door Henk Spaan
Uit & thuis betekent behalve een kennismaking met het diepste wezen van Knausgård – die van top tot teen voetbalfanaat is – de ontmoeting met een Zweedse schrijver die we in Nederland niet kenden. Fredrik Ekelund is een krachtig stilist die in deze briefwisseling nergens onderdoet voor zijn wereldberoemde Noorse vriend.
Mijn boekenkast staat vol sportboeken: van Roger Angell, Liebling, Mailer, Halberstam, Hornby en Roger Kahn tot en met David Remnick, en niet een van de werken van deze auteurs lijkt op Uit & thuis. Of toch één: Red Mist van de Ierse dichter Conor O’Callaghan. Hoewel dat boek over Roy Keane gaat, spelen de broer van de auteur, zijn vrouw en kinderen en de krantenverkoper op de hoek van de straat een even grote rol als de protagonist.
De briefwisseling die de Zweed en de Noor, de eerste uit en de ander thuis, onderhouden tijdens het wk 2014 van Rio gaat over van alles in hun gewone leven, dus ook over de wedstrijden. Vooral Knausgård heeft zo veel last van zijn dagelijkse beslommeringen – boodschappen doen, met de kinderen naar het zwembad, het schrijven van een essay, koken – dat het kijken naar de wedstrijden er af en toe bij inschiet. Hij valt ook steeds in slaap. Klagen is een beproefde Knausgårdtechniek die ook hier haar waarde bewijst.
Fredrik Ekelund (62) is de bon vivant. Hij verblijft in Brazilië, reizend als een teenager van de ene slaapbank naar de andere. Intussen voetbalt hij op het strand (waar ze hem Ibra noemen), zit hij in het café en bietst hij toegangskaartjes voor een wedstrijd bij kennissen van de Zweedse tv.
Op geen enkele manier kun je dit prachtige boek tot de journalistiek rekenen, daarvoor is het te persoonlijk en in journalistiek opzicht te vrijblijvend. Dat betekent niet dat de schrijvers geen verstand van voetbal hebben. Anders had ik dit dikke boek al snel weggelegd en het niet in twee dagen verslonden. Grinnikend las ik hun veroordeling van Robbens schwalbes. Vooral die tegen Mexico maakt hen razend. Ook de getatoeëerde Sneijder kan niet rekenen op Scandinavische sympathie. Het doelpunt van Robin van Persie beschouwt vooral Ekelund als een van de twee mooiste van het toernooi.
Knausgårds analyse van de persoonlijkheid van Luis Suárez is briljant. De Uruguayaan opereert intuïtief en binnen het grenzeloze kader van zijn gevoel is alles, maar dan ook alles mogelijk. Twee dagen later bijt Suárez Chiellini, wat hem in Knausgårds ogen alleen maar aandoenlijker maakt.
Uit & thuis bevat een schitterende beschouwing over talent. Ekelund zegt dat zijn voetballende dochter geen talent had, maar door dag in dag uit te oefenen toch een goed niveau haalde.
Nee, zegt een Zuid-Amerikaanse dichter dan, het aangeboren talent had ze al, het kostte haar alleen veel trainingen om het te vinden. Knausgård leest deze brief likkebaardend. Hij herkent het noodzakelijke en smartelijke zwoegen dat aan het zelfvertrouwen van een schrijfeuforie voorafgaat.
Zo gaat deze meesterlijke briefwisseling over ‘meer dan voetbal’, om een term uit Barcelona te parafraseren. Uit & thuis is dan ook meer dan een voetbalboek.