19

Nine Mile Hole, Arizona

Even had Austin gedacht dat het onweer zou uitblijven. De dikke donkere wolken die in de loop van de middag tot een dicht dek samenpakten waren rond de bergtoppen blijven hangen. Zoals Austin en Nina over het terrein van de ranch slenterden, zouden ze zo voor een verliefd stelletje kunnen doorgaan en dat was precies de indruk die Austin op eventueel onzichtbare toekijkers wilde maken. Ze bleven staan onder de blauwgroene takken van een palo verde en staarden zwijgend over de uitgestrekte, stille vlakte. De stralen van de ondergaande zon hulden het doorgroefde gelaat van de bergketen in een gouden, bronzen en roodkoperen gloed.

Austin pakte Nina bij haar schouders en voelde geen weerstand toen hij haar zachtjes naar zich toetrok, zo dicht tegen zich aan dat hij de warmte van haar lichaam voelde.

'Kan ik je echt niet overhalen om toch maar weg te gaan?'

'Dat is pure tijdverspilling,' zei ze. 'Ik wil dit gewoon afmaken.'

Hun lippen raakten elkaar bijna en in iedere ander omstandigheid zou de romantiek van dat moment tot een zoen hebben geleid. Austin keek in de grijze, door de ondergaande zon lichtjes oranje glanzende ogen en merkte dat Nina er met haar hoofd niet bij was, in gedachten was ze bij haar vermoorde vrienden en collega's.

'Dat begrijp ik,' zei hij.

'Dank je. Dat waardeer ik zeer.' Ze staarde naar de schemerende woestijn. 'Denk je dat ze komen?' vroeg ze.

'Daar twijfel ik niet aan. Dit is zo aanlokkelijk, dat kunnen ze toch niet negeren?'

'Ik denk niet dat ze nog in mij geïnteresseerd zijn.'

'Ik heb het over de Romeinse buste. Een geniale zet.'

'Maar wel het resultaat van gezamenlijke inspanning,' zei Nina glimlachend. 'We hadden een model nodig dat op een Romeinse keizer leek. Paul is steengoed als computergraficus. Hij heeft een archieffoto genomen, de baard er afgehaald, het haar dunner gemaakt, het à la Julius Caesar gekamd en het colbertje door een borstschild vervangen.' Opeens keek ze geschrokken op en zei: 'Admiraal Sandecker vindt het toch niet erg dat we zijn gezicht als model hebben gebruikt?'

'Ik vermoed zelfs dat hij zich best gevleid zal voelen. Dan kan hij zeggen dat hij als een echte keizer in de herinnering zal voortleven. En de uitdrukking op het gezicht is iets te vriendelijk.' Hij keek omhoog naar de donker wordende lucht. 'Het ziet er naar uit dat het er nu toch van komt.'

De gitzwarte wolkenmassa had zich van de bergtoppen losgemaakt en kwam in hoog tempo hun kant op. De bergen lagen nu in een omberkleurige gloed. Boven de woestijn klonk zacht gerommel. De laatste zonnestralen braken uiteen en zakten weg.

Nadat ze de binnenverlichting van de beide campers die naast de schuur geparkeerd stonden, hadden aangedaan, liepen ze in het gelige schijnsel naar de ruïne van het ranch gebouw, waar Trout de commandopost bemande.

Het echtpaar Wingate was doodop van het graven en zeven en waren al vroeg naar hun motel teruggegaan. Ned, Carl en Zavala hadden hun posten in de bijgebouwen aan de andere kant van de oude veekraal ingenomen. Vandaar konden ze de woestijn tot aan de horizon overzien. De mensen van de ondersteuningsploeg zouden bij het invallen van de duisternis hun posities bij de weg innemen.

Een plotselinge windvlaag zwiepte zand op en toen Austin en Nina in het ranch-gebouw wegdoken, kletterden de eerste dikke regendruppels op de grond. Trout was in de keuken, het enige vertrek waar nog een dak op zat. De regen lekte door een aantal gaten en er vormden zich al snel waterstroompjes op de zandbodem, maar verder was het er relatief droog en beschut. De afgebrokkelde opening waar vroeger de deur had gezeten, keek uit op de beide campers. De kieren tussen de adobe-stenen in alle vier de muren fungeerden als de kijkgaten in een vestingmuur.

De wind en de regen waren slechts de voorboden van de storm. Boven een woestijn is onweer geen voorbijtrekkende regenbui met windvlagen en onregelmatige bliksemflitsen en donderslagen. Het kiest een plek uit en blijft daarboven hangen, waarbij ongelooflijke watermassa's naar beneden plenzen en de bliksem één aaneenschakeling van soms meerdere flitsen tegelijkertijd is. Het onweer gaat tekeer met een agressie die haast menselijk is, en bestookt de aarde als een artillerieaanval met als enige doel de vijand uit te schakelen en op de knieën te dwingen.

In het haast stroboscopisch flitsende licht leken de neerslaande regendruppels te verstarren. Terwijl Trout de omgeving met zijn ogen in de gaten hield, onderhield Austin via de mobilofoon contact met de wachtposten. Hij moest schreeuwen om boven de donderslagen en het geraas van de regen uit te komen.

De wachtposten moesten zich met regelmatige tussenpozen melden of direct wanneer ze iets ongewoons waarnamen. De mannen aan de rand van het terrein meldden zich met hun eigen naam. De zes mannen in het oude tankstation noemden zich het A-team. De ploeg bij de helikopter, kortweg het B-team, moesten zich stilhouden en alleen luisteren.

Het gekraak door Austins mobilofoon leek statische elektriciteit, maar werd in werkelijkheid door de regen veroorzaakt.

'Ned aan hoofdkwartier. Niets.'

'Roger,' antwoordde Austin. 'En jij, Carl.'

Een seconde later. 'Carl. Dito.'

Austins aanwijzing indachtig het vooral kort te houden, antwoordde Joe: 'Dito-dito.'

Daarna vanaf de weg: 'A-team. Negatief.'

Het onweer duurde haast een uur en toen het eindelijk wegtrok, bleef de hierdoor vroeg ingevallen duisternis hangen en werd alleen doorbroken door de bliksemflitsen in de verte. De opgefriste lucht rook sterk naar alsem. De meldingen bleven binnenkomen. Alles was rustig tot de ploeg op de weg zich meldde.

'A-team aan hoofdkwartier. Naderend voertuig. Nemen posities in.'

Het plan was dat twee mensen van het team de auto zouden aanhouden, met twee man als dekking in de rug. De vijfde man zou de rugdekkers in de gaten houden en de zesde zou via de mobilofoon met de anderen in contact blijven.

Austin liep naar de deuropening en tuurde naar de weg. De koplampen waren speldenpuntjes in de duisternis.

Na een minuut. 'Auto stopteken gegeven... stopt. Naderen voorzichtig'

Austin hield zijn adem in. Geen mens zou op dit uur van de dag de opgraving komen bezoeken. Hij zag voor zich hoe de mannen van twee kanten met hun wapens in de aanslag op de auto afliepen. Hij hoopte dat dit geen afleidingsmanoeuvre was, terwijl de werkelijke aanval van een andere kant kwam. Hij nam onmiddellijk met de andere wachtposten contact op. Aan de woestijnkant was alles rustig.

Na een paar spannende minuten meldde de ploeg bij de weg zich weer. 'A-team.' De stem klonk tamelijk ontspannen. 'Hoofdkwartier, is bij u een zekere George Wingate bekend?'

'Ja,' zei Austin. 'Hoezo?'

'Hij is de bestuurder van de auto.'

'Oudere man. Witte haren en een baard?'

'Roger. Zegt dat hij bij jullie opgraving werkt.'

'Klopt. Is zijn vrouw bij hem?'

'Negatief. Hij is alleen.'

'Wat doet hij hier?'

'Zegt dat zijn vrouw haar notitieboekje is vergeten. Heeft ze in de wc van een van de campers laten liggen. Vanwege het onweer is hij niet eerder gekomen. Wat doen we?'

Austin grinnikte. 'Oké, laat maar door.'

'Roger. Over en uit.'

Even later zagen ze hoe de koplampen de duisternis doorboorden en de auto over de weg dichterbijkwam. Wingate parkeerde zijn Buick tussen een camper en de schuur. De deur ging open en er stapte een man uit. Het lange lichaam van Wingate verdween om de hoek van een van de Winnebago's. Nog geen minuut later dook hij weer op met een

pakje onder zijn arm. Hij bleef staan en deed iets merkwaardigs. Hij draaide zich om naar het ranch-gebouw en zwaaide. Austin was ervan overtuigd dat dit niet zomaar een toevallig gebaar was. Daarna stapte hij weer in de auto en reed weg. Austin wendde zich tot Nina, die op een oud slachtblok was gaan zitten. Ze moest de verwarring op zijn gezicht hebben gezien.

'Problemen?' vroeg ze bezorgd.

'Nee,' zei hij om haar bezorgdheid weg te nemen. 'Vals alarm.'

Na ongeveer een minuut meldde de ploeg bij de weg zich weer. 'Bezoeker vertrokken. A-team uit.'

'Bedankt. Goed werk. Hoofdkwartier uit.'

Trout haalde zijn schouders op. 'Misschien gebeurt er vannacht nog niets.'

Austin was daar niet zo zeker van. 'Misschien,' zei hij met een trillend spiertje in zijn kaak.

Niemand keek ervan op toen een klein kwartiertje later de gsm van Trout overging. Hij was voortdurend in de weer geweest om Gamay aan de lijn te krijgen en had een boodschap doorgegeven dat ze hem onmiddellijk moest bellen. Hij trok zijn Motorola mini-gsm uit zijn zak tevoorschijn.

Even later zei hij: 'Helemaal niets? Zoudt u de mensen op de Nereus willen vragen direct contact met mij op te nemen zodra ze iets van haar horen? Ja, ik wil graag even met hem praten. Hoi Rudi.' Hij luisterde enige tijd zwijgend, er verscheen een frons op zijn voorhoofd. 'Oké, ik laat 't Kurt weten en neem daarna weer contact met je op.'

'Dat is raar,' zei hij nadat hij het gesprek had beëindigd. 'Rudi had een nep-organisatie opgezet die dit project coördineert. Een verzonnen naam met een telefoonnummer op het hoofdkantoor van de NUMA. Onlangs werden ze opgebeld door de politie in Montana. Bleek dat ze een ouder echtpaar hadden opgepikt dat ergens langs de snelweg zwierf. Met het verhaal dat ze gekidnapt waren.'

Austin was met zijn hoofd bij de gebeurtenissen van die avond en luisterde dus maar half. 'UFO's?' vroeg hij.

'Ik geloof niet dat we dit zomaar naast ons neer moeten leggen. Ze zeiden dat ze een aantal dagen waren vastgehouden en dat ze op weg waren naar een archeologische opgraving in Arizona.'

Austin spitste zijn oren. 'Heeft de politie een naam genoemd.'

'Wingate.'

Austins reactievermogen had ietwat geleden onder de monotonie van het onweer en de landerigheid van hun saaie wacht. Nu begon er in zijn hersenpan plotseling een alarmklok te luiden.

'Verdomme!' snauwde hij. 'Paul, waarschuw direct de heli. En laat het A-team hierheen komen.' Hij stormde de deur uit. Toen hij halverwege het ranch-gebouw en de campers was, spatte de schuur in een geelrode vuurbal uiteen. Hij wierp zich voorover op de grond, bedekte zijn hoofd met zijn handen en begroef zijn gezicht in het natte zand. Op datzelfde moment ontploften de gastanks in de campers, explosies die de aarde deden schudden en de nacht in dag veranderden. Er schoten gloeiende stukjes metaal door de lucht waarvan het merendeel door de sterke wind werd weggeblazen zodat er slechts een enkele vonk zijn handen schroeide.

Eindelijk stierf het kabaal van neerstortende brokstukken weg. Hij tilde zijn hoofd op en spuugde een mondvol zand uit. De campers en de schuur waren verdwenen. Er brandde een knetterend vuur. De grond rond de vlammen lag bezaaid met roodgloeiende as.

Toen hij er zeker van was dat er geen verdere explosies meer zouden volgen, krabbelde hij overeind en liep naar de brandende overblijfselen van de campers en de schuur.

Trout en Nina kwamen aangerend.

'Kurt, is met jou alles goed?' vroeg Nina bezorgd.

'Met mij is niets aan de hand.' Austin keek naar de vlammen en plukte nog wat zandkorrels van zijn tong. 'Maar ik zie toch liever het vuurwerk op de Fourth of July.'

Even later verschenen ook Carl, Ned en Joe ter plekke en doken er uit alle richtingen bewegende schaduwen op. Het A-team deed geen pogingen meer in dekking te blijven. Hun kreten van verbijstering gingen verloren in het wap-wap-wap van de helikopter. De piloot zag dat de draaiende rotorbladen het vuur alleen nog maar aanwakkerden en een vonkenregen verspreidden, waarop hij wegdraaide en achter het ranch-gebouw landde.

Austin dacht koortsachtig na. 'Paul, heb jij het telefoonnummer van het motel waar het echtpaar Wingate logeert?'

'Ja, dat zit in het geheugen van mijn gsm.'

'Bel het motel. Informeer of ze er nog zijn.'

Trout toetste een nummer in en vroeg of ze hem met de kamer van Wingate konden doorverbinden.

Hij wendde zich tot Austin. 'Ik heb de nachtportier aan de lijn. Hij zegt dat de heer Wingate wel heeft afgerekend maar dat hun auto er nog staat. Hij gaat zelf een kijkje nemen.'

Na een paar minuten kwam de portier weer aan de lijn.

'Geen paniek, meneer,' zei Trout kalm. 'Luister. Bel de politie en raak in de kamer niets aan.'

Trout beëindigde het telefoongesprek en richtte zich weer tot Austin. 'De portier had bij hen aangeklopt, maar er kwam geen reactie. Toen hij de deur probeerde, bleek die niet op slot en is hij naar binnen gegaan. Er lag een lijk in de douchecel. Mevrouw Wingate.'

Austins kaken verstrakten. 'Nog enig teken van de heer Wingate?'

'Nee. De portier zegt dat hij waarschijnlijk met iemand is meegereden.'

'Ongetwijfeld, ja.'

'Wat is er gebeurd?' vroeg Nina.

'Komt later wel. We zijn zo terug.'

Terwijl ze Zavala achterlieten om te zien of hij althans voor enige orde in de totale chaos kon zorgen, renden Austin en Trout naar de helikopter. Nog geen minuut later hing de heli weer in de lucht. Ze vlogen naar de snelweg, volgden die tot ze de felle neonreclame van het motel zagen en landden daar op het parkeerterrein.

De politie was er al en onderwierp de kamer aan een eerste onderzoek. Austin zwaaide met zijn identiteitskaart en mompelde vaag iets dat hij van een federaal onderzoeksteam was in de hoop dat ze zouden denken dat hij van de FBI was. Om uit te moeten leggen wat detectives van de NUMA op de plek van een moord te zoeken hadden, zou te veel tijd gaan kosten. De politieman keek slechts met een half oog naar het identiteitsbewijs en was voornamelijk onder de indruk van zijn plotselinge komst vanuit het luchtruim in gezelschap van een vervaarlijk ogend SWAT-team.

Het lijk van mevrouw Wingate lag ineengeklapt in de douchecel. Ze droeg een roze badmantel alsof ze net had gedoucht voordat ze werd vermoord en in de cel was teruggeduwd. Hoewel er geen bloed was, lag haar hoofd in een vreemde knik. Austin liep weer naar buiten, waar Trout inmiddels het hoofdkwartier van de NUMA weer aan de lijn had.

'Het echtpaar Wingate heeft met de oorspronkelijke inschrijfformulieren ook foto's meegestuurd,' zei Trout.

'In dit motel hebben ze vast wel een fax,' zei Austin.

Ze liepen naar het kantoor en Trout stelde zich voor als degene die als eerste had gebeld. De portier zei dat ze inderdaad een fax hadden, zo goed als nieuw, en hij gaf Trout het nummer, die het op zijn beurt aan de NUMA doorgaf. Binnen enkele minuten schoven de foto's uit het apparaat. Het bejaarde echtpaar op die foto's leek in geen enkel opzicht op de dode en levende Wingate die zij kenden.

Austin en Trout ondervroegen de portier, een forse, kalende man van in de vijftig. Hij was nog wat trillerig, maar bleek een goede getuige. Door zijn jarenlange ervaring in de omgang met motelgasten had hij een scherp oog voor details gekregen.

'Ik zag hoe het echtpaar Wingate aan het eind van de middag terugkwam en in hun kamer verdween,' zei hij. 'Na het onweer, toen het minder ging regenen, zag ik hun auto wegrijden en na enige tijd weer terugkomen. Wingate ging naar zijn kamer en kwam even later naar het kantoor om af te rekenen. Hij betaalde contant. Ik herkende hem haast niet meer,' vervolgde de portier.

'Hoezo?' vroeg Austin.

'Nou, hij had zijn baard afgeschoren. Maar ik begreep echt niet waarom hij dat had gedaan. Nu zag je zijn litteken.'

'Dit kan ik geloof ik niet helemaal volgen,' zei Austin.

Met zijn vinger trok de portier een denkbeeldige lijn over zijn wang, van zijn oog naar zijn mondhoek. 'Vrij lang, van hier tot hier.'

Austin en Trout spraken nog enige tijd met de portier tot de politie kwam om hem te verhoren. Daarop gingen zij naar de helikopter terug en vroegen de piloot met een boog over de wegen in de omgeving van de opgraving te vliegen. Ze zagen tientallen koplampen, maar het was onmogelijk om uit te vinden in welke auto Wingate zich bevond. Nog afgezien van het feit of hij überhaupt in een auto zat. Ze vlogen terug naar de ranch, waar de gloed van het vuur al op kilometers afstand zichtbaar was.

Austin bracht Nina en Zavala op de hoogte van de gebeurtenissen in het motel, de moord op mevrouw Wingate en de verdwijning van haar man.

'Het is haast niet te geloven dat de heer Wingate een van hen zou zijn geweest,' zei Nina.

'Daarom zijn we er ook ingestonken. Hij heeft er nauwelijks een seconde voor nodig gehad om die bom in het schuurtje te plaatsen. Echt ijskoud, die vent, wie het ook mag zijn. Vlak voor onze neus.'

Ze huiverde. 'Maar wie was die arme vrouw?'

'Daar komen we niet zo snel achter. Misschien wel nooit.' Hij zweeg een moment. 'Ik heb nog eens nagedacht over die Wingate, of hoe hij ook mag heten. Dat "wie doet mij wat" gebaar van hem naar ons vlak voordat de bom afging. En nog iets. Hij had die baard niet meteen hoeven af te scheren. Hij had beter eerst in zijn vermomming kunnen verdwijnen. Het lijkt er haast op alsof hij de draak met ons stak. Of hij ons zijn minachting wilde tonen.'

Zavala probeerde het positieve van de situatie in te zien. 'Op zijn minst krijgt de admiraal nu niet te horen dat het zijn edele gelaatstrekken waren waar we niet al te zachtzinnig mee zijn omgesprongen.'

'Dat weet hij waarschijnlijk al lang, Joe.'

'Ja, dat zal ook wel.' Zavala stond met zijn handen in zijn zij naar de nagloeiende as te staren. 'En wat nu?'

'De anderen kunnen de boel hier wel in de gaten houden. Wij gaan naar Tucson en zoeken daar een bed op. Morgen vliegen we terug naar Washington.'

'Die gasten zijn een stuk slimmer en beter georganiseerd dan we dachten,' zei Zavala. 'Ze hebben beslist geleerd van de bloedneus die ze op de Nereus van ons hebben moeten incasseren.'

'Eén - één.' In de ogen van Austin was die ijzige glans terug. 'Nu eens kijken wie het winnende doelpunt maakt.'