’
Ik sloeg mijn vingers om zijn schacht en zag hoe zijn ogen donkerder werden, bedekt met een behoefte die spoedig zou veranderen van onder controle naar oerdrift. En terwijl hij zijn kaken op elkaar klemde, ademde ik diep in, spande mijn heupen en nam hem in me.
Hij vulde me volledig toen ik hem dieper in me nam, me eraan herinnerend hoe het was om tot aan de rand gevuld te zijn.
De volgende stap zou een stoot zijn.
Een grom.
Een harde, meedogenloze beuk.
Mijn hart begon sneller te kloppen, het zweet parelde op mijn voorhoofd en de achterkant van mijn nek stond in brand terwijl de hitte over mijn huid raasde.
Het was te vol. De druk was te intens en ik wilde het uitschreeuwen. Hij was daar, vastzittend in mijn keel, de schreeuw om te stoppen. Maar hij kon er niet uitkomen.
Ik sloot mijn ogen en paniek vulde mijn longen, me van binnenuit verdrinkend.
‘Daniela, open je ogen.’
Schiava.
‘Daniela, kijk me aan.’
Schiava.
‘Daniela!’
Sterke armen glipten onder me en ik werd opgetild, mijn haar viel over mijn rug.
‘Open je ogen… Faye.’
Hij bewoog en toen ik mijn ogen opendeed, had hij me schrijlings op zijn schoot zitten. We zaten allebei boven op het bed en hij keek dit keer naar mij op. ‘Ik ben het.’ Hij streelde over mijn wang en streek het haar over mijn schouder. ‘Ik ben het maar. Niemand anders. Je bent hier veilig. Niemand kan je pijn doen.’
Een andere traan baande zich een weg over mijn wang.
‘Hij kan je nooit meer pijn doen. Nooit.’
Ik stikte in een snik en slikte hard. Het was de meest vreemde ervaring. Nieuw. Om het gevoel te hebben dat mijn hart zou barsten van de liefde die ik voor deze man had en toch was een deel van mij zo bang. Maar ik wist dat ik die angst moest overwinnen. Als ik dat niet deed, zou Darion winnen. En wat er ook gebeurde, ik was vastbesloten om hem dat niet te gunnen.
‘Ik hou zoveel van je,’ fluisterde ik terwijl hij doorging met trage cirkels over mijn wang trekken.
Maanlicht dat door het raam naar binnen scheen, ving perfect de contouren van zijn gezicht, liet hem baden in een gloed die de schaduwen om hem heen versterkten, zo’n mooie contradictie. Ik kon me geen tijd herinneren waarin ik niet van hem hield. Een tijd waarin we vijanden waren, waarin we elkaar haatten. Het was alsof onze liefde er altijd was geweest en altijd mijn hart had gevuld.
Ik vlocht mijn vingers door het haar achter in zijn nek, bewoog mijn heupen en nam hem dieper in me.
‘Doe je ogen niet dicht,’ waarschuwde hij en ik tilde mezelf op, om hem langzaam weer in me te nemen. Dieper dit keer, zodat hij me helemaal kon vullen.
Zijn handen kropen langs mijn rug omhoog, zijn handpalmen plat tegen mijn huid toen ik een ritme aannam. Langzaam. Centimeter na centimeter. Stukje bij beetje.
Ik streelde zijn gezicht en keek in zijn ogen, ogen die als een thuis voor me waren geworden.
‘Ik hou van je. Ik hield van je door dit alles heen. Elke minuut dat ik bij hem was, hield ik nog steeds van je.’ Tranen stroomden nu vrijelijk over mijn wangen. ‘Zelfs toen ik dood wilde, hield ik nog steeds van je.’
‘Jezus, Daniela.’ Zijn handen gingen omhoog en hij pakte mijn schouders vast, waarna hij me harder op zich naar beneden trok en ik hapte naar adem toen zijn pik tegen mijn kern sloeg, waardoor ik huiverde.
‘Er was geen enkel moment waarop ik niet van je hield.’
Zijn ogen glinsterden en mijn ziel verbrijzelde, ook al begon mijn hart weer opnieuw te bloeien.
‘Tijdens dit alles bleef mijn liefde voor jou overeind,’ jammerde ik. ‘Hij heeft mij dan misschien gebroken, Gian. Maar mijn liefde voor jou kon hij nooit breken.’
Ik zei deze dingen niet omdat ik dacht dat hij ze moest horen. Ik zei ze omdat ik ze moest horen. Ik moest ze uiten, de waarheid op mijn lippen proeven. Het was bitterzoet.
Bitterzoet en bevrijdend.
‘Ik hou van je, Faye.’ Hij drukte een kus tussen mijn borsten. ‘Ik hou zo fucking veel van je, dat ik niet kan ademen zonder jou. Je bent van mij, begrijp je dat?’ Hij spande zijn heupen en ik kreunde toen ik hem me voelde uitrekken, en de druk werd groter. ‘Je bent altijd van mij geweest en er is niemand in deze fucking wereld die dat kan veranderen. Van mij.’
Onze lippen knalden op elkaar en onze verdediging stortte in. De zwarte vlek op mijn ziel werd eraf gescheurd en ik voelde het licht zijn plaats innemen terwijl onze tongen dansten en duelleerden. Onze meest dierlijke instincten namen de controle over. En dat vond ik prima.
Volkomen en helemaal prima.
Ik sloeg mijn armen stevig om zijn nek terwijl ik het ritme boven op hem verderzette, ervan genietend hoe hij zich aanpaste aan mijn beweging door zijn heupen onder me te kantelen.
Als een rollende golf op weg naar de kust voelde ik mijn climax opbouwen, sterker worden, totdat hij ten slotte crashte en ik in een spiraal van euforie terechtkwam terwijl hij al mijn gebroken stukken wegspoelde.
Mijn lichaam trilde tegen het zijne en ons genot bereikte samen zijn hoogtepunt, ons gekreun een melodie van liefde. Hoop en genezing.
Gian was niet alleen mijn man of redder. Hij was mijn alles. Hij was… mijn reddingslijn.