De vele onbewoonde eilanden van de Los Roques-groep zien er stuk voor stuk uit zoals je een onbewoond eiland tekent. Witte bulten in zee met hier en daar een palm. Heel aanlokkelijk.
Maar pas op! Ze zijn niet voor niets zo onbedorven. Al deze miniparadijsjes zijn namelijk omgeven door een labyrint van verraderlijke koraalriffen. Turend vanuit de mast om de juiste doorgang te kunnen vinden naar één van die eldorado’s zie ik al die kielvreters maar al te angstaanjagend goed. Muriël daarentegen snapt helemaal niets van de omtrekkende bewegingen die we moeten maken om ons doel te bereiken. Wat haar betreft varen we recht op zo’n berg poedersuikerzand af! Haar schep heeft ze al in de aanslag. Eindelijk gaat het anker overboord. Het eiland van onze dromen is bereikt. Erik spant een hangmat tussen twee palmen bij wijze van schommel en maakt daarmee het Bounty-gevoel compleet.
Na een heerlijk frisse duik is het tijd voor een ‘happie eten’ zoals Muriël dat noemt. De vis die we hebben gevangen, glijdt de pan in en smaakt ons alledrie goed. Avocadootje erbij. Ananas toe. En we zijn allemaal rijp voor een lange siësta op een grote, uitgespreide doek op het zand. Muriël gaat als eerste onder zeil. Erik en ik liggen nog een tijdje op onze zij naar haar lieve, slapende gezicht te kijken. Konden we maar altijd zo door blijven leven. Met het ruisen van de palmen boven onze hoofden en het breken van de golven als enige geluid. Ver weg van de wereld waar we over een paar jaar weer volop in mee zullen moeten draaien. Zonder auto’s treinen, winkels, vliegtuigen of mensenmassa’s in de buurt. Heerlijk, al dat niets.
Onder water is het ondertussen wel een drukte van belang. Gele vissen met blauwe ogen en blauwe vissen met gele ogen. De gekste kleurencombinaties zwemmen voorbij en zijn bovendien helemaal niet bang. Muriël ziet ze in de glasheldere zee langs haar waterschoentjes schieten. Ze durft bovendien af en toe ‘koppie onder’ te gaan. Ze houdt daarbij haar ogen wijdopen, zie ik door mijn duikbril. Wat ze waarneemt, weten we niet. Wel dat ze er erg veel lol om heeft. De onderwaterwereld heeft hier dan ook veel weg van een circus vol vrolijk geschminkte clowns.
Een paar dagen later gaan we op bezoek bij een reservaat voor jonge zeeschildpadjes op één van de andere eilanden. Muriël is niet weg te slaan uit de ‘kraamkamer’, een afdakje met daaronder een aantal bassins vol met deze supervertederende baby-zeedieren.
Als ze groot genoeg zijn, zullen ze in de oceaan worden uitgezet. Een beetje triest vragen Erik en ik ons af wat hun kansen zullen zijn. Gelukkig geniet Muriël nog helemaal puur en ongehinderd door dergelijke gedachten van al het moois dat ze ziet. En dat willen we voorlopig graag zo houden.