44

McGinty schreeuwde dodelijk ongerust in de marifoon.

'Wat is daar verdomme aan de hand? Reageert er nog iemand of moet ik persoonlijk beneden een kijkje komen nemen?'

'Kan ik je niet aanraden,' antwoordde Austin. 'We hebben hier zojuist zes kerels in hardsuits op de koffie gekregen en ze zijn helemaal niet aardig. Een van hen heeft op me geschoten.'

McGinty braakte een waterval van woorden uit. 'Jezusmariajozef en alle zeeheiligen op een stokkie nog-an-toe!'

Er klonk een derde stem. Bijna hysterisch. 'Die klootzakken hebben Jacks lijn doorgesneden!' De vermiste duiker sprak vanuit de klok. Austin herkende zijn lijzige Texaanse accent.

'Is alles goed met hem?'

'Ja, hij is hier bij me. Trillend als een espenblad, maar verder oké.'

'Jij en Jack blijven daar,' adviseerde Austin. 'McGinty, hoe snel kun je de klok naar boven krijgen?'

'Ik heb mijn hand op de knop.'

'Begin maar met ophalen.'

'Hij is al in beweging. Wil je dat ik de kustwacht inschakel?'

'Een eenheid mariniers zou beter van pas komen, maar hulp halen is hier net zo nutteloos als het inzetten van een eskadron Bengaalse lansiers. Die hulp komt toch te laat. We zullen het zelf moeten doen.'

Austin, kijk in godsnaam uit wat je doet! Ik heb al in eeuwen niet meer geknokt! Ik wou dat ik naar jullie toe kon komen om een paar van die gasten verrot te slaan.'

'Ik ook. Maar ik wil niet onbeleefd zijn, kap, ik moet ervandoor. Ciao.'

Achter het donkergetinte plexiglas dat Austins gezicht afschermde flonkerden de blauwgroene ogen zo kil als turkooizen. De meeste mensen waren in een dergelijke situatie in paniek geraakt. Austin was evenzogoed bang. Je kon best stellen dat zijn haar zo platinawit was geworden van de talloze heilzame schriksituaties waarin hij zich in zijn carrière had bevonden. Als hij nu zes witte haaien op zich af had zien komen, had hij het zonder meer betreurd dat hij zijn levensverzekering niet tijdig had verlengd. Natuurkrachten waren altijd onopzettelijk en onberekenbaar. Ondanks het angstaanjagende beeld dat de indringers opriepen, wist Austin als geen ander dat er onder die aluminium huid mensen schuilgingen, behept met menselijke zwakheden.

In een flashback flitste de herinnering aan de aanval in Marokko door zijn hoofd. Het enige verschil was dat ze zich nu onder water bevonden. Ze hadden het op de sprekende steen voorzien en de duikers van de NUMA stonden hen daarbij in de weg. Verdere overpeinzingen over het hoe en waarom waren gevaarlijk. Dat soort gedachten konden zo glad zijn als bananenschillen. Nu moest je doortrapt zijn, listigheid kwam beter van pas. Een wolf denkt niet over zijn prooi na voordat hij er bovenop springt. Austin zette zijn brein in de overlevingsstand, volgde alleen nog zijn intuïtie. De koude rillingen die hem sinds hij de aanvallers voor het eerst had gezien, over de rug liepen, maakten plaats voor een warme gloed die door zijn lichaam trok. Zijn ademhaling werd regelmatiger, traag zelfs en ook zijn hartslag kwam tot rust. Maar tegelijk hield hij zichzelf absoluut niet voor de gek. Een wolf had klauwen en vlijmscherpe tanden.

Zavala had het gesprek van Austin met McGinty gevolgd. 'Wat is onze strategie, Kurt?' De woorden waren weloverwogen gekozen, maar er klonk toch iets van ongerustheid in door.

'We laten ze rustig komen. Wij kennen de omgeving hier. Zij niet. We hebben wapens nodig.'

'Mijn specialiteit. Eens kijken wat ik kan vinden.'

Zavala gleed naar de achterkant van de vrachtwagen. 'Draadscharen. Wat hebben die gasten?'

'Weet ik niet. Eerst dacht ik dat het een harpoengeweer was. Maar daar ben ik nu niet meer zo zeker van.'

Zavala zwaaide met de schaar. 'Als we bij ze in de buurt kunnen komen, rits ik ze graag voor je open.'

Austins hersenen, die koortsachtig alle mogelijkheden overwogen, kwamen met piepende remmen tot stilstand. Hij staarde langs Zavala naar de opengeslagen deur van de pantserwagen, zijn blik gebiologeerd op het rechthoekige schijnsel dat in de verder inktzwarte duisternis schemerde. Hij ging er naar toe. Het interieur van de vrachtwagen werd door de draagbare halogeenlampen die ze bij de berging van de steen hadden gebruikt, nog hel verlicht.

'Ik heb misschien een beter idee,' zei Austin. 'De truc met de vleesetende plant.'

Met een schuin oog op de opening in de romp legde hij zijn plan aan Zavala uit.

'Simpel maar slim,' antwoordde Zavala. 'Dat is één. En wat doen we met de rest?'

'Improvisatie.'

Zavala schudde heldhaftig met de draadschaar als een dappere indiaan die met zijn tomahawk zwaaiend een met geweren bewapende cavalerie tegemoet rent. Een moment later werd hij door het duister aan de andere kant van de vrachtwagen opgeslokt, waar hij zich achter de motorkap verborg. Austin trok het deksel van nog twee geldkistjes open.

De inhoud glinsterde als een handvol sterren. Zelfs onder water was de schittering van alle diamanten, saffieren en robijnen oogverblindend. Hij zette de kistjes keurig in een rij voor in de laadruimte, zodat ze vanbuiten goed zichtbaar waren. Ter verhoging van het dramatische effect legde hij er een paar schedels bij. Daarna verwijderde ook hij zich van de vrachtwagen tot hij volledig in de kunstmatige nacht van het reusachtige schip was verdwenen. Hij hing in de enorme, lege ruimte en liet zijn blik tussen de pantserauto en het gat in de romp erboven heen en weer gaan. Hoewel het in de hardsuit koel en droog was, zweette hij uit al zijn poriën.

Eerst priemde er een lichtstraal door de opening in de romp, waarna er als fretten op konijnenjacht twee duikers het hol indoken, die met de stralen van hun zaklampen systematisch de duisternis begonnen af te tasten. Terwijl hij aandachtig hun behoedzame bewegingen volgde, herinnerde Austin zich hoe voorzichtig ze zelf te werk waren gegaan toen ze voor het eerst in het wrak afdaalden en een onbekende wereld binnengingen waar alles op zijn kant lag en boven en beneden geen betrouwbaar referentiekader meer was. Die aanvankelijke verwarring was essentieel voor het slagen van zijn tactiek. Evenals de natuurlijke neiging van de mens om zich in een lege ruimte in eerste instantie op het enige zichtbare voorwerp te richten: de uit het lood geslagen pantserauto.

De duikers zwommen heen en weer, overlegden waarschijnlijk wat ze zouden doen en of ze hier niet in een val werden gelokt. Ze naderden de vrachtwagen, bleven dichtbij elkaar, richtten zich naar de stroming en kwamen zo dichtbij dat hun glimmende pakken als silhouetten tegen het schijnsel van de deuropening afstaken.

Austin vloekte. Ze zorgden er angstvallig voor dat ze schouder aan schouder bleven. Zolang ze dat volhielden was hun plan op sterven na dood en hij en Zavala waarschijnlijk ook. Maar de menselijke natuur bleek toch te sterk. Een van de duikers duwde de ander opzij. Hij bevond zich nu recht voor de deuropening van de vrachtwagen, waarop hij zijn lichaam iets naar voren boog en zijn hoofd naar binnen stak. Austins lippen vertrokken zich tot een grimlach. Met hebzucht kom je er niet, mannetje.

Hij waarschuwde Zavala. 'Klaar om toe te slaan!'

'Ben al bezig,' reageerde Zavala.

Austin gaf beide stuwmotoren vol gas en stoof recht op de achterkant van de pantserwagen af. Het pak kwam langzaam op gang, maar versnelde ogenblikkelijk zodra de vijfhonderd kilo de traagheidskracht en de waterweerstand overwon.

Als een bowlingbal op weg naar de laatste staande kegel schoot hij op de vrachtwagen af, biddend dat de duiker zich niet schrap zou zetten. Het vooruitzicht om in het hiernamaals steeds weer van Zavala te moeten aanhoren hoe hij in zijn laatste ogenblikken op aarde zo fraai een accordeon had geïmiteerd, was allesbehalve aanlokkelijk.

Maar hij had het geluk aan zijn zijde. De duiker bleef met zijn aandacht bij de juwelen en overwoog waarschijnlijk hoe hij ze het beste met zich mee kon nemen.

Austin concentreerde zich op de brede metalen kont van het pak, net onder de hardplastic plaat die als het schild van een schildpad over de luchtflessen lag. Verdomme. Hij zat net iets te laag. Hij stuurde iets naar boven bij.

Hij lag weer exact op koers.

'Nu!' gilde Austin, hoewel hij heel goed wist dat het verheffen van zijn stem hier zinloos was.

Terwijl hij voortschoot, trok hij als bommetjes spelende jongens in het zwembad zijn benen op, probeerde zich voor te stellen dat hij op een onzichtbare rodelslee lag, maar het beste wat hij met de metalen verbindingsstukken die zijn bewegingsvrijheid beperkten, kon doen was zijn knieën optillen.

Zavala werkte koortsachtig door. Met de schaar had hij al een aantal strengen van de kabel waarmee de vrachtwagen aan de voorkant vastzat, doorgeknipt. Hij was bang dat hij er te snel doorheen zou gaan. Op Austins gegilde commando pompte hij alle kracht die hij in zijn bokstijd in de loop van vele trainingsuren met het slaan tegen boksballen in zijn schouders had opgebouwd in de lange handvatten van de draadschaar. Het midden van de kabel was nog onaangetast en gaf niet direct mee. Toch bleken de bekvormige snijbladen even onverbiddelijk als een roofvogel die zijn prooi verscheurt.

Austin probeerde uit alle macht zijn benen gestrekt te houden, maar zijn metalen knieën klapten tegen het metalen achterwerk van de over de juwelen gebogen duiker. Zonder het pak waren Austins kniegewrichten als bij een achterover vallende skiër naar buiten geklapt, maar de stijfheid van het pak redde hem. De duiker dook alsof hij een opdonder van een brahmastier had gekregen met zijn hoofd vooruit de vrachtwagen in. Austin stuiterde terug en maakte een ongecontroleerde buiteling.

De ander deed verwoede pogingen de laadruimte weer uit te klimmen, maar zijn stuwmotoren zaten achter een van de planken klem. Austin had zijn eigen problemen. Hij duikelde door de ruimte, terwijl hij naarstig naar een instelling van de stuwmotoren zocht waarmee hij zich kon stabiliseren.

'Wegwezen!' hoorde hij Zavala roepen.

Nadat er een van de kabels was doorgesneden, was de pantserauto aan de voorkant scheef weggezakt en hing nu vervaarlijk overhellend aan de muur, waarbij de koplampen vrijwel recht naar beneden wezen. Heel even vreesde Zavala, die van een veilige afstand toekeek, dat de wagen zo zou blijven hangen. Maar het volledige gewicht van de vrachtwagen bleek toch te veel voor de overgebleven kabel. Hij knapte en de pantserauto viel van de muur af, dook de duisternis in en voegde zich in een enorme, opwaaiende slibwolk bij de overige wrakken op het autokerkhof, de botten van de bewakers, de juwelen en de worstelende duiker in zijn val meesleurend.

De hele scène had maar een paar seconden geduurd. De overlevende duiker had Austin in een flits zien aanvallen en verbijsterd de neerstortende vrachtwagen nagekeken, maar na de eerste schrik was hij onmiddellijk weer bij zijn positieven. Austin had zijn bewegingen eindelijk weer onder controle en vocht nog tegen de duizeligheid, toen het felle licht van de zaklamp van de duiker plotseling zijn ogen verblindde. Hij drukte zijn stuwmotoren in de daalstand en besefte dat hij gedurende die eerste paar trage meters een makkelijk doelwit was. Hij klemde zijn kaken op elkaar en zette zich schrap tegen de stekende pijn die onherroepelijk zou volgen. Het verblindende licht bleef op hem gericht, maar schoot opeens zijdelings weg en hij zag de andere duiker woest om zich heen slaan.

Zavala!

Toen hij de kritieke situatie zag waarin Austin zich bevond, was Zavala de duiker vanachteren genaderd, had zijn arm om de arm gehaakt waarmee de duiker zijn wapen vasthield, en hem zo uit zijn evenwicht getrokken. Met de vertraagde bewegingen van twee monstrueuze robotten gingen ze elkaar te lijf. In zijn linkergrijper hield Zavala de draadschaar geklemd, maar hij begreep al snel dat zijn tegenstander niet van plan was zich zonder tegenstand te laten openritsen. De halfbakken houdgreep dreigde los te schieten en Zavala was nog maar net bijgekomen van de inspanningen van die ochtend.

Improviseren, herinnerde Zavala zich.

Met al zijn kracht joeg hij de draadschaar in een van de stuwmotoren van zijn opponent. Hij voelde hoe de schaar uit zijn grijper werd gerukt. De draaiende propeller spatte in de buis uit elkaar. Zavala deinsde achteruit. De duiker probeerde met gebruik van beide stuwmotoren weg te komen, maar door de ongelijke stuwkracht van slechts één propeller kwam hij in een ongewenste draaibeweging terecht. Om zijn as tollend verdween hij in de duisternis, een ongetwijfeld onzachte confrontatie tegemoet.

Het wapen van de duiker zweefde los in het water tot Austin het met zijn grijper naar zich toe trok. Het ding zag er nogal primitief uit, maar was van moderne materialen vervaardigd, een dodelijk wapen voor gebruik onder water, waar je geen vuurwapens kunt inzetten. Het had een sledeachtig magazijn met plaats voor zes pijlen. Aan het achterste uiteinde van de korte pijlen zaten vinnen en aan de punt vier vlijmscherpe mesjes die zijn aluminium pak als een blikopener hadden opengescheurd. Het bedieningsmechanisme was groot en eenvoudig zodat de pijlen ook door een robotarm in schietpositie konden worden gebracht.

Zavala kwam dichterbij. 'Wat is dat voor een ding?' vroeg hij nog nahijgend van de worsteling.

'Lijkt een moderne versie van een oude kruisboog.'

'Een kruisboog! De vorige keer waren het duelpistolen,' zei Zavala en er klonk iets van walging in zijn verwondering door. 'Als het zo doorgaat moeten we de boeven strakjes met stenen verjagen. Dan ga ik liever gewoon dood.'

'Lievere koekjes worden niet gebakken, Joe. Ik vraag me af of dit ding echt werkt.' Austin hield de kolf van het wapen tegen zijn borst en richtte. 'Dodelijk, maar volgens mij is hij alleen op heel korte afstand enigszins betrouwbaar.'

'Daar kom je gauw genoeg achter. Er staat nog meer bezoek voor de deur.'

Door het gat in de romp zweefden twee wazige lichtvlekken het schip binnen. Weer twee duikers, allebei gewapend en minder geneigd zich in een hinderlaag te laten lokken als hun beide voorgangers.

'Ik denk niet dat we deze gasten ook zo makkelijk kunnen verrassen,' zei Austin. 'Ze hebben ongetwijfeld radiografisch contact met elkaar, dus ze weten ongeveer wat ze hier kunnen verwachten.'

'Er zijn een paar dingen in ons voordeel. Ze weten niet dat we gewapend zijn. En voorlopig weten ze ook niet waar we zijn.'

Austin zette de mogelijkheden op een rijtje. Ze konden ervandoor gaan en zich verstoppen, maar als ze op den duur uitgeput raakten, zouden ze zich alsnog verraden. De hardsuits waren niet op dit soort dingen berekend en op een gegeven moment zou toch de brandstof of de lucht opraken.

'Goed, we zullen ze eens laten zien wat we in huis hebben. We gooien kruis of munt om wie het aas moet zijn; ik heb alleen geen muntje. Ben jij goed in het nadoen van een glimworm?'

'Hou jij je kruisboog nou maar klaar, Robin Hood.'

De indringers bleven waar ze waren, afgeleid door hun tollende kameraad die als een gek door het ruim wervelde. Zavala deed alle lampen op zijn pak aan en knipperde ermee om aandacht te trekken. Even hing hij als bizar stoplicht roerloos in het duister. Het volgende moment was hij verdwenen. En dat trok hun aandacht. De aanvallers zwommen naar de plek waar ze hem voor het laatst hadden gezien. Maar daar was hij niet meer. Hij bevond zich een paar meter meer naar rechts. Flits! Aan-uit! De lampen op zijn borst en hoofd gingen aan en weer uit. Opnieuw veranderde hij van positie. Lampen aan. Lampen uit.

Het effect was angstaanjagend, zelfs voor Austin, die toch wist wat er gebeurde. Het leek alsof er overal Zavala-klonen opdoken.

'Had nooit gedacht dat ik nog eens als knipperlicht zou eindigen,' zei Zavala.

'Je moeder zou trots op je zijn, Joe. Het werkt. Ze komen dichterbij.'

Het was nog slechts een kwestie van tijd tot ze Zavala te pakken hadden.

'Nog één keer, Joe,' zei Austin. 'Ik ben vlak achter je.'

Weer leek Zavala een knipperende kerstboom. De aanvallers schoten nu pijlsnel naar de plek waar ze hem het laatst hadden gezien. Recht op Austin af.

Hij bracht het wapen naar zijn schouder. 'Vijf seconden om uit mijn schootsveld weg te komen, Joe,' zei hij vlak. 'Wegwezen!'

'Ik ga omlaag,' zei Zavala als iemand die in een lift op een tussenetage nieuwkomers verwelkomt. Hij liet zich een paar meter zakken. Austin telde langzaam af, zijn blik strak op de duisternis achter het dichtstbijzijnde naderende licht gericht. Zodra hij zeker wist dat Zavala weg was, haalde hij de trekker over en voelde de kruisboog lichtjes terugslaan op het moment dat de pijl loskwam. Het projectiel was niet met het oog te volgen, maar het schot moest doel hebben getroffen, want de lichtbundel aan de rechterkant zwaaide plotseling wild heen en weer.

Austin trok de boogpees voor een volgend schot naar achteren en legde vloekend op het vooral in het donker onhandige mechanisme een nieuwe pijl in de slede. Tegen de tijd dat hij de kruisboog voor een nieuw schot tegen zijn schouder zette, begreep de tweede aanvaller wat er gebeurde en knipte zijn lamp uit. Austin drukte toch af ook al voelde hij onmiddellijk aan dat hij dit keer zou missen.

'Ik had er één te grazen, Joe. De ander heb ik gemist. We moeten hem zien te vinden. Ik heb het wapen, dus ik ga voorop.'

Hij tuurde in de duisternis. Zinloos! Hij moest een risico nemen. Hij knipte de lampen voor op zijn pak en op zijn hoofd aan en zag een reflectie. Hij schoot erop af.

'Hij probeert 'm via het gat te smeren.'

'Ik zie hem,' zei Zavala. 'Ik zit vlak achter je.'

Als twee dikkerdjes in een dwaze achtervolgingsscène schoten ze achter hun prooi aan. Austin stond stijf van de spanning, maar zelfs toen hij zo met Zavala op zijn hielen door het water stoof, moest hij er onwillekeurig aan denken dat dit zonder meer een van de zotste gevechten aller tijden was. In een metalen huid opgesloten mannen die in het enorme laadruim van een dodelijk gewond schip met antieke wapens een strijd op leven en dood uitvochten.

Er schoot een schaduw door de opening. Weg.

Verdomme. 'Te laat, Joe.' Austin minderde vaart. 'Hij is eruit.'

'Je zei dat ze met z'n zessen waren. Eén in de pantserauto. Je hebt er een afgeschoten en de derde speelt voor tol. Dan zijn er dus drie over.'

'Dat dacht ik tenminste, maar ik durf mijn hand er niet voor in het vuur te steken. Vergeet niet dat ik me op de Nereus ook vergiste.'

'Hoe kan ik dat vergeten? Had ik eigenlijk werk van moeten maken. Laten we dit snel afronden,' zei hij vermoeid. 'Ik ben doodop, ik moet zeiken als een rund en ik heb zaterdag een afspraakje met een bloedmooie lobbyiste van de boerenbond. Ze heeft van die grote, priemende cactusogen, Kurt, zo blauw heb je ze nog nooit gezien.'

Ooit zullen wetenschappers de zetel van Zavala's libido nog eens openen en zo een van de sterkste natuurkrachten in het universum de vrije loop laten, dacht Austin.

'Tussen jou en je geslachtsdrift wil ik geen spelbreker zijn, Joe. Dit kan link worden. Jij bent voor de wapens verantwoordelijk. Heb je nog iets achter de hand?'

'Volgens mij zie ik daar de slang van de snijbrander.' Zavala steeg een paar meter en greep de hangende snijbrander. 'Hebbes. Kan altijd te pas komen. Hé, de steen is weg.'

Austin kwam ook omhoog tot ze zich allebei vrijwel recht onder de opening in de zijwand van het schip bevonden. Waar eerder de stenen plaat in de luchtzakken had gehangen, werd het blauwgroene water alleen nog door nieuwsgierige vissen bevolkt.

'Die hebben ze gekaapt toen wij beneden bezig waren.' Austin stelde zich voor hoe ze te werk waren gegaan. 'Ze hebben in ieder geval twee mensen nodig om het gevaarte naar boven te brengen. Daar hebben ze hun handen vol aan. En ze zullen absoluut niet verwachten dat we achter ze aan gaan.'

'Waar wachten we nog op?' reageerde Zavala. Hij duwde de nutteloze snijbrander weg en ze activeerden allebei hun verticale stuwmotoren. Ze schoten het schip uit het open water in. Ze bevonden zich nog steeds diep onder de waterspiegel van de Atlantische Oceaan, maar Austin was blij dat hij eindelijk uit die claustrofobische duisternis in het karkas van de Doria weg was.

De duikerklok was verdwenen en het enige licht was het tot een vaag schemerend schijnsel gefiltreerde zonlicht vanboven. De reusachtige romp van de Andrea Doria lag naar beide richtingen uitgestrekt onder hen; dichtbij grijzig om iets verder weg steeds zwarter geleidelijk in het duister op te gaan. Austin zag in de verte iets opflitsen, maar dat kon ook een vis zijn geweest. Hij wou dat hij eens flink zijn ogen kon uitwrijven. Het beste wat hij kon doen was ze even stevig dichtknijpen en ze dan weer open doen. Hielp niet. Een ononderbroken vaalblauwe sluier, meer niet.

Wacht eens.

Daar was het weer. Hij zag het nu goed.

'Ik geloof dat ik ze in de buurt van de boeg zie.'

Ze stegen een stuk, namen vervolgens een horizontale houding aan en gleden als twee in formatie vliegende gevechtsstraaljagers in de richting van de boeg. Zavala zag iets bewegen, waar hij Austin onmiddellijk attent op maakte. De op de luchtzakken drijvende plaat werd door twee duikers voortgeduwd, aan iedere kant één. Aan de voorkant zat een sleeptouw dat waarschijnlijk door een niet zichtbare derde duiker werd getrokken.

'We proberen ze te overdonderen. Jij de lichtshow, ik het schieten.'

De lichtbundels bestreken de steen en de duikers aan beide kanten.

De duikers versnelden, alsof ze dachten hun achtervolgers zo te kunnen afschudden. Austin schoot een pijl af en hoopte dat hij niet een van de luchtzakken zou treffen. Hij dacht dat hij de pijl tegen de plaat zag afketsen. De aanvallers doken weg in de troebele duisternis. Het sleeptouw schoot los. Recht boven een van de oude brugvleugels van de Doria kwam de plaat langzaam tot stilstand.

'Laat ze maar gaan, Joe. Wij moeten dit ding in veiligheid brengen.'

Ze doken erop af en begonnen de steen naar de opening in de romp terug te duwen, waar McGinty hen met de klok kon ophalen. Het ging langzaam, want ze moesten tegen de stroom op worstelen die langs het schip streek.

Er kraakte een stem in Austins koptelefoon. 'McGinty hier. Alles

oké?'

'Met ons alles prima. Hebben de steen. Brengen hem terug naar het werkgebied. Je kunt de klok nu ieder moment laten zakken.'

Er viel een korte stilte, gevolgd door zacht gesnuif. 'Dat wordt problematisch,' zei de kapitein duidelijk geïrriteerd. 'We zijn onze verankering aan de boeg kwijt. Zo te zien zijn de kabels doorgesneden. De oppervlaktestroming solt behoorlijk met ons. Als we de klok neerlaten, gaat-ie als een pendel tekeer. Met het risico dat we omslaan.'

'Ziet ernaar uit dat onze vrienden hun ontsnapping hebben gedekt, Joe.'

'Ik heb 't gehoord. Zouden die ankerkabels niet opnieuw bevestigd kunnen worden?'

Austin en Zavala waren dodelijk vermoeid. De hardsuits waren niet op man-tegen-mangevechten berekend en de metalen huid met alles erop en eraan begon zo langzamerhand een kwellende dwangbuis te worden.

'Het is te doen, maar niet door ons. Het lijkt me beter om dit ding eigenhandig naar boven te werken. Maar makkelijk wordt het niet.' Hij vroeg de kapitein of hij het schip grofweg in de oude positie kon terugbrengen en het daar kon houden.

'Niet precies, maar goed genoeg,' antwoordde McGinty.

Ze naderden het gat in de romp. De Monkfish moest nu recht boven hen liggen.

McGinty liet een knap staaltje vakwerk zien. De kabel die ze hadden gebruikt om het stuk romp eruit te trekken, bungelde vlak boven het wrak. Ze bevestigden de kabel aan de plaat, wat zonder de soepele vingers van de diepzeeduikers nog vrij lastig was, waarna ze de kapitein groen licht gaven.

'Oké, kap,' zei Austin. 'We komen eraan.'