Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina ‘En Simone?’
‘Komt pas vanavond terug.’
‘Vroeger was ze niet zo.’
‘Je moet het haar niet kwalijk nemen. Na de overgang is ze wrok- kig geworden. Dat schijnen meer vrouwen te hebben.’ ‘En mannen?’
‘Mannen kijken vooruit, niet terug.’
Samen liepen ze naar Bernards veranda, omgeven door fruitbomen en bijna permanent in de schaduw. Slechts kleine snippertjes licht lukte het om ongefilterd de aarde te bereiken. Veel uitzicht was er niet. Bernard zei altijd dat hij zich hier met een klein beetje fanta- sie in de Ardennen waande.
Op de vierkante tafel lag een geblokt zeil. In het midden stonden een in krantenpapier verpakte fles en twee glazen. ‘Gaan we blind proeven?’
‘Dat is jou wel toevertrouwd.’
Inderdaad had hij als kind aan vele wedstrijden meegedaan. Als veertienjarige had hij er de televisie mee gehaald en had hij alle routiniers, de knoestige vijftigers en zestigers met hun grote han- den, verslagen. Geblinddoekt maar niet nerveus had hij op een rechte stoel op een podium gezeten, met links en rechts van hem de overige kandidaten. Zachte handen met een lichte seringengeur vouwden de zijne om een glas met een bodempje wijn en leidden het naar zijn mond. De wijnen waren makkelijk te herkennen. Hij had ze allemaal goed geraden. In de jaren zestig waren er lang niet zoveel wijngaarden geweest als nu. Hij had er eer in gelegd om het goede antwoord zo snel mogelijk te geven. Apetrots was hij ge- weest, zonder door te hebben dat de presentator de draak met hem stak. Na afloop had hij door het publiek gedwaald, zoekend naar het meisje of de vrouw bij wie die met seringenzeep gewassen han- den hoorden, maar zonder blinddoek was niemand bereid de han- den om de zijne te vouwen.
Een wonderkind noemde Die Burger hem. Hij wist niet of de op- names bewaard waren gebleven. In Nederland had hij later een pro- gramma gezien dat Wedden dat…? heette en sterk leek op het pro-

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina gramma waaraan hij had meegedaan.
Bernard schonk hun glazen klokkend vol. ‘Nu gaan we drinken.’ Ze hieven het glas. Het kistje. Die fles met die krant eromheen was afkomstig uit het kistje, waar zijn pleegvader al dagen heel op- vallend-onopvallend om liep te doen.
Bernard bezat veel befaamde en zeldzame wijnen en hij wist feilloos wanneer die gedronken moesten worden. Elke fles had zijn eigen top, daarna zette de vervlakking in. Een enkele keer over- kwam het hem zelf dat hij een wijn net te vroeg of te laat dronk. Da- gen kon hij dan chagrijnig zijn. Het ging om die top, die mocht je niet missen. Het maximale. Met ‘op dronk zijn’ had dat niets te ma- ken.
Met deze was dat gelukt, een godendrank. Wat een rijkdom. Een breed scala aan aroma’s kwam hem tegemoet nog voor hij het glas naar zijn neus bracht, maar uiteindelijk was het die ene, unieke geur die voor alle andere uitreisde en zijn zinnen op hol bracht. Daarachter waaierde de geur opnieuw uit, zoals een prisma het licht breekt en het hele kleurenspectrum ontvouwt. Onrust overviel hem, en geluk, want dit was waarvoor hij leefde, maar hij dwong zichzelf het gebruikelijke ritueel af te werken en niet te jakkeren, niet te snel naar de climax te gaan. De veelheid van smaken, die elkaar aanvulden, versterkten en omkeerden was overweldigend. Framboos en kersen, het wrange van onrijpe necta- rine, een hint van hop, lavendel en pistache, een houttoon, alles in stille harmonie met elkaar. Ach, er was geen beginnen aan. Het was een excellente wijn. Hij aarzelde nog om hem perfect te noemen. Daarvoor moest hij zijn kwaliteit net iets langer bestendigen. Over de tafel heen keek Bernard hem verwachtingsvol aan. Hij moest iets zeggen. Vooruit dan maar, honderd procent zeker dat hij ernaast zat. ‘Een Château Malartic-Lagravière uit 1984?’ Bernard schudde grijnzend zijn hoofd. ‘Goede gok, maar nee.’ ‘Zit ik wel in de buurt? Is het een graves?’ ‘Zit je nu te raden, Henk?’
‘Zeg dat het een Franse wijn is.’
Bernard lachte nu voluit. ‘Waarom?’
‘Dan heb ik nog iets goed, en omdat ik niet denk dat Italië, Span-

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina je, Australië of Chili… Misschien ben ik te snobistisch, dan moet je het gewoon zeggen. Hoe kan ik een wijn herkennen die ik nooit ge- dronken heb?’
‘Wil je het echt weten?’
Een onbestemd voorgevoel bekroop hem, maar voor hij ja of nee kon zeggen, verwijderde Bernard met een zwierig gebaar, als een goochelaar die zijn hoed optilt en duiven laat opvliegen, het kran- tenpapier van de fles.
Henk las de naam van de wijn: ‘Arkadia Reserve 1981.’ De teke- ning van de boerderij had hij zelf gemaakt, de wijn ook. Zijn wijn, die verloren was gegaan in een metershoge schervenfontein die zijn droom aan gruzelementen spoot. Koeien waren er dronken van geworden, verder niemand. De fontein had zich doorgezet in de melk die de volgende dag gistend uit de uiers stroomde. ‘Hoe kom je daaraan?’
‘Die heb je me zelf gegeven. Weet je dat niet meer?’ ‘Hoeveel heb je er?’
‘Alleen deze. Als je niet zo gierig geweest was…’ Een vreemd lachje, waarin hij zichzelf niet herkende, ontsnapte uit zijn keel. Hij keek naar de halfvolle fles, dronk zijn glas leeg en schonk hun glazen bij. Het zijne klokte hij achterover en hij keek Bernard aan alsof hij hem wilde aansporen hetzelfde te doen. De bewijzen moesten zo snel mogelijk vernietigd worden. Bernard legde kalmerend zijn hand op Henks arm. ‘Het is niet te laat. Het is tijd.’
Hij rukte zich los. ‘Ik ga pissen.’
Via de keuken liep hij naar de wc. De deur naar de woonkamer stond open. Vanaf het dressoir lachte Jean-Luc hem toe. In de wc deed hij de deur op slot, ging op de pot zitten en staar- de naar de poster van het kasteel van Bouillon, die daar al hing zo- lang hij zich kon herinneren.
Hij wist zeker dat hij Bernard geen fles had gegeven. Dat paste niet in zijn droom. Bernard moest hem achterovergedrukt hebben. Hij zag hem ervoor aan om ’s nachts in te breken in de schuur. Of een van de arbeiders om te kopen.
Hij had hem een fles willen geven, pal voordat hij weg zou rij-

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina den. Dat eerder doen brengt ongeluk, maar deze keer was het an- dersom geweest.
Later zette Bernard zijn plan uiteen. Hij zou alle schulden van de bank overnemen, zodat Betty rechtstreeks bij hem moest aflossen. Wanneer ze dat niet meer kon, was de boerderij van hem. Voor de bank was het ook interessant, omdat de schulden inmiddels groter waren dan de waarde van de boerderij. Henk zou dan carte blanche hebben om zijn wijn te maken en zijn ouders mochten blij zijn dat de boerderij niet in vreemde handen was terechtgekomen. ‘Wat vind je ervan?’
‘Klinkt heel simpel, behalve dat ik niet denk dat Betty akkoord zal gaan, en mijn ouders evenmin.’
Zijn vader zou nooit toestemmen. Hij gunde het hem simpelweg niet. Zij moesten gelijk blijven in het goede en het kwade. Samen in een diepe put met stinkend water blijven zitten. ‘Het is geen kwestie van kiezen.’
‘In 1982 ben ik genekt door het anc en nu dat aan de macht is, gaat dat weer gebeuren, of het nu door de Black Empowerment is of door de landonteigening.’
‘Zeg niet dat je er niet van gedroomd hebt.’ ‘Ik wist niet dat je zo rijk was.’
Nog één kans om een perfecte wijn te maken, de wijn die hem met zijn lot zou kunnen verzoenen. En niet alleen hem. De goden gunstig stemmen. Elke dag had hij ervan gedroomd. Het was een gouden kans, die geen tweede keer voorbij zou komen. Zo hoog- moedig kon hij zich niet permitteren te zijn. Misschien zou hij zijn zus ooit dankbaar zijn voor haar wanbeheer. Bernard verdeelde de rest van de Arkadia Reserve 1981 over hun glazen.
Een auto reed het erf op. Henk keek naar zijn glas. Laten staan was zonde en snel opdrinken ook. Het allerlaatste beetje Arkadia Reserve 1981; hij nam zijn glas mee en vluchtte via een andere uit- gang weg van het huis van de Castels, een fractie van een seconde voordat Simone achterom de veranda op liep. Op de weg die Arkadia scheidde van het terrein van Bernard le-

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina digde hij het glas. De wijn was warm geworden en de smaak een stuk minder. Zo snel was alles verdwenen. Het lege glas gooide hij in de struiken. Bij gelegenheid zou hij het wel een keer opdiepen en aan Bernard teruggeven.

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina v i i
Het is heel jammer om maar twee kinderen te hebben. Het is helemaal jam-
mer als het alsmaar heibel is tussen die twee.
Henk is naar Arkadia vertrokken, kort na de eenentwintigste verjaardag
van Marie, en nu wil hij de boerderij overnemen. Betty neemt zo snel moge-
lijk het vliegtuig terug. Ik snap wel dat hij bezorgd is om de boerderij. Die
gaat ons allemaal aan het hart, maar de rivaliteit tussen die twee speelt na-
tuurlijk ook een rol. Betty was vroeg politiek bewust. Dat zat er altijd al in.
Ze speelde veel met de kinderen uit de barakken en snapte niet waarom
haar klasgenootjes op de kleuterschool allemaal wit waren. De juffrouw
had gezegd, terwijl ze samen met de leerlingen de potloden kleur bij kleur
legde in de vakjes van de grote houten doos, dat God ook van netjes hield,
wit bij wit en zwart bij zwart. Wat kon ik zeggen? Voordat ik naar Afrika
ging, had ik nog nooit een zwart iemand gezien. Ik vond het eerlijk gezegd
niet zo raar dat die werelden gescheiden waren. Ik was het niet anders ge-
wend en mensen zijn mensen. Genoeg stoute witte kinderen en lieve zwarte
kinderen, zei ik tegen Betty. Maar zij was daar niet tevreden mee en op haar
vijftiende besloot ze lid te worden van het anc.
Typisch dat zoiets aangeboren is. Henk woonde in die tijd in Frankrijk en
was al verloofd met Claire. Betty verweet hem dat hij een blanke boer was,
net als zijn vader. Dat is precies wat ze waren. De kerk zei ook dat het goed
was zoals het was, met de zwarten als ondergeschikten van de blanken. De
Nederlands Hervormde Kerk dan, wat de paus ervan vond, weet ik niet. Ik
weet niet eens of jij gelovig bent, en of je een geloof hebt. Dat is niet hetzelf-
de.
Wit of zwart; Zuid-Afrika is geen land voor lanterfanters. Zelf werkte ik
ook hard. Voor binnen had ik een meidje en ik werkte de hele dag samen met

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina haar op. Jarenlang heb ik elke maandag de vloer van de kerk in Wellington
gedweild, samen met een paar andere vrouwen uit de buurt. Natuurlijk kon
je dat door zwarten laten doen, maar het was een leuk uitje en bovendien
was het onze kerk. Tijdens het dweilen kon je niet praten, omdat je te ver uit
elkaar bezig was en het zo galmde. Maar als we klaar waren, dronken we
koffie op de begraafplaats. Die koffie werd steeds door een ander in een ther-
moskan meegebracht. Meestal bakte je ook wat, als je aan de beurt was. Het
gaf gelegenheid om bij te praten en ik keek er echt naar uit. Daar had ik het
gevoel deel uit te maken van een gemeenschap, meer dan wanneer ik zon-
dags in de kerk zat.
Die inval van de politie heeft mij volkomen verrast. Ik dacht dat wij onze
ellende wel gehad hadden, maar die logica kent het leven niet.
Henk had een wijn gemaakt waar hij heel trots op was. Al eerder had hij
een bijzondere wijn gehad, niet zo goed als deze, maar wel beter dan alle
voorafgaande. Daar is hij mee naar Mozambique gegaan, maar dat was
eens maar nooit weer, heb ik begrepen. Ik heb er niet veel over gehoord, ove-
rigens. Wij zijn in onze familie niet zo spraakzaam. Jij zult wel het tegen-
deel denken, maar dat maakt nu niet meer uit. Henk was gefrustreerd door
die boycot. Hij kon zijn wijn nergens kwijt. Wijn moet gedronken worden,
zoals een boek gelezen moet worden, anders bestaat hij niet. Voor Henk was
erkenning als wijnmaker erkenning als mens.
Die ochtend was hij op het erf bezig de kisten met wijn in te laden. Op het
etiket stond een tekening van onze boerderij, heel fijntjes. Klassieker en sta-
tiger dan in het echt, maar dat mag. Het hoeft niet te lijken; het moet aan-
trekken. Hij had dat etiket zelf ontworpen. Niet dat hij zo goed kon tekenen;
hij kon alleen onze boerderij goed natekenen. Arkadia Reserve 1981. Het
jaartal had hij jaar na jaar aangepast, maar nu ging de wijn eindelijk op
transport. Hoe hij dat geregeld had, weet ik trouwens niet. Hij heeft wel ge-
opperd dat de flessen als ‘medicijn’ wel door de boycot zouden komen.
De meeste kisten stonden nog op het erf, toen ik vanuit de richting van de
barakken een aantal mensen aan zag komen lopen met de handen achter
hun hoofd. Zwarten, halfbloeden en een paar blanken, van alles wat. Ze wer-
den onder schot gehouden door leden van de veiligheidspolitie. Twee man-
nen hadden de mouwen van hun overhemd opgestroopt en droegen dozen
met tijdschriften en paperassen.
Helemaal achteraan in de rij arrestanten liep Betty. Ook zij had haar ar-

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina men achter haar hoofd gevouwen en het leek wel of de agent die met getrok-
ken pistool achter haar liep de taak had alleen op haar te letten.
De agenten moeten te voet door de velden naar de barakken zijn gegaan,
want niemand heeft ze aan zien komen. Of op hun buik, in tijgergang. Ze
droegen hoge veterschoenen, waar de pijpen van hun broek in waren ge-
stopt.
Ik vermoedde wel dat daar een soort onderduikers zaten, maar net als in
de oorlog was het beter om niets te vragen en niets te zien. Misschien naïef,
maar die mensen moesten toch ergens naartoe en wij hadden de ruimte.
Qua eten en zo merkte ik er niets van. Daar hadden ze hun eigen systeem
voor. Het waren arme drommels die daar liepen, behalve de blanken, die
kwamen van goeden huize, dat zag je zo.
Henk stond op het erf bij zijn bus met een kist in zijn handen in een hou-
ding alsof hij wilde vluchten, net voordat het besef kwam dat dat niet meer
mogelijk was. Betty liep langs. Ze keek hem woedend aan en hij leek eerst
verbaasd. Maar meteen daarop schudde hij zijn hoofd. Ze leek hem te gelo-
ven, of misschien zou ze dat gedaan hebben, uiteindelijk, maar de agent die
achter Betty liep, een kleine, roodharige man, groette Henk amicaal. Betty
schreeuwde, één ijle kreet als van een dier.
Vanaf dat moment speelde Henk paniekvoetbal, denk ik. Hij duwde de
kist die hij in zijn handen had in die van de agent, maar hield hem zelf ook
nog vast. Ondertussen reed een stoet politieauto’s het erf op. Het werd stil.
Iedereen hield zijn adem in. Vogels hoorde ik niet meer.
Ik weet niet wat er was gebeurd zou zijn als Johan thuis was geweest. Hij
was naar de markt in Clanwilliam. Het was beter dat hij er niet was.
Eindelijk kwam de reactie van de roodharige. Hij deed abrupt een stap
naar achteren, zodat Henk los moest laten, hief de kist hoog boven zijn
hoofd en liet hem vallen. Hij barstte open als rijp fruit; alle flessen kapot.
Een hels kabaal maakte het, maar het had ook iets, ja, muzikaals. De ande-
re agenten begonnen te lachen en sommige van de arrestanten lachten mee,
uit angst of van de zenuwen.
Henk viel die agent aan. Dat is begrijpelijk, maar dat had hij niet moe-
ten doen. Betty riep nog iets, maar het was al te laat. Het was het startsein
voor de rest. Twee collega’s hielden Henk in bedwang en de rest wisselde el-
kaar af bij het bewaken van de arrestanten en het in hoog tempo kapotgooi-
en van de flessen. Kermisvermaak maakten ze ervan. Kist na kist braken ze

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina open en als hun handen te langzaam waren, gebruikten ze hun pistolen. En
toen de tijd begon te dringen, molden ze hele kisten tegelijk, net als de rood-
harige had gedaan.
Het duurde niet lang of er was niets meer over van de jaaroogst. Ze diri-
geerden de onderduikers en Betty de auto’s in en zodra dat was gebeurd,
stapten ze in en reden weg. Een puinhoop bleef achter.
Henk stond tot over zijn enkels midden in de scherven en zijn eigen wijn.
Het bloed kwam door zijn broek heen, of was het wijn? Hij moest geraakt
zijn door de scherven, en bij de geringste beweging zou hij zich weer snijden.
De wijn maakte zich los van de scherven en stroomde de schuur binnen
waar de koeien stonden. We hadden er op dat moment een stuk of zes, puur
voor ons plezier.
Al die tijd was ik gewoon in de keuken. Ik had net een pan ragout ge-
maakt, omdat ik kroketten wilde bakken, maar daar is niets meer van ge-
komen.
Betty ging een halfjaar naar Pretoria, naar wat een rijkeluisgevangenis
werd genoemd, of ‘het hotel’. Nou, wij waren helemaal niet rijk en Betty
vond het verschrikkelijk, want zij was de enige die daarheen ging. De rest
ging naar een gevangenis vlak bij Kaapstad. In ieder geval niet naar Rob-
beneiland, dat denken mensen altijd.

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina Midden in de woonkamer stond een grote koffer. Boven trof hij Bet- ty in de werkkamer aan, die hij al als de zijne was gaan beschou- wen, achter het bureau. Ze zag er moe uit. Haar gezicht tekende snel. Dat zat in de familie.
‘Goede vlucht gehad?’
‘Je hebt aan mijn papieren gezeten.’
‘Ja, ik heb wat vragen.’
‘Dat is voor het eerst in twaalf jaar.’
‘Hoe denk je die schulden af te betalen?’ ‘Met de opbrengst van de oogst als onderpand.’ ‘Dat kun je maar één keer doen.’
‘Wat kan het je schelen?’
‘En die beslaglegging, wanneer had je dat willen vertellen?’ ‘Ga terug naar huis.’
‘Ik ben thuis.’
Hij schoof de loonlijst onder haar neus. ‘Die mensen met tbc…’ ‘Moet ik laten creperen?’
‘En die oude mensen met een productiviteit van nul komma nul?’
‘Snap je het echt niet, of is dit een zieke grap?’ ‘Zonder de boerderij heeft niemand werk.’ ‘O, het is naastenliefde. Zeg liever wat je hier komt zoeken.’ ‘Gerechtigheid.’
‘Zie je, je houdt niet van de boerderij.’ Ze stond op en liep naar de deur. ‘Ik ga uitpakken.’

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina Betty gaf zich niet snel gewonnen. De volgende dag zette na werk- tijd een trage stoet koers naar de schuur. Door hen te lokken met gratis bier verzamelde ze de arbeiders in de kantine. David en Ki- shore, haar politiek correcte bondgenoten met wie ze nu goede sier kon maken, waren er ook. De familie Yona ontbrak. Cécile, een ta- nige, oudere arbeidster die hij altijd graag had gemogen, lachte naar hem en bevestigde zijn vermoeden dat haar gebit niet meer helemaal compleet was.
Hij keek van een afstandje toe en zag hoe zijn zus losjes tegen een tafel geleund tegenover een groep van zo’n vijfentwintig man stond. Op een podium gaan staan was tegen haar principes. Ineens was hij zich ervan bewust dat Betty en hij de enige blanken waren. Ze zette haar plannen voor de boerderij uiteen: een coöperatie moest het worden. De arbeiders, die al maanden geen salaris had- den ontvangen – dat moest hij als eerste in orde maken als Ber- nards ‘vijandelijke overname’ slaagde – vroeg ze een jaar lang ge- noegen te nemen met zeventig procent van hun loon. Het geld was nodig om de coöperatie voor te bereiden. Na dat jaar konden dege- nen die dat wilden tegen voordelige voorwaarden geld lenen om een aandeel te kopen en zo mede-eigenaar te worden. In het twee- de en derde jaar zou het resterende salaris van het eerste jaar terug- betaald worden. Nog eenmaal vroeg zij een offer in ruil voor een be- tere toekomst.
De arbeiders reageerden nauwelijks, maar Sol, een jonge kracht, die pas kort op de boerderij was, stak zijn hand op en vroeg hoe ze konden leven van zeventig procent als honderd procent al te wei- nig was, zelfs als ze het zouden krijgen. Betty vroeg om geduld. Het alternatief was dat de boerderij verkocht zou moeten worden en dan had niemand meer werk.
Weer nam Sol het woord. Hij stelde voor de boerderij aan buiten- landers te verkopen, net als bij De Berkel was gebeurd. Daar was niemand ontslagen en ze kregen nu twee keer zoveel. Henk zag dat de arbeiders hem bijvielen en dat zelfs David niet ongevoelig was voor dit argument.
Maar zij zijn geen mede-eigenaars, wierp Betty tegen. Hún kin- deren zouden op eigen grond wonen.

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina Ze hebben nú honger, riep Sol door de hele kantine heen. Hij had geen kinderen.
Betty begon aan een nieuwe uiteenzetting. Haar stem, die eerst beheerst en zakelijk had geklonken, sloeg over. De deal met de su- permarkt was zo goed als rond. Binnen een jaar kon de Arkadia- rosé in de schappen liggen. De productie zou flink uitgebreid moe- ten worden en daarom moesten ze investeren. De hele oogst zou op Arkadia zelf verwerkt worden.
Met David en Kishore was hij de enige die nog luisterde. De rest begon te morren over opslag en te roepen om bier. David ging van deur tot deur om de arbeiders te bepraten. Hij werk- te zich uit de naad voor haar, en Henk vroeg zich af of dat uit loyali- teit jegens Betty was of omdat hij niet onder hém wilde werken. Hij zag hem met Makeziwe praten voor zijn goed onderhouden huis, waarvan de moestuin veel meer soorten groenten herbergde dan de omringende tuinen. Makeziwe had misschien wel Betty’s kant willen kiezen en dan zouden veel anderen meegegaan zijn, want ondanks zijn jonge leeftijd – ouder dan begin twintig kon hij niet zijn – had hij met zijn rustige, zelfbewuste uitstraling veel in- vloed op de arbeiders. Maar toen de vrouw van Makeziwe hoog- zwanger in de deuropening verscheen, met een krijsende peuter op haar heup, was het pleit beslecht.
Bernard liep zwaaiend met een document op hem af. Bericht van de bank. Betty kon de schulden niet meer betalen. Nu was het aan hen.
Hij reageerde gereserveerd. Zijn ouders wisten immers nog van niets. Bernard maakte zich geen zorgen. Zonder zijn geld zou Arka- dia verloren zijn. Dan werd er een golfbaan aangelegd, of een ap- partementencomplex opgezet. De locatie was er naar. Zijn pleegvader zette al zijn connecties in, stuurde de bank fles- sen wijn uit zijn stercollectie met een briefje erbij met het verzoek mevrouw B. Keppel aan haar betaalverplichting te houden en haar een nieuwe lening of andere kredietvoorziening te weigeren. Ook in deze zaken toonde hij zich een gewiekste en ijverige charmeur.

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina Hij wist wat hij wilde en wat hij moest doen om het te krijgen. Henks taak was nu het bewerken van zijn ouders. Hij belde zijn moeder en legde haar de situatie voor. Ze schaarde zich aan zijn kant, omdat ze niet wilde dat de boerderij verloren ging. Dat daar- voor een injectie met nieuw kapitaal nodig was, begreep ze. Wel jammer dat het niet kon zonder ‘vreemden’, maar ze zou haar best doen om zijn vader mee te krijgen. Hij moest het helemaal aan haar overlaten en niet zelf zijn vader benaderen, waarschuwde ze, anders zou het afketsen.
Hij sputterde tegen, kon zich niet voorstellen dat zijn vader toe zou stemmen. Zijn moeder beweerde dat zij zijn vader veel beter kende dan hij en ze zo haar middelen had. Hij betwijfelde het, maar zag tegen een overhaaste vliegreis naar Nederland op en be- sloot even af te wachten.
De vanuit Zuid-Afrika opgestuurde volmachten kwamen spoedig getekend retour. Hij kon niet geloven dat hij zoveel mazzel had. Het maakte hem onrustig en hij besloot in plaats van zijn ouders een verklaring te vragen, de overdracht zo snel mogelijk definitief te maken.
Bij de notaris in Stellenbosch verwisselde Arkadia officieel van eigenaar.
Bernard, Betty en hij zaten aan een grote tafel en schoven de pa- pieren zonder elkaar aan te kijken door. De notaris voorzag de do- cumenten van een zegel.
Ze kregen ieder hun eigen exemplaar. Dat voor hun ouders zou worden opgestuurd. Betty was na het tekenen onmiddellijk opge- stapt. De lak was nog niet droog en maakte vlekken op zijn over- hemd.
Bernard wilde het vieren en nam hem mee naar hotel Grande Roche in Paarl. Het zou niet passen om te zeggen dat hij zich daar niet genoeg een overwinnaar voor voelde, dus hij zei geen nee. Ze zaten op het terras. Het uitzicht ging wel, te veel verkeers- lawaai op de achtergrond, en rust kon hij niet vinden, ook niet in de vriendelijke en deskundige uitleg van de vrouwelijke sommelier over de wijnen die ze hun aan kon bieden. Ze kon niet weten dat

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina zijn pleegvader in de kelder tientallen wijnen had staan die veel be- ter waren en dat hijzelf op het punt stond om de beste wijn van zijn en waarschijnlijk ook haar leven te gaan maken. Misschien was het haar blauw-wit gestreepte blouse die hem zo afleidde en ervoor zorgde dat hij als een mak schaap knikte op het eerste wat zij hem aanbood, een veel te grassige chardonnay van Fairview, een wijn- boerderij die hij terecht altijd met geitenkeutels associeerde. Samen met David keek hij toe hoe Betty op het erf zoveel mogelijk spullen in haar bakkie, een pick-up, buiten de stad nog net als vroe- ger verreweg het populairste vervoermiddel, laadde. De rest zou ze later ophalen. Ze had van hem niet zo’n haast hoeven maken. Er was plaats genoeg op de boerderij, maar ze wenste geen dag langer te blijven.
David had een aantal arbeiders toch nog zover gekregen om vijf- tien procent van hun loon in te leveren in plaats van de gevraagde dertig. Maar dat was niet genoeg, zei ze en het was te laat. Ze gaf David een hand en bedankte hem. ‘Voor jou is het mis- schien nog niet zo slecht, David. Je kunt veel van mijn broer leren.’ Zijn zus stond op het punt in haar bakkie te stappen. Hij liep op haar af. ‘Waar ga je heen?’
Ze keek hem strak aan. ‘Het land is in de war, iedereen is in de war, maar ik zal mijn belofte aan de mensen hier nakomen, al kost het me de rest van mijn leven.’
Betty reed weg in een wolk van stof. David en hij bleven op het erf achter.
‘Het spijt mij erg, baas, maar ik ga nu ook weg.’ David wachtte op een reactie, maar Henk zweeg. ‘Wilt u dat ik blijf om het werk voor de winter af te maken?’ ‘In Nederland zeggen we: “Niemand is onmisbaar.”’ Net als bij aankomst liep hij alle vertrekken van de boerderij door. De telefoon ging.
Het was Shelley. Ze feliciteerde hem met de boerderij. Hij wist niet wat hij moest zeggen. Zo snel had het nieuws haar al bereikt.

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina ‘Ik kan een oogje op je ouders houden.’
‘Was je dat van plan?’
Hij wilde vertellen dat hij haar miste, dat was het enige wat hij wilde zeggen, maar ze had al opgehangen. De onrust bonkte in zijn hoofd. Hij pakte de auto en reed naar een township bij Paarl, die hij kende van eerdere bezoeken. Vroeger had hij er min of meer de weg geweten, maar de town- ship was inmiddels verviervoudigd in omvang. Een gigantische blokkendoos van golfplaten, plastic, hout en stenen. Hij moest lang zoeken naar een parkeerplaats voor zijn auto. Plaats was er genoeg, maar als hij wilde dat zijn auto er straks nog stond, zou hij een bewaakte plek moeten vinden. De holle blikken van een stel kinderen en hun gebedel negerend, gaf hij een oudere man een paar rand om op zijn auto te letten. Het grootste gedeelte van zijn honorarium zou hij hem bij terugkeer geven. Over een dicht patroon van aangestampte zandpaden, die hier en daar afgewisseld werden door stukken bestrate of geasfalteerde weg, ging hij op zoek naar een shebeen. Straatnamen waren er niet en er vertoonden zich maar weinig mensen in het openbare gedeel- te van de township. Met hekken, schuttingen en muren hadden de meeste inwoners hun terrein afgebakend. Daarachter klonken de stemmen van onzichtbare kinderen en huilden dito baby’s. Dwars door het geluid van een bokswedstrijd heen oefende iemand gitaar- akkoorden. Veel huizen waren ongeveer even groot: één verdieping, een rechthoek van twintig tot dertig vierkante meter, met meestal de wc en wasgelegenheid op de kleine patio die overschoot. Ze leken veel op de barakken van Arkadia. Hier en daar torende een groot twee of drie verdiepingen tellend huis boven de anderen uit. Inwo- ners die het gemaakt hadden, maar toch de township niet wilden verlaten. Nergens zouden ze immers zoveel respect krijgen als hier, waar het verschil tussen hen en de anderen het grootst was. Niets kwam hem meer bekend voor. Alles was veranderd. Hij ver- meed oogcontact en keek uit naar mensen met bruine zakken in hun handen. Die zouden hem de weg wijzen. Uiteindelijk deed de harde muziek dat. Hij had zeker een half- uur gelopen.

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina Aan de bar bestelde hij een hele fles en zette die aan zijn mond. De chemische drank brandde in zijn slokdarm. Het alcoholpercen- tage in dit soort huisgestookte brouwsels kon oplopen tot zeventig procent.
De shebeen had een golfplaten dak dat rustte op palen. Met hou- ten pallets waren muren geïmproviseerd. De vloer was van aarde en bezaaid met sigarettenpeuken en flessendoppen. De drank kalmeerde hem niet, maar deed zijn onrust nog verder toenemen. De reggae van Bob Marley denderde door zijn hoofd. Hij was de enige blanke, maar toch had hij niet het gevoel dat hij uit de toon viel. Hier kwamen alleen desperado’s. Behalve het brouwsel van het huis, waarvan niemand hardop vroeg of zei waar het van werd gemaakt, waren er alleen bier en si- garetten te koop. De ruimte was klein en ondanks de gaten in de muren benauwd. Mensen duwden tegen hem aan met zweterige, plakkerige lichamen.
Duizelig leunde hij tegen de bar. Door de harde muziek heen drong het geluid dat aan kwam zetten, op elk moment dat zijn aan- dacht even verslapte, zich op.
Maar deze keer bracht het geluid van de snerpende ploeg een beeld mee. Beelden van een zomers Arkadia. Hij zag zichzelf in zijn korte broek weglopen van de als kerstboom opgetuigde spar, de tuin, zijn moeder in haar bloemetjesjurk en zijn zusje. In zijn han- den droeg hij een volle melkkan. Om de melk niet over de rand te laten gaan, moest hij voorzichtig lopen. Jean-Luc haalde hem hol- lend in. Hij keek opzij naar zijn vriendje in zijn blauw-wit gestreep- te overhemd. Samen liepen ze naar het braakliggende stuk grond ver achter het huis, hoog de heuvel op. Zijn vader noemde dat stuk het beloofde land. Het was net aangekocht van de Castels en ze fan- taseerden graag over de bestemming. Zijn vader was er echter van overtuigd dat hij nu eindelijk het land gevonden had waar zijn koeien wel op zouden gedijen, beschut, zonnig en vruchtbaar als het was.
Jean-Luc opende zijn hand en liet zijn zakmes zien. Ze lachten naar elkaar.
In de shebeen trok een vrouw met een opgehoogde tweeper-

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina soonskont hem van de kruk en dwong hem met haar te dansen. Hij had niets te vertellen. Ze was groter dan hij en drukte hem tegen zich aan. Zijn gezicht belandde tussen haar borsten. Ze rook naar seringenzeep. Over zijn hoofd heen lachte de vrouw hem uit, sa- men met de andere bezoekers van de shebeen. Het bed vulde vrijwel de gehele kamer. De deur kon maar net open. Woest ging hij boven op haar tekeer. Onder hem glom haar huid in het donker. Haar hele lijf stonk naar natte kut, alsof ze overstroom- de. Eén groot gat was ze, waarin hij dreigde te verdwijnen. Meer houvast zoekend, dwong hij haar op haar buik. Haar billen waren enorm.
Zijn auto vond hij niet meer terug.
Vanuit een net wat grotere hut dan de andere klonk gospel- muziek. Een lichtgekleurde zwerfhond dook op en ging van de ene berg afval naar de andere.
Hij sprak een grijsaard aan en vroeg naar een taxi. De man keek hem aan of hij gek was en liep door.
Bij de drukke verkeersweg die dwars door de township liep, voeg- de hij zich bij de arbeiders die allemaal dezelfde kant op liepen. De massief ogende bouwsels aan weerszijden van de weg maakten de indruk heel geleidelijk naar elkaar toe te schuiven en zo de weg en alles wat zich daarop voortbewoog te willen opslokken. Niet direct waarneembaar, maar onherroepelijk snoepte de illegale stad voort- durend ruimte af van de legale. Ergens stond een radio aan. De op- gewekte stem van dj Gilman ratelde in zinnen zonder punt achter elkaar door. Opgelucht haalde hij adem. Sommige dingen bleven wél hetzelfde.

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina ■
Jean-Luc en hij zijn vaak op het nieuwe land te vinden. Meestal spe- len ze landjepik. Toen het land nog van de Castels was toonden ze er weinig interesse voor. Pas na de verkoop aan de Keppels begint de plek een onweerstaanbare aantrekkingskracht op hen uit te oe- fenen, zoals dat soort open, onbebouwde plekken doen op elfjari- gen overal ter wereld. Henks vader laat het een tijd braak liggen, omdat hij vindt dat de aarde zich eerst moet herstellen. Dat is in Friesland al eeuwenlang de gewoonte. Maar onlangs is hij begon- nen met het omploegen ervan.
De Castels hebben dit stuk land niet lang in hun bezit gehad. De buurman had de grond eigenlijk voor zijn vrouw gekocht, met het doel daar een klein bos aan te leggen, maar dat was er nooit van ge- komen, omdat de gedachte aan de langzame groei van bomen haar deprimeerde en ze heel goed wist dat zo’n bosje boven op de heuvel haar heimwee naar de Ardennen eerder zou doen toe- dan afne- men.
Ook deze zomeravond spelen ze landjepik. Zijn vader is net weer gaan ploegen, nadat het werk tijdens de feestdagen heeft stilgele- gen.
Vanaf de rand van de half omgeploegde akker kunnen ze de spar zien en de boerderij daarachter. De spar is opgetuigd als kerst- boom, met echte kaarsjes en kerstballen, die door een oom uit Ne- derland met de boot naar Afrika zijn gestuurd. Het is een gek idee dat die ballen dezelfde route hebben afgelegd als zijn ouders ooit. Zijn ouders hebben hem vaak verteld over kerst in Nederland. Dat het er dan donker is en koud, en soms ligt er sneeuw. Ze presen-

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina teerden het als iets aangenaams, iets om sterk naar te verlangen. Sneeuw heeft hij nog nooit gezien. Van plaatjes kent hij het wel. In de Drakensbergen ligt soms sneeuw en op de Kilimanjaro in Tanga- nyika, wat een jaar later ineens Tanzania zal heten, altijd. Dat is eeuwige sneeuw. Op school hangen daar afbeeldingen van aan de muur. Het zal zacht zijn en koud.
Beiden dragen ze de door hun moeders opgedrongen kleding. Jean-Luc een knickerbocker en hij een korte broek. Ze praten nooit over kleren en zeker niet over meisjes. Tussen hen bestaat die stille vanzelfsprekendheid die behalve in lange en goede huwelijken ook tussen kinderen kan bestaan. Jean-Luc tekent met een stok een groot vierkant veld uit in het zand.
De emaillen kan met melk die Henk eigenlijk meteen naar zijn vader moest brengen, blijft buiten de lijnen. Om beurten werpen ze hun zakmes in het zand. Jean-Luc heeft een Zwitsers, rood met een wit kruis erop. Behalve gooien, kun je er nog allerlei andere dingen mee doen, maar de blikopener, kurkentrekker en de vork zitten alleen maar in de weg. Hijzelf heeft een écht zakmes. Het kan alleen als mes gebruikt worden en voor niets anders, en het heeft maar één rand gekost. Jean-Luc heeft voor kerst dezelfde ge- vraagd, maar niet gekregen. In maart is hij jarig en hij hoopt dat het dan wel zal lukken.
Wie het eerst raak gooit, mag beginnen en als ze beiden raak gooien, moet het overnieuw. Bij de eerste worp ketst zijn mes af op een steen en blijft dat van Jean-Luc staan, al is het maar net. Het kwaliteitsmetaal steekt heel schuin de zanderige grond in. Ze tel- len tot tien; is het dan blijven staan, dan is het een punt. Hij heeft geluk.
Jean-Luc kiest positie, knijpt zijn ogen tot spleetjes, tuurt einde- loos van zijn eigen land naar dat van Henk en verandert van plek. Zo doet Henk het zelf ook. Als hij moet wachten, moet hij soms op het puntje van zijn tong bijten om zijn ongeduld te bedwingen. Jean-Luc meet vanaf zijn nieuwe positie de afstand en werpt zijn mes. Het blijft trillend staan, dicht bij de grens, maar onmisken- baar in vijandelijk gebied. Zijn kreet van triomf draagt ver over het veld en overstemt het lawaai van de ploeg. Zuur kijkt hij toe hoe

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina Jean-Luc een stuk van zijn land bij het zijne voegt en de oude grens- lijn met de palm van zijn hand uitveegt. Met een overwinnaarsblik in zijn ogen maakt Jean-Luc zich op voor de tweede worp. Het wordt heel stil. De ploeg is tot stilstand gekomen. Jean-Luc strekt zijn arm, mikt en gooit. Henk hoort zijn vader roepen. Zijn langgerekt ‘Henkie!’ lijkt het zwevende mes te- rug te halen, maar dat is slechts schijn. Het mes van Jean-Luc komt in het hart van zijn territorium neer. Met dubbele spijt kijkt hij van het loodrecht geworpen mes naar de kan melk buiten hun denkbeeldige landkaart, buiten de wereld. Hij is nog niet eens aan de beurt geweest.

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina Hij pakte de fiets uit de schuur. Er zaten nieuwe banden op en hij had het frame rechtgebogen. Slimo had hem gepoetst tot hij blonk als nieuw.
De fiets deed bijna niet onder voor zijn exemplaren in Neder- land. Het was plezierig om de wind en de lucht om zich heen te voe- len. Na al die jaren fietsen door het vlakke polderland moest hij weer wennen aan het klimmen en dalen, maar de inspanning deed hem goed. Dat had hij gemeen met zijn dochter, die rende een groot aantal uren per week of haar leven ervan afhing. De top zou Marie nooit halen. Bij een B-wedstrijd in de provincie werd ze af en toe tweede of derde; meer ambieerde ze ook niet. Het ging puur om de inspanning, de roes van de beweging. Zolang je bewoog, bestond je niet. Niemand sprak je aan of verwachtte iets van je. Er werd een vacuüm gecreëerd, waarbinnen het veilig was en rustig. Een schild tegen de wereld.
Het was een bewolkte dag. Het grijs van de lucht zette zich door in het grijs van de bergen, zoals in Nederland lucht en water elkaar kunnen weerspiegelen. Het verschil was dat in Zuid-Afrika de con- touren niet vervaagden.
Hij passeerde de wijngaarden van de buurboerderijen. De mees- te waren nu wel klaar voor de winter; op sommige percelen was de voet van de stokken afgedekt met landbouwplastic. Een rij vrou- wen en kinderen liep met pannen en tassen door het veld. Hij ver- moedde dat ze naar het ziekenhuis gingen om eten te brengen aan familieleden.
Na een kilometer of zes door een dal waar behalve druiven ook

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina pruimen, abrikozen en citrusfruit verbouwd werden, begon hij aan een lange klim. Hij concentreerde zich op het fietsen en het stuk asfalt voor zijn voorwiel. Nu hij eindelijk weer fietste, voelde hij zich vrij. Hij was nog geen andere fietsers tegengekomen. Blan- ken die hem passeerden in hun dure auto’s wierpen hem soms een bevreemde blik toe.
Ineens vloog er iets tegen zijn rug. Misschien een steentje. Even later gebeurde het weer, nu tegen zijn helm. Het ketste af en viel op de grond in stukken uiteen. Een kluit modder was het geweest. Hij keek om zich heen. Bij een paar dicht bij de weg gelegen barakken speelden kinderen kleilat. Ze staken klompjes klei op een takje en gebruikten dat als katapult. Giechelend stoven ze uiteen toen hij hen in het vizier kreeg.
Onzeker over zijn houding stak hij met een lachend gezicht drei- gend zijn hand op. Als ze hem achterna zouden rennen, zouden ze hem zo in kunnen halen, maar geen van hen zette ook maar een voet op de weg.
De top van de heuvel kroop dichterbij. Hij ging op de pedalen staan om meer kracht te zetten. Om zijn cadans te bewaren telde hij de omwentelingen. De botten in zijn knieën deden pijn. Zich forcerend fietste hij in een stug tempo door. Net voor de top begon hij een beetje te slingeren. Met een laatste krachtsinspanning bereikte hij het hoogste punt. Hij stopte, pakte zijn bidon en keek naar de zwarte heuvels in de verte, en het rommelige landschap dat daartegenaan geplakt was. Een verzameling boerderijen, plukjes huizen en bedrijven met gro- te schuren en rokende schoorstenen.
Door de wind koelde zijn zweet snel af. Hij kreeg het koud. Roekeloos dook hij omlaag. Het asfalt schoot weg onder zijn banden. Het was glad, daardoor ging het nog harder. Zachtjes kneep hij in de remmen. Er knapte iets bij het achterwiel. Het rom- melde door de spaken en rolde op de grond: een remblokje. Die had hij nog willen testen, maar in zijn haast om op pad te gaan, was hij dat vergeten. Zo voorzichtig als hij kon, om niet over de kop te slaan, probeerde hij met het voorwiel zoveel mogelijk af te remmen, anders zou hij de bocht onder aan de helling niet kun-

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina nen maken en rechtdoor gaan, wie weet waar naartoe. Net voor de bocht zag hij iets liggen, een dier, half in de berm, half op de weg. Uit alle macht probeerde hij zijn fiets van de rand van de berm meer naar het midden van de weg te sturen. Zijn ge- hoor sloot hij af voor een mogelijk van achteren naderende auto. Dichterbij gekomen zag hij dat het een hond was. Het beest was zwaargewond. In een flits zag hij dat in de opengereten buik het hart nog klopte. Rakelings schoot hij erlangs. In de berm iets verderop stond Andile. Hij keek hem op zijn wit- te gymschoenen en in zijn poloshirt net zo aan als op de foto bij Shelley. In een reflex kneep hij hard in allebei de remmen. Fout. In plaats van gelanceerd te worden, viel hij languit opzij en schoof voor zijn fiets uit een heel eind de berm in. Godzijdank had hij een lange broek aan en niet zijn fietsbroek. Hijgend bleef hij liggen, met zijn gezicht in het gras, dat naar klaver en weegbree rook, alsof hij in Nederland was. Zijn kleren af- kloppend stond hij even later op en strompelde naar zijn fiets. Hij keek.
Andile was weg en het hart van de hond klopte niet meer.

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina v i i i
Hoe belangrijk is seks in een mensenleven en hoe anders is het voor een man
dan voor een vrouw? Mijn ervaring is waarschijnlijk te beperkt om algeme-
ne uitspraken te doen. Het is ook een kwestie van karakter, wat je in man-
nen oproept of wat je niet in hen tot bedaren kunt brengen.
Na het ongeluk met het buurkind hebben jij en ik elkaar nooit meer ge-
zien. Dat was de stilzwijgende afspraak met Johan. We begonnen een ander
leven, een leven met een groot geheim, dat nooit geopenbaard mocht wor-
den. Die nacht is de laatste keer dat ik intiem geweest ben met hem, met ie-
mand. Ik gebruik het verkeerde woord. Ik weet geen ander, het was allesbe-
halve intiem, het was zwart, laten we het voorlopig daarop houden en ik
was pas vierendertig. Op televisie zie je andere dingen. Daar zitten mensen
met de armen om elkaar heen op de bank, maar ja.
Waar het om gaat: die vogelverschrikker en dat weglopen – na die keer
in Opperdoes heb ik nog heel wat tochtjes moeten maken, totdat een slot op
de deur en het raam van de slaapkamer uitkomst bracht. Ook voor hem, hij
wende eraan – dat kon ik plaatsen, dat is ouderdom, vergeetachtigheid.
Daar heb ik zelf ook last van. Daarom schrijf ik je deze brieven. Ik weet niet
of ik ze zal gaan posten of dat wij elkaar ooit nog zullen zien. Nu ben ik nog
goed, maar het kan zijn dat ik op een bepaald moment vergeet dat ik ze ge-
schreven heb of dat het brieven zijn, en dan schil ik de aardappels erop en
gooi ze weg, dag na dag, tot ik weer over moet gaan op kranten. Dat is niet
erg. Eén ding zou ik niet kunnen verdragen: dat ik je tegenkom op straat en
dat jij mij dan herkent, maar ik jou niet, omdat ik je vergeten ben.
Ik begreep pas echt dat het mis was met Johan toen alles seksueel werd.
Waren we in de tuin aan het werk, riep hij ineens: ‘Schatje, je bent een lek-
ker ding, ga je mee naar binnen?’ En dan die obscene gebaren erbij, ik ging

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina bijna terugverlangen naar de tijd dat hij dag en nacht in pyjama over
straat liep. Ik hoefde maar in zijn buurt te komen of hij probeerde me aan
te raken. Hij kneep in mijn borsten of in mijn billen, en als hij heel vlug was
het liefst ergens anders. Ik weerde hem af en sloeg zijn handen weg, maar
het gekke is, als je al zo lang niet op die plekken door een ander bent aange-
raakt, dan blijf je dat nog dagen voelen en ernaar terugverlangen. Je voelt
je anders, ook als het op zo’n onprettige manier gebeurt. Elke vijf jaar moet
ik bij de huisarts een uitstrijkje laten maken. Soms doet zijn assistente het,
maar die is niet zo handig. Dan maakt meestal toch de huisarts het af. Die
eendenbek is koud. Het is een groot ding dat er diep in gaat en dan moet er
ook nog gewroet worden om wat van je baarmoedermond af te schrapen.
Dat kan behoorlijk pijnlijk zijn, maar de rest van de week heb ik dan een
warm gevoel.
Ik kon het niet langer uitstellen. Ik moest met de huisarts praten over Johan.
Inmiddels hadden we een andere arts, een jonge vent nog. Het was de eerste
keer dat ik bij hem was. Eerst begreep hij het probleem niet. Ik had nog bij-
na niks gezegd, alleen wat over dat aanhalige gedrag van Johan, of hij kwam
met die standaardopmerkingen dat je moet uitzoeken wat je fijn vindt en
niet bang moet zijn om te experimenteren, en dat op zo’n amicaal toontje. Ik
vroeg of hij zijn mond wilde houden, zodat ik namens mijn man kon om-
schrijven wat de klachten waren. Toen ging het beter. Of nou ja, hij dacht aan
Alzheimer. De volgende keer kwam Johan mee en na wat tests voor de zeker-
heid was de diagnose definitief. Zijn geheugen zou steeds grotere gaten gaan
vertonen en uiteindelijk zou hij niet meer thuis kunnen blijven wonen. De
huisarts vroeg of hij het hem zou vertellen, of dat ik dat liever zelf wilde doen.
Het leek me beter om dat zelf te doen. Of het niet te doen.
Eerlijk gezegd kwam dat in mijn straatje te pas. Ik denk niet dat Johan
akkoord was gegaan met de overdracht van de boerderij aan Henk. Daarom
heb ik behalve mijn eigen exemplaar, ook zijn volmacht ondertekend en zelf
op de post gedaan natuurlijk, wat denk je.
Het is slecht, dat geef ik toe, het slechtste wat ik in mijn leven gedaan heb.
De reden is dat ik hoopte dat uiteindelijk onze hele familie lichter zou kun-
nen leven, ikzelf incluis. Ik vond dat we allemaal een tweede kans verdien-
den.

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina ‘De grachten zijn in de zestiende en zeventiende eeuw aangelegd om de pakhuizen vanaf het water te bevoorraden. De takels die u boven aan de huizen ziet, herinneren daar nog aan…’ Vrijwel synchroon lieten de Japanners hun hoofden op hun rechterschouder zakken om langs de hoge grachtenhuizen om- hoog te kunnen kijken, tot aan de nok.
Marie hoorde zelf dat haar tekst wat sleets klonk. Het was een lange dag geweest met studie, hardlopen, een extra training en dan dit werk nog.
Ze voeren vanaf de Prinsengracht onder de brug door de Lelie- gracht op en passeerden een café met een smal terras aan het wa- ter. De camera’s klikten en maakten foto’s van de bezoekers aan de tafels. Precies op het moment waarop dat altijd gebeurde. Ze kon er de klok op gelijk zetten.
‘We varen nu naar de Keizersgracht. Daar woonden vroeger veel kooplieden, die rijk geworden waren dankzij de voc, de Verenigde Oost-Indische Compagnie…’
Ze hoorde een luide bons bij de achtersteven. Vanaf het terras werd spontaan geapplaudisseerd. Achter de Japanners, die nauwe- lijks reageerden en misschien meenden dat dit een vast onderdeel van de rondvaart was, zag ze Vincent op de boot staan. Hij kwam naar haar toe gelopen, tussen de banken door, alsof het een kerk was.
De stuurman keek haar vragend aan. Ze gebaarde dat alles in orde was en ratelde op routine nog even door. ‘Een van die koop- manshuizen is het Huis met de Hoofden uit 1622. Het huis ont-

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina leent zijn naam aan de zes versieringen in de vorm van hoofden aan de voorgevel. Volgens een legende zouden die van zes rovers zijn…’
Vincent nam haar in zijn armen en kuste haar. Achter hen bleef het stil.
In hun omhelzing bedacht ze hoe vreemd het was dat de Japan- ners op de boot Vincent al hadden gefotografeerd voordat zij hem had gezien. Zijn afbeelding zou met hen mee reizen naar hun verre land. De fotoboeken zouden rondgaan bij familiebezoek, de anekdote erbij verteld, tot niemand het meer zou weten. Met een brede glimlach ging Vincent vooraan tussen twee Japan- se vrouwen zitten. Hij knikte hen gedag, van links naar rechts, en zowaar ontdooiden de bleke gezichten.
Op de automatische piloot ging ze door met haar uitleg. Vincent staarde haar onafgebroken aan. Ze had haar toelichting op de voor- bijglijdende bezienswaardigheden het liefst zo snel mogelijk afge- raffeld, maar dan zou ze al bij de volgende brug zonder tekst ko- men te zitten.
In zijn kamer aan de goedkope kant van het Vondelpark bedre- ven ze de liefde. Hij zei hoe ontzettend geil hij was geworden toen hij haar in haar uniform Japans had horen praten, en dat was zelfs nog voordat hij had gezien dat zij het was. Ze wilde niet weten of hij anders ook in de boot was gesprongen. Hij bedoelde het tenslotte als een compliment.
Schoolkinderen speelden op het plein onder het raam aan de achterkant. Geruststellende geluiden.
Ze vertelde dat ze verliefd op hem was. Hij kuste haar en noem- de haar schoonheid.
Vincent was gretig en wilde alles van haar weten, kennismaken met haar familie. Ze meende dat hij wel goed met haar vader zou kunnen opschieten, maar ze wist niet hoe lang hij in Zuid-Afrika zou blijven. Bovendien, nu met de boerderij…, ze kon het niet anders zien dan dat hij haar tante die via een slinkse procedure afhandig had ge- maakt. Zij leefde voor Arkadia, en de idealen van haar tante waren ook de hare. Nu zat zij zonder werk en zonder geld op een flatje in Kaapstad. Meestal zag ze haar maar één keer per jaar, maar toch was

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina er een hechte band tussen hen. Natuurlijk, omdat ze geen moeder had – dat wil zeggen, niet in praktijk – had zij die rol overgenomen. Zoveel psychologie had ze zelf ook nog wel in huis. Niet zien of heel weinig zien leek een klein verschil, maar was dat niet. Het bepaalde of iemand nog deel uitmaakte van je leven of niet. ‘Laten we naar Brussel rijden,’ stelde Vincent voor. Ze probeerde hem uit te leggen waarom dat niet kon, maar hij veegde al haar ar- gumenten van tafel. Haar moeder zou het leuk vinden haar te zien, en hem ook. Ze moest alles niet moeilijker maken dan het was. In het ergste geval gingen ze Brussel verkennen en dan nog zou het een goedbestede dag zijn.
Het leek haar een grote luxe om zo ongecompliceerd te kunnen zijn. Vincent zag het leven als een scala van kansen en mogelijkhe- den. Getob vond hij zonde van zijn tijd. Ze was blij dat ze hem was tegengekomen en dat iemand als hij verliefd op haar was, al zou hij dat nog wel hardop moeten uitspreken.
In zijn tweedehands cabrio reden ze door de zomerse polder. On- derweg zongen ze de hit mee van een band met een onzinnige naam: Wet Wet Wet. ‘I feel it in my fingers, I feel it in my toes. Your love is all around me, and so the feelings grows.’ Ze zweeg en Vincent zong door. ‘It’s written on the wind, it’s everywhere I go.’
Hij merkte dat ze niet meer meedeed en keek opzij. Ze viel weer in, enigszins onvast. ‘So if you really love me, come on and let it show.’
In Scharwoude kwam bijna de hele maaltijd van het land. De tuinbonen, sla, komkommer en aardappels. Vincent ging zich te buiten aan zowel het eten als aan complimenten. Hij was een fijn- proever en at nooit hamburgers of ander fastfood. Lager dan die sushi was hij nooit gezonken, had hij Marie toevertrouwd, maar in die zin ging liefde ook door de maag.
‘Mevrouw Keppel, het eten is werkelijk uitmuntend. U zou een restaurant moeten beginnen.’
Haar oma bloosde meisjesachtig. Vincent wond mensen moeite- loos om zijn vinger. Het gemak waarmee het hem afging en de lol die hij erin scheen te scheppen leken gelijke tred te houden.

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina ‘Hoe hebben jullie elkaar leren kennen?’ vroeg haar oma. ‘We zijn tegen elkaar opgebotst,’ zei Vincent. Haar grootouders lachten.
‘Echt waar,’ zei ze. ‘Ik was aan het rennen en hij was op de fiets.’ ‘Op een plek waar je niet mocht fietsen, zoals uw kleindochter mij heeft uitgelegd.’
Onvermijdelijk kwam het gesprek op haar vader in Zuid-Afrika. Ze dachten allemaal dat hij nog wel even weg zou blijven. Marie zei dat ze het oneerlijk vond.
Vincent merkte op dat hij graag naar Zuid-Afrika zou willen. Met Marie natuurlijk. Het leek hem een geweldig vakantieland. Zelf kon ze zich niet voorstellen dat ze ooit nog terug zou gaan, maar haar vader had ook gezworen er nooit meer een voet te zet- ten.
Ze aten verder en haar oma vertelde dat David ontslag had geno- men en werk had gekregen bij Kishore, die in Kaapstad iets met te- lefoons was gaan doen.
‘Kishore is toch advocaat?’
Haar oma haalde haar schouders op. ‘Er zijn nu gunstige regelin- gen, voor als je een kleurtje hebt en een onderneming wilt gaan op- zetten.’
‘Ik dacht dat Kishore zo idealistisch was.’ ‘Alleen met een eigen bedrijf kun je echt geld verdienen,’ zei Vin- cent.
Ze voelde een hand op haar dij. De hand kroop strelend omhoog. Glimlachend keek ze op naar Vincent. Hij glimlachte terug, maar toen zag ze dat hij een mes in zijn ene en een vork in zijn andere hand had. Het werd koud om haar hart.
Ze schoof haar stoel iets naar achteren en gluurde onder het ta- fellaken. De dooraderde hand van haar grootvader lag op haar blo- te been. Met zijn andere hand werkte hij zijn geprakte eten naar binnen. Ze keek hem aan. Zijn hand sloot zich vaster om haar been en kroop naar boven. Ze zat als versteend, kon niet geloven dat hij verder zou gaan, maar zijn vingers raakten aan haar kruis, kietel- den haar. Met een ruk schoof ze haar stoel naar achteren. ‘Het was heel lekker, maar ik moet nog studeren vanavond.’

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina Vragend keken ze alle drie naar Vincent. ‘Eh ja, dat klopt, morgen tentamen, was ik bijna vergeten.’ Haar oma pakte in de keuken een voorraadje groenten uit eigen tuin voor haar in, zodat ze de hele week gezond kon eten. ‘Leuke jongen, is hij verliefd op je?’
‘Ik weet het niet. Zeg je zoiets tegen elkaar?’ ‘Natuurlijk is hij verliefd. Je hebt alles mee.’ ‘Ouma, wat is er met oupa?’
‘Hoezo?’
‘Hij doet raar.’
‘Hij is een beetje moe.’
Marie wees op de plank boven het aanrecht, vol alternatieve ge- neesmiddelen, vitamines en geneeskrachtige kruiden. ‘Wat is dat?’ ‘Dat is preventief, ik slik ze ook.’
‘Ouma, oupa legde zijn hand op mijn been.’ Haar oma was even stil. ‘O, nou ja, dat is z’n Alzheimer.’ Ze moest beloven tegen niemand wat te zeggen.

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina i x
Net na Kerstmis is het gebeurd, in het nieuwe jaar. Als de feestdagen nade-
ren, denk ik er altijd extra aan. Niet dat er dagen zijn waarop ik er niet aan
denk.
Een paar jaar geleden ben ik onder algehele narcose geweest wegens een
herniaoperatie. Daarna was even de hele wereld nieuw. Ik deed mijn ogen
open en alles leek zo groot en leeg. Dat was fantastisch, maar zodra ik me
afvroeg wat er ontbrak, was het weer voorbij.
Het is zinloos om me af te vragen hoe mijn leven verlopen zou zijn als het
niet gebeurd was. Maar ik heb zoveel tijd dat het ook zinloos is om het niet
te doen. Honderdduizenden keren heb ik me afgevraagd of ik de moed zou
hebben gehad om bij Johan weg te gaan. Ik betwijfel het en troost me met de
gedachte dat ik ons gezin bij elkaar heb gehouden. We hebben het nooit uit-
gesproken, maar dat was het enige waar Johan en ik hetzelfde over dachten.
Ons gezin ging boven alles. Ach, al die gedachten hebben een slechte moeder
van mij gemaakt, en iedereen droomt wel van een nieuw leven.
Het is trouwens niet zo dat het na 1963 alleen maar kommer en kwel is
geweest. Alles went, dat is echt zo. Kijk naar Jackie Kennedy. Na de moord op
haar man heeft ze nog een hele carrière gehad. In de tijdschriftenwereld,
dacht ik.
Op eerste kerstdag gingen we om negen uur naar de kerk in Wellington. Zo
fijn om die bekende kerstliedjes te zingen en je verbonden te weten met ge-
lijkgestemden. Iedereen was in zijn beste kleren natuurlijk. De vrouwen en
grote meisjes droegen een hoed en sommige mannen ook. Ik had een nieuwe
jurk, rood met witte bloemetjes, en schoenen waarvan de hak misschien wat
te hoog was, want ik kreeg de nodige afkeurende blikken, maar dat kon me

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina niet schelen. Ik vond ze mooi en Johan ook. Betty droeg een geel jurkje met
ruches en zo’n schattig pofbroekje van dezelfde stof eronder. Voor Henkie
had ik een knickerbocker genaaid, maar die wilde hij niet aan. Hij liep de
hele zomer in korte broek, en als het aan hem lag ’s winters ook. Ik kreeg
hem toch zover dat hij in die knickerbocker naar de kerk ging. Je hoorde nu
eenmaal nieuwe kleren aan te hebben met kerst. Ik moest een beetje dreigen,
zeggen dat hij anders niet met Jean-Luc mocht spelen.
Johan droeg zijn zondagse pak, wat ook zijn trouwpak was geweest. Lan-
ger dan twee uur per week droeg hij het niet. Bij thuiskomst deed hij zijn
oude kloffie weer aan. Alleen op de bruiloft had hij het langer gedragen.
Na de dienst dronken we koffie met onze gemeente. Trudie had kerst-
brood gebakken. De sneden gingen rond met echte Hollandse roomboter
erop. Een traktatie. In het kindertehuis kregen we dat ook met kerst. En een
sinaasappel.
Om een uur of halfvijf begonnen we thuis met de braai. Met z’n vieren.
Zelfs het meidje had vrij. Met de feestdagen wilden we onder elkaar zijn.
Dat is dan weer het voordeel van zo’n klein gezin, je kunt alles makkelijk
zelf af.
Johan en Henk zorgden voor het vlees: karbonades, rund en struisvogel.
Later staken Betty en ik samen de kaarsen aan van de spar, die twee weken
per jaar als kerstboom diende. Binnen hadden we nooit een boom, omdat we
in de zomer zoveel buiten waren.
Op tweede kerstdag maakte ik samen met Betty kroketten. De kinderen
waren daar gek op en Johan helemaal, die kende ze nog van vroeger. De rest-
jes braaivlees gingen erin.
Struisvogelkrokettten, die zouden ze in Nederland moeten verkopen. We
maakten er een heleboel en legden voor onszelf een aantal apart. De rest
bracht ik met Betty op een schaal met een theedoek erover naar de barakken.
Het was een eind lopen, wat wel goed was, want dan brandden ze hun mond
niet.
Soms kwamen er een paar kinderen naar de boerderij als ik kroketten
aan het bakken was. Dat roken ze al van verre. Dan stonden ze voor het open
raam te kijken en als ik even niet oplette pakten ze er een paar. Dat wist ik
wel. Ik maakte er extra veel, maar omdat ik moest doen of ik niets gezien
had kon ik ze niet zeggen dat ze de kroket eerst moesten laten afkoelen.
Kort na Nieuwjaar bakte ik nog een keer kroketten. Het was echt iets voor

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina de vakantie. Die dagen na Nieuwjaar waren altijd zo onbestemd. De feest-
dagen waren afgelopen – of je moet Driekoningen meetellen – maar de kin-
deren waren nog wekenlang vrij.
Ik liep met de schaal naar buiten en luidde de bel. Johan pakte er twee te-
gelijk. Ik zag dat zijn handen vuil waren. Hij was aan het ploegen op het
nieuwe stuk grond en ging al etend weer terug.
Henk brak zijn kroket in tweeën. Aan Jean-Luc zou hij de helft geven, en
als hij niet keek, zou Jean-Luc die op zijn beurt weggooien. Het was een kies-
kauwer, zo mager als een lat. Van stevige Hollandse kost zou hij opknappen,
maar ja.
Betty nam haar kroket mee het grasveld op. Het lijkt misschien onbelang-
rijk, die kroketten, maar op deze dag telde alles. Zelfs de kroketten hadden
het verschil kunnen maken. Elke dag worden de kaarten opnieuw geschud.
Henk moest de melk naar zijn vader op het land brengen, maar hij bleef
lang weg. Ik begon mij ongerust te maken, maar ik kon niet weg. Betty sliep
al en ik wilde haar niet alleen laten. Eindelijk hoorde ik de achterdeur. Henk
kwam thuis. Hij zag eruit… Ik wist meteen dat er iets verschrikkelijks was
gebeurd en ook dat ik hem er niet naar kon vragen. Om bezig te blijven vul-
de ik de tobbe en zette hem daarin. De manier waarop hij met zich liet doen,
was hartbrekend, alsof hij vijf was net als zijn zusje en geen elf. Hij leunde
achterover en deed zijn ogen dicht. Het water verkleurde tot een soort bruin-
grijs, maar hij deed of hij in een luxe schuimbad zat.
Niet veel later kwam Johan ook thuis. Die zag er helemaal uit of hij we-
ken in de rimboe had gezeten. Hij zag de tobbe en begon zich uit te kleden.
Ik beduidde Henk dat hij voort moest maken. Zijn vader hield niet van
wachten. Al die tijd werd er geen woord gesproken. Henk stapte uit de tob-
be en Johan erin, zonder dat ze elkaar aankeken. Twee blote lijven, vader en
zoon.
Eigenlijk had ik schoon water moeten nemen, want toen ik Henk af-
droogde, werd de handdoek helemaal zwart. Het was een bad van niks,
maar ja.
Henk trok zijn pyjama aan, zei welterusten en ging naar bed. Ondertus-
sen waste ik de vuile kleren. Hun overalls zaten onder de vlekken. Ik nam er
een nieuw stuk Sunlight voor. Alles leek zo onwerkelijk.
Nadat ik de was in de schuur had uitgehangen, ging ik naar bed. Ik was

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina klaarwakker, maar had geen idee wat ik anders moest. Niet veel later kwam
Johan in het schone ondergoed dat ik had klaargelegd de kamer in en liep
op het bed af. Hij overweldigde mij, zoals eerder in Nederland zijn broer had
gedaan. Het zit in de familie, schoot het door mij heen, toen hij mij nam en
ik dacht aan de sprei met het wafelpatroon. Ik was er helemaal niet op be-
dacht. De meeste mensen herinneren zich hun laatste keer waarschijnlijk
niet, maar ik dus wel. Ik wil er niet bitter over zijn. Dat heeft geen zin. Het
is precies zoals het is. We zijn allemaal schuldig.
De volgende dag waren de zes encyclopedieën verdwenen. Ik vond ze in
een doos in de schuur. Daar zijn ze gebleven tot we terug naar Nederland
gingen.

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina Op een ochtend was hij nog vroeger dan gewoonlijk naar het land- je gegaan. De zon was nog niet helemaal op toen hij over het lage hek stapte en bijna tegen David aan botste. Zonder een woord had David zijn schoffel, hark en andere spullen gepakt en was wegge- gaan.
Het verbaasde Henk niet dat zijn voormalige bedrijfsleider dege- ne was die het landje al die jaren had onderhouden en de druiven had geoogst. Hij begreep nu waarom het Bernard niet had kunnen zijn. Zijn pleegvader, dacht hij, voor het eerst met enige bitterheid, liet hem alles zelf doen, dwong hem. Een tiran, net zo goed als zijn eigen vader.
Met David had hij de liefde voor het landje gemeen. Het was goed dat hij hem er nooit naar had gevraagd. Het landje was een tempel die gediend moest worden, niet besproken. In het kielzog van Betty had David de boerderij vlak na haar verla- ten. Hij werkte tegenwoordig bij Kishore, die een handeltje in mo- biele telefoons was begonnen. Een merkwaardige stap voor iemand als Kishore, die zijn leven tot nu toe had gesleten achter een bu- reau. Een onderneming in mobiele telefoons leek hem riskant. Hij kon zich niet voorstellen dat mensen altijd en overal gestoord wil- den worden in hun gesprekken en bezigheden. Het niveau van con- versaties zou afnemen, meende hij, omdat een half oor gespitst zou blijven op het rinkelen van de telefoon in tas, achterzak of op tafel, tussen de borden in. David zat in de buitendienst en plaatste zendmasten in dunbevolkte gebieden, zoals de Karoo. Wie weet

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina had hij daar ook een schriftelijke cursus voor gevolgd. Hij liep op zijn laarzen de heuvel af. Makeziwe, die Davids plaats als bedrijfsleider officieus had ingenomen, zat op de nieuwe ploeg en reed diepe voren in de aarde van een stuk land dat hij opnieuw wilde laten beplanten.
Dichterbij waren Slimo, Sol en nog een paar arbeiders aan het hannesen met een stuk landbouwplastic. Keer op keer verschoven ze het plastic om de voet van een wijnstok een paar centimeter, leg- den er stenen op en stapten achteruit om het resultaat van een af- standje te bekijken en te bespreken. De uitkomst was steevast dat de stenen en het plastic werden verlegd naar een andere positie, waarna de discussie van voren af aan begon. Na het even aangekeken te hebben, stapte hij op hen af en deed het voor, drie in vijf minuten. Ze luisterden geduldig naar zijn uit- leg, maar hij merkte dat ze er maar half bij waren met hun gedach- ten. Hun onwil was irritant, niet hun onkunde. Slimo wees naar zijn landje. ‘Waarom werken we daar nooit, baas?’
‘Waarom vraag je dat?’
‘David zegt dat het wondergrond is.’
‘David werkt hier niet meer.’
Achter zijn rug hoorde hij ze lachen. Hij keek om en zag hoe Sol zijn wijsvingers aan weerszijden van zijn oogleden zette en zo sche- ve ogen trok. De anderen bogen zich vlug over hun werk. Al buiten- staander genoeg, liet hij het gaan en liep in de richting van de ba- rakken.
Het plastic vliegengordijn van Shelleys ouderlijk huis bewoog zacht in de wind. Een paar kinderen voetbalden met een van kran- ten geïmproviseerde bal. Een jongen scoorde, trok zijn T-shirt over het hoofd en stak al rennend juichend zijn handen in de lucht. Hij zou Gerard vragen wat T-shirts van hun sponsor op te sturen. Onverminderd vaak dacht hij aan Shelley. Als hij haar niet ont- moet had, reed hij waarschijnlijk nog met zijn bus heen en weer tussen de sterrenrestaurants in Noord-Holland. Hij dacht aan Kishores mobiele telefoons en vroeg zich af van

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina waar hij zou willen bellen als hij uit alle mogelijkheden kon kie- zen. Vanaf zijn landje misschien. Dat zou mooi zijn. Shelley en hij belden af en toe, maar vrolijk werd hij er niet van, want ze kwamen niet verder. Het niet-contact begon hem meer en meer te frustre- ren. Hij had diverse malen aangeboden een vliegticket voor haar te kopen en echt weigeren deed ze niet, maar het was hem duidelijk dat ze voorlopig niet zou komen, misschien nooit. Zonder dat ze dat met zoveel woorden gezegd had, begreep hij dat ze hem verant- woordelijk achtte voor de verdwijning van haar broer en dat riep iets vaags en onbestemds bij hem op, een schuldgevoel, dat hij ont- kende, maar niet tot bedaren kon brengen. Het beeld van dat kleine meisje dat huilend op hem af kwam ge- dribbeld kwam hem weer voor de geest. In tweede instantie had hij haar wél herkend. Zij wist van haar moeder dat zij in de nacht dat Andile verdween samen met hem was vertrokken om een kip te ko- pen en alleen was teruggekomen, maar een eigen herinnering had ze er niet aan. Dat was normaal, zij was destijds twee. Henk was al elf geweest. Hij zou zich meer moeten herinneren, en als hij dat niet kon, dan moest hij daar meer moeite voor doen. Voor hij vertrok vertrouwde hij de sleutels van de schuren toe aan Makeziwe, die ze zonder iets te zeggen in zijn achterzak stak. Als er iets zou ontbreken, zou hij dat van zijn salaris inhouden, zei hij nog, maar hij hoorde zelf hoe loos het dreigement klonk. Op weg naar Stellenbosch passeerde hij beroemde wijnboerde- rijen: Blaauwklippen, Neethlingshof, Simonsvlei, Laborie… Er was een explosieve groei gaande en de handel in onroerend goed flo- reerde.
Hij was niet de enige ‘buitenlander’ die kansen zag voor de Zuid- Afrikaanse wijn. Bij Boschendal waren net nieuwe stalen opslag- tanks aangeschaft, dezelfde als die hij overwoog te nemen. De par- keerplaats was uitgebreid. Er stonden behalve personenauto’s ook enkele touringcars. Het grote gazon was smetteloos. Vitale vijfti- gers en zestigers zaten aan gietijzeren tafeltjes onder de platanen; een groep kwam onder leiding van een gids net de kelder uit. Bo- schendal was altijd een respectabel wijnhuis geweest, maar had de

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina strijd met de commercie in zijn ogen verloren. Een wijnbedrijf moest bij zijn ‘corebusiness’ blijven. Hoewel hij moest toegeven dat ze erin slaagden hun wijn op niveau te houden en ze nog evenveel aandacht voor het hele proces van wijn maken hadden als vroeger, was het uiteindelijk niet meer dan een wijnhuis dat verzorgd en be- kend was, met goede, maar geen excellente wijn. Niet iets om ja- loers op te zijn.
Met de bedrijfsleider bekeek hij de tanks en hij vroeg naar de voor- en nadelen. De prijs viel hem tegen, maar ze kwamen uit Amerika en de rand kon niet op tegen de dollar. Het zou veel sche- len als apparatuur niet meer geïmporteerd hoefde te worden. Die stalen tanks, die konden ook hier vervaardigd worden. Dankzij de universiteit en de toeristen bood het witte stadje zomer en winter een levendige aanblik. De studenten waren merendeels jong; de toeristen oud. De permanente bewoners waren welgestel- de blanken in overheidsdienst of in vrije beroepen. Zwarten en kleurlingen waren er ook. Ze werkten in de hotels, restaurants en winkels en hingen rond op het grote grasveld waar de minibusjes vertrokken naar de townships en verder weg gelegen plaatsen. Vroeger had hij zijn collega’s vaak in Stellenbosch getroffen. Ze kwamen hier om inkopen te doen en administratieve zaken te re- gelen. De stad was sfeervol, met zijn lage huizen in Kaaps-Hol- landse stijl, de statige victoriaanse gebouwen en de oude eikenbo- men, waar net als in Nederland eekhoorns in huisden. Naast het trottoir lagen brede goten, waarlangs het overtollige water werd afgevoerd. Zolang de goten vol waren en het water stroomde, dempte het gekabbel de geluiden van de stad en bleef de idylle in stand.
Hij parkeerde zijn auto bij de universiteit en liep de brede trap af die naar de in het souterrain gelegen bibliotheek leidde. Druk pra- tende studenten met stapels boeken in de hand liepen langs hem heen met een tred die verwees naar de uitstekende sportfacilitei- ten van de universiteit.
Bij de balie vroeg hij naar de jaargang van Die Burger uit 1963 en installeerde zich aan een leestafel, die in een strak vormgegeven nis in de muur was aangebracht.

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina De bibliothecaris, een man van zijn leeftijd van het soort dat in Nederland sinds Van Kooten en De Bie oudere jongere genoemd werd, bracht hem de eerste doos. De krant met het nieuws over de moord op J.F. Kennedy lag bovenop. Logisch, dat was de belangrijk- ste historische gebeurtenis van dat jaar. Elk jaar zouden nieuwe groepen scholieren om deze krant komen vragen. De kop was in de grootste letter gezet. Op de bijgaande foto ont- fermde presidentsvrouw Jackie Kennedy zich over haar zojuist neergeschoten man. Maar al op de volgende bladzijde leek Ameri- ka heel ver weg. De aankondiging voor een missverkiezing met fo- to’s van meisjes in bikini deed daar niets aan af. Alles ademde de sfeer van de apartheid. Advertenties voor zeep, melkpoeder en kin- derkleding richtten zich uitsluitend op een blanke middenklasse. Een blonde vrouw in een gele jurk met korte mouwen en grote re- vers keek stralend in de camera met een blok Sunlight-zeep in de hand. Op de achtergrond deed een zwart meisje in een wit uniform de baby van de vrouw in bad.
De foto van Jean-Luc vond hij in een krant van januari. Het was het- zelfde portret dat bij de Castels op het dressoir stond; een beeld dat hij zo vaak had gezien dat het soms leek of hij Jean-Luc alleen maar zo had gekend, bevroren in dat ene moment, en dat hun momen- ten samen verbeelding waren. Door de vergroting was de korrel zichtbaar. De korrels liepen door in de strepen van zijn overhemd, zijn glimlach en de slag in zijn haar. In grote letters stond er ‘Ver- mist’ onder en werd er opsporing gevraagd van de tienjarige Jean- Luc Castel, dood of levend.
Van zijn ouders was een kleine foto afgedrukt. Simone en Ber- nard stonden gearmd voor hun boerderij. Tussen aanhalingstekens stond Simones dramatische oproep om haar zoon bij haar terug te brengen. Er werd een beloning uitgeloofd van vijfentwintigdui- zend rand, een kapitaal in die dagen.
Op de volgende pagina werd de verdwijning van Jean-Luc in ver- band gebracht met de ‘Chinaman’, die met een geblindeerde zwar- te limousine de Kaapprovincies zou doorkruisen. Nieuwsgierige kinderen zou hij met lekkergoed zijn auto binnenlokken. Op tal van

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina plaatsen was hij gesignaleerd, voor het eerst in Kaapstad, later in andere plaatsen aan de kust, waaronder Knysna en Houtbaai. Via Paarl en Wolversly was hij dieper het binnenland in getrokken en verdwenen.
Henk vroeg om een kopie, waar de bibliothecaris enig bezwaar tegen maakte, omdat de foto in zijn ogen onscherp was en een ko- pie dat effect nog zou vergroten, maar na nog een keer aandringen kreeg hij hem zover.
Pas bij het dubbelvouwen van het A4’tje, bedacht hij dat het vreemd was dat Andile niet genoemd werd. Aan de andere kant konden er twee kinderen in één nacht verdwijnen zonder dat er verband tussen de beide vermissingen bestond. In die tijd was Zuid- Afrika nog zoveel meer Afrika dan nu, ook al woonden er overal mensen, waren er straten, huizen, auto’s en plattegronden en gin- gen er ook in die tijd al meer mensen dood aan ongelukken in de mijnen en in het verkeer dan aan slangenbeten. Mensen zoals zijn familie, bedacht hij nu, hadden aan een klein hoekje van het land geknaagd, meer niet. De apartheid had er niet eens zoveel mee te maken, dat was uiteindelijk maar een korte pe- riode in de geschiedenis geweest. De ruimte van het land was niet alleen een geografische.
Een paar dagen geleden was hij badend in het zweet wakker gewor- den en naar buiten gegaan, naar het landje hoog op de heuvel, waar de wijnstokken roerloos afstaken tegen de donkerblauwe lucht en de opgebonden zijtakken met de theatrale gebaren van operadiva’s, gadegeslagen door de bergen in de verte, hun machte- loosheid etaleerden.
Zijn zweet koelde vlug af in de kille nacht en hij kreeg het koud. Hij wilde net teruggaan, toen een vreemd geluid zijn aandacht trok.
Midden op het landje was een man die hij alleen in silhouet kon zien als een bezetene in de grond aan het spitten. Zijn bewegingen hadden een onnatuurlijk hoog tempo, als in een versneld afge- draaide film. Hij wist niet wat hij moest doen, tot hij zich realiseer- de dat de spittende man zijn postuur had.

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina Hij draaide zich om en rende terug naar de boerderij. In de keuken zag hij het zand op de vloer en keek omlaag. Hij was op blote voeten gegaan en schaamde zich daarvoor. Het politiebureau was een rechthoekig gebouw van twee verdie- pingen. Voor de grote ramen zaten tralies. De parkeerplaats was bij- na leeg.
Hij ging naar binnen. De entree was sjofel en verwaarloosd als die van een goedkoop hotel. Het hout was fineer op spaanplaat; de donkerbruine balie zat onder de brandplekken van uitgedrukte si- garetten.
Hij legde zijn verzoek voor aan de man achter de balie, en omdat hij geen zichtbare reactie kreeg, praatte hij maar door. Agenten liepen langs en bleven staan luisteren zonder verder enig initiatief te tonen. Uit hun groep maakte zich na een minuut of tien een jongeman los, die zich voorstelde als Ben Nxumalo, re- chercheur, en vroeg of hij kon helpen.
Ben ging hem voor naar een met kunststof kantoormeubels in- gericht vertrek op de eerste etage aan de achterkant van het ge- bouw. Omstandig probeerde hij een sigaret uit een leeg pakje te ha- len. Henk begreep de hint en hield Ben, die hij in één oogopslag gekwalificeerd had als een overijverige pennenlikker, zijn Marlbo- ro’s voor. Eerst weigerde hij; Henk drong aan. Ben accepteerde, liep naar het raam en stak daar de sigaret op alsof hij Humphrey Bogart was in een van zijn klassieke films noirs. Aan de achterkant was ook een parkeerplaats. Daar stond een aantal politieauto’s en motoren geparkeerd. Ben wees naar de aanbouw aan de zijkant. Een gebouw van on- geveer tien bij vier meter met kleine, vierkante ramen van matglas. ‘Op zaterdag ligt het hier vol. Op vrijdag gaan ze drinken. Als het geld op is gaan ze vechten. En dan nog de auto-ongelukken, in het weekend hebben we soms een wachtrij. Dan leggen we ze buiten neer.’
Een dikke blanke jongen, gekleed in een T-shirt dat aan de voor- kant een stuk van zijn buik onbedekt liet en een bermuda met ha- waïprint, waggelde het mortuarium uit met een emmer en een

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina mes in zijn hand. Water klotste over de rand heen. ‘We hebben te weinig mensen, meneer. Dat is het probleem.’ ‘Het gaat om een oude zaak. Ik hoop dat u mij kunt helpen.’ ‘Ik werk hier al drie jaar.’
Ben gebaarde hem te volgen. Ze liepen door een donkere gang. Aan het einde was een deur. Ben knipte het licht aan. De ruimte was zo groot als een klaslokaal. Op een bakbeest van een computer na, was het vertrek leeg.
Hij startte de computer op. ‘Vroeger stond alles in de kelder, maar als er veel muizen waren, raakten we weleens wat kwijt.’ La- chend keek de rechercheur hem aan. ‘De computer heeft ook een muis, maar die hoeft niet te eten.’
Tergend langzaam kroop de computer naar het hoofdprogram- ma.
‘Dat overzetten moet een flinke klus geweest zijn.’ ‘Ja, veel te veel werk. Daar konden we niet aan beginnen.’ ‘Wat bedoelt u?’
‘Het archief is vernietigd.’
‘Maar wat is er dan met alle niet-opgeloste zaken gebeurd?’ ‘Er zijn elke dag nieuwe zaken.’ Ben gaf een liefdevol klopje op de computer. ‘Die gaan allemaal hierin.’ Het scherm gaf een foutmelding. Ben zette de computer uit en weer aan. De hele opstartprocedure begon opnieuw. Henk verbeet zijn ongeduld. ‘Werkt hier nog iemand die er in de jaren zestig ook was?’
‘De jaren zestig?’
‘1963.’
‘Er is net iemand met pensioen gegaan, maar hoe die heet…’ Henk schoof zijn nog bijna volle pakje sigaretten in Bens rich- ting.

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina Niemand thuis. Daar baalde ze van. Nu haar vader voorlopig in Zuid-Afrika zou blijven, begonnen de bezoeken aan haar groot- ouders soms als een verplichting te voelen. Met het openbaar ver- voer was het een lange en omslachtige reis. Binnenkort moest ze af- rijden. Als ze haar rijbewijs had, was het makkelijker. Dan kon ze Vincents auto lenen en was ze er zo.
Ze ging op de uitkijk zitten op de bank voor het huis. Vanaf hier kon ze kilometers de polder inkijken. Vermoedelijk zouden ze niet lang op zich laten wachten, omdat het bijna etenstijd was. Na een halfuurtje zag ze hen aankomen. Haar opa ging voorop en een paar meter daarachter liep haar oma met haar fiets aan de hand. Ze liep hen tegemoet en zag dat haar opa zijn pyjamabroek nog aan had, half bedekt door de jas van haar oma, die hij eroverheen droeg.
Hij schoot langs haar heen naar binnen. Haar oma was moe. Ze hadden kilometers gelopen en dit was nu al de derde keer deze week, vertelde ze. Marie stelde voor een tandem te kopen, maar daar voelde ze niets voor. Ze hadden zo al bekijks genoeg. ‘Vangen!’
Haar oma en zij keken gelijktijdig omhoog. Haar opa stond voor het wijd openstaande slaapkamerraam en gooide iets naar een denkbeeldige tegenspeler. Ze zag haar oma’s gezicht betrekken. ‘Vangen, jij. Opschieten!’ riep haar opa weer. Haar oma wilde naar binnen gaan. Marie hield haar tegen. ‘Laat maar, ik ga wel.’
‘Nee, je weet niet hoe hij kan zijn.’

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina Boven sloot Marie het raam. In de weerspiegeling zag ze haar opa naar de deur lopen. ‘Opa, waar gaat u heen?’ ‘Naar beneden. De trap gaat naar beneden.’ ‘Moet u zich niet eerst aankleden?’
Haar opa begon zijn broek uit te trekken. ‘Wat denk je dat ik aan het doen ben?’ Hij frommelde zijn pyjamabroek tot een klein pak- ketje, hield dat tegen zijn buik en keek haar aan. ‘Je bent een lieve meid.’
Even was hij weer de opa die ze kende. Ze glimlachte. ‘En ook een lekker ding.’
‘Oupa, wat bedoelt u met dat vangen?’
‘Vangen?’
‘Ja, u roept het steeds. Wat moet er gevangen worden?’ ‘Wanneer?’
‘Toen u net terugkwam….’
Meewarig keek hij haar aan. ‘Waar heb je het over? Ik kom net uit bed.’
‘O, nou ja, laat maar.’
‘Denk je dat ik in mijn pyjama de straat opga? Dat ik niet goed wijs ben?’
‘Natuurlijk niet, maar we waren ongerust.’ Haar opa tuitte zijn lippen. ‘Oupa kus?’ Hij kwam dichter bij haar staan. ‘Kus voor oupa?’
Ze boog zich voorover en gaf hem een vluchtige kus op de wang. Hij stonk uit zijn mond.
Op de rondvaartboot waren haar gedachten nog bij haar groot- ouders. De toeristen stapten in. Op de automatische piloot begroet- te ze hen.
Het werd te zwaar voor haar oma. Ze moest opa dag en nacht in de gaten houden en kon nooit eens rustig slapen. Misschien moest ze zelf af en toe in Scharwoude gaan slapen om haar oma rust te ge- ven, maar ze was bang dat haar opa dan ’s nachts naar haar toe zou komen. Hij zou ongemerkt naast haar gaan liggen en zij zou in haar slaap naar hem toe rollen en haar benen om de zijne vlijen. Hij zou zich dan net als Vincent dichter tegen haar rug aan druk-

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina ken. Ze zouden beginnen te vrijen en op een bepaald moment zou ze zich omdraaien, omdat ze hem wilde zoenen… Ze huiverde. De rondvaart was begonnen. Ze vormde haar grimas om tot een glimlach en begon aan haar toelichting bij de voorbijkomende mo- numenten.
Tussen de merendeels Aziatische toeristen zaten Shelleys kinde- ren. Met grote ogen keken ze haar aan, terwijl zij in het Japans ge- routineerd haar lijstje afwerkte. Onder andere om te voorkomen dat er op ongelegen momenten vragen zouden worden gesteld, ver- meed ze gewoonlijk oogcontact. Nu Jade en Andile er waren keek ze naar hen en wisselden ze vrolijke knipoogjes uit. Andile was er eigenlijk nog te klein voor. Die verveelde zich, dat zag ze wel. Jade keek naar de toeristen op de waterfietsen, die joelend en zwaaiend passeerden om even verderop verstrikt te raken tussen de touwen van de aangemeerde roeibootjes of de voorsteven van een woon- boot te raken. De toeristen die de waterfiets verkozen boven de rondvaartboot waren van een ander slag. Ze waren jong en sportief of vormden het ideale gezin. Het irritant perfecte gezin met pa, ma, zoon en dochter in verantwoorde kledij, dat zo graag wilde uit- stralen dat ze geen gewóón gelukkig gezin waren. Ma met een maf staartje, vastgemaakt met het Barbie-haarknipje van haar dochter, en de dochter met glittermuiltjes. Pa had zich voorgenomen de va- kantie te gebruiken om het ‘mannen-onder-elkaar-gevoel’ over te brengen op zijn zoon en beschouwde zijn missie nu al als geslaagd. Voor ze naar huis gingen zou hij hem een hengel geven of een zak- mes.
Ze trakteerde Jade en Andile op een Happy Meal bij McDonald’s bij de Munt. Het was er druk en lawaaiig, maar de teksten van het per- soneel, die door de jaren heen weinig variatie hadden getoond, evenals het menu en de snelle service, zorgden voor een vertrouwd gevoel. Hier bleef alles hetzelfde ondanks de veranderde clientèle, die merendeels bestond uit groepjes meisjes met hoofddoekjes en Marokkaanse jongens in trendy kleren en dito schoeisel. Als kind had ze er regelmatig haar verjaardag gevierd. Een partijtje dat niet origineel was, maar wel geliefd.

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina Everybody happy, dacht ze, terwijl ze wat landerig een McFish
naar binnen werkte. De kinderen waren vrolijk en hadden genoeg aan elkaar. Gewend veel samen te zijn, integreerden ze buiten- staanders slechts mondjesmaat in hun bestaan. Over hun respec- tieve vaders hadden ze het nooit en Shelley evenmin. Ze leken hele- maal niet op elkaar. Andile was net zo donker als zijn moeder en had kroeshaar; Jades haar was lang en steil en haar huidskleur slechts licht getint. Marie had niet de indruk dat er contact was met hun verwekkers.
Een Marokkaan sprak haar aan, meende dat zij de au pair van de kinderen was. Als ze met hen naar het Vondelpark ging, gebeurde dat ook weleens. Soms liet ze die jongens in die waan. Het was best leuk om af en toe te doen of je iemand anders was. Ze zei meestal dat ze uit Argentinië kwam en zij antwoordden dan dat ze dat al dachten, omdat ze dat hoorden aan haar accent. Om kwart voor zeven waren ze terug in de etage aan de Albert Cuyp. Shelley had beloofd om zeven uur thuis te zijn, maar dat zou wel later worden. Dus stopte ze de kinderen in bad en in bed en zong ze Afrikaanse slaapliedjes voor hen. Shelley kwam om negen uur. Ze was aangeschoten en wilde nog wat drinken. Chileense wijn. Ze had vroege dienst, maar maakte zich niet druk. Als zij zich zou verslapen, dan konden haar oudjes ook een keer uitslapen in plaats van voor dag en dauw hun ontbijt te moeten nuttigen.
Met enige moeite ontkurkte Shelley de fles en vroeg of Marie al iets van haar vader had gehoord. Ze antwoordde van niet. Hij was een ander leven begonnen. Ze had gedacht dat haar vader aan dit cliché zou ontsnappen, maar nee, hij bleek het prototype te zijn. Dat gedoe om die wijn was pure egotripperij en stond niet in rela- tie met wat hij Betty had aangedaan. Hij zou zelf voor zijn ouders moeten zorgen, in plaats van haar ermee op te zadelen. Ze deed het natuurlijk graag, maar…
Shelley schonk de glazen nogmaals vol en wees naar het portret van haar broer Andile aan de muur. ‘Hij zoekt Andile.’ Ze keek niet eens. ‘Andile ligt in bed.’ ‘Andere Andile,’ zei Shelley met dubbele tong.

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina ‘Shel, je hebt te veel gedronken.’
‘Echt waar.’
‘Laat maar.’
‘Iemand doet dit voor mij en jij zegt “laat maar”?’ ‘Iemand?’
‘Hij heeft het beloofd.’
Het moest de drank zijn. Zo had Marie haar nog nooit meege- maakt. ‘Kom Shel, het is zo lang geleden. Je kunt je je broer niet eens meer herinneren, zeg je.’
‘Precies. Familie, wat weet jij er nou van?’

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina Somerset West. Een wijk voor de middenklasse met dicht bij de weg gelegen lage woningen.
Theuns zag er precies zo uit als hij zich een blanke rechercheur in ruste in een kleine gemeenschap had voorgesteld. Zijn over- hemd met korte mouwen was schoon en gestreken; zijn dichte ve- terschoenen waren gepoetst.
Zelfs de tuin kwam overeen met Henks verwachtingen. Een ge- millimeterd gazon, oleanders en een perk vol witte en rode suiker- bossies. In een kennel liep een zwarte bouvier onrustig heen en weer. Kleine accenten plaatsten Theuns in tijd en plaats. Het witte gehaakte kleedje over de kan met limonade, het vliegengordijn van houten kralen en het geluid van een rugbywedstrijd via de radio in de keuken.
‘Jean-Luc Castel?’
‘Mijn buurjongen. Ik was elf, hij tien.’ ‘En hoe heet die zwarte?’
‘Andile. Andile Yona. Over hem heb ik niets gevonden.’ Theuns bood hem een droog biscuitje aan, dat hij uit beleefd- heid accepteerde, maar dat hij liever aan de hond had gegeven. Hij zag dat Theuns met een half oor het verslag van de wedstrijd pro- beerde te volgen. De Springbokken tegen de All Blacks. ‘Die twee kinderen, ja, dat weet ik nog. Daar hebben we een Chi- nees voor opgepakt.’
‘En weer vrijgelaten.’
Er reed een auto langs en de bouvier sloeg aan. Nerveus liep hij in de kleine kennel heen en weer. Theuns stond op en gaf door het

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina gaas heen een koekje aan de hond. ‘Koest, Edo.’ ‘De zaak is nooit opgelost.’
‘Waarom is het zo belangrijk voor u?’
‘Ik woon sinds kort zelf weer op de boerderij. De ouders van die kinderen wonen daar ook nog. Ik zie het als mijn verantwoordelijk- heid.’
Theuns knikte. ‘Een zwart kind in die tijd, niets aan te doen… en wat dat witte kind betreft: het is te lang geleden.’ ‘Waren er behalve die Chinees geen andere verdachten?’ ‘Voor zover ik weet niet. Misschien zijn die twee jongens samen op avontuur gegaan. Het was een andere tijd.’ Theuns zweeg, pakte zijn limonade en nam bedachtzaam een slok. ‘Het enige wat ik nog weet is dat ze op het terrein van uw ou- ders voor het laatst gezien zijn.’
‘Door wie?’
‘Door uw vader.’
Hij probeerde zijn opkomende nervositeit te bedwingen. Het commentaar van de verslaggever zwol aan. Theuns luisterde nu openlijk en keek hem weg.
‘Ik moet íéts vinden.’
‘Dat zou mooi zijn, maar gaat u liever wat nuttigs doen.’ ’s Avonds belde hij Shelley. Hij zei niets. Zij ook niet. Hoe lang ze precies naar elkaars ademhaling bleven luisteren wist hij niet. Dat zou hij wel merken aan de telefoonrekening.

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina Ze droomde dat ze op een ferry zat, die de baai van een zonovergoten eiland binnendreef. De scheepstoeter trompetterde. Meeuwen flan- keerden de boot als paarden de koets van de koning. Het schip leek op dat uit een film van Fellini. Het was niet echt. De zee werd gesug- gereerd door grijze vuilniszakken. De tonen van de toeter werden ho- ger en scheller.
Ze deed haar ogen open en keek fronsend Vincents slaapkamer rond. Sinds een maand woonden ze samen. De gordijnen waren open. Zonlicht viel naar binnen. Ze hoorde haar naam. Vincent was terug.
Ze sprong uit bed en duwde het raam omhoog. Beneden stond Vincent naast zijn volgeladen auto. Uit de achter- bak stak een stapel planken. Hij zwaaide en floot tussen zijn tan- den. ‘Marie, kom ’s!’
Ze zwaaide terug, schoot in een spijkerbroek en rende de trap af. Hij omhelsde haar kort, te vol als hij was van zijn plannen, en wees naar het hout. ‘Spaans antiek. Weet je hoeveel kleine Span- jaardjes daarin gemaakt zijn?’
Sceptisch keek ze naar de verzameling planken. ‘Is het een bed?’ ‘Kingsize, beetje lastige maat. Ik hoop dat we een passende ma- tras kunnen vinden. Ik kreeg hem bijna voor niets bij de tegels.’ Hij opende het portier. De achterbank stond vol dozen. Uit de voorste pakte hij een kleine, vierkante tegel met een geel-groen geometrisch patroon en gaf hem aan haar. De tegel voelde koud en de randen waren ruw, maar de ouder- dom had iets aandoenlijks en het patroon, vervaagd door de vele

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina kleine barstjes, straalde rust en warmte uit. ‘Mooi.’ ‘Nu alleen nog een pandje en dan beginnen we een tapasbar.’ Hij pakte de tegel terug en streek over het patroon. ‘Ouderwets vak- manschap.’
Ze had liever dat hij haar hand had aangeraakt. ‘En je studie?’ ‘Je lijkt mijn moeder wel.’
Ze beet op haar lip.
Vincent praatte enthousiast door. ‘Ik heb altijd al een café willen hebben. Jij gaat koken, ik sta achter de bar. Voor de wijn heb ik een adresje bij een oud boertje. Je vader zou er jaloers op zijn.’ Ze lachte. ‘Op Spaanse wijn? Dan ken je hem slecht.’ Vincent pakte haar vast. Eindelijk.
‘Je doet toch mee, hè? Vind je het leuk? Ik ga zo snel mogelijk mijn horecapapieren halen.’
Ze had hem nooit eerder over een café gehoord. Vóór zijn tripje naar Spanje wilde hij nog bij de ing gaan werken, afdeling onroe- rend goed. Maar natuurlijk deed ze mee. Tapas luisterden sinds kort menig feestje op. Het was ondoorgrondelijk waar trends van- daan kwamen. Ze zei dat ze het geweldig vond en kuste hem. Vincent vond een geschikt pand aan de Lindengracht, een straat die extra veel parkeerruimte had omdat het ooit een gracht was ge- weest. Hij liep er toevallig tegenaan, zei hij. Binnen korte tijd orga- niseerde hij een grootscheepse verbouwing. De voortvarendheid waarmee hij te werk ging was aanstekelijk. In ploegendiensten werd er gesloopt en gestuukt, gemetseld en geschilderd. De mees- ten van zijn vrienden studeerden en hadden weinig tot geen erva- ring met verbouwen, maar de vader van Vincents beste vriend was aannemer en onder zijn leiding leerde iedereen snel. De jarenlan- ge roei- en hockeytrainingen hadden de conditie al op peil ge- bracht; jeugd deed de rest.
Vincent had de catering op zich genomen, en dat deed hij zo goed dat niemand er een punt van maakte dat hij bij de rotklusjes vaak net even weg was. Bovendien wist hij tegenslagen te pareren en om te zetten in meevallers, door hoge kortingen te bedingen bij winkeliers na het bereiken van de limiet van zijn krediet, of door

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina met het plan te komen het souterrain dieper uit te graven en daar de keuken te plaatsen, nadat de vloer gedeeltelijk was ingestort. De gevonden ruimte, een voormalige wasserij, was een typisch Amsterdamse pijpenla die ver naar achteren doorliep. Het bracht hem op een nieuw idee. Aan de achterkant zou hij door middel van een tussenmuur een zaaltje afscheiden, waar mensen Spaanse dansen konden leren of waar muziekoptredens konden plaatsvin- den, ook Spaans natuurlijk. Volgens Vincent was Spanje het nieu- we Italië. Zijn liefde voor Spanje was wel erg groot geworden. Het wekte lichte argwaan bij haar. Hij dacht er zelfs over Spaans als tweede hoofdvak te nemen. Olé.
Ondertussen richtte Marie zich op de menukaart. Ze had zich nooit veel tijd gegund om te koken. Vanwege de sport at ze regel- matig, verantwoord en saai. De enige levensmiddelenwinkel die ze van binnen zag was Albert Heijn. In het studentenhuis werd om beurten gekookt, maar meestal ruilde ze haar beurt in voor een af- wasdienst. Nu ze samenwoonde, kookte Vincent meestal en dat deed hij geweldig. Het zou lastig zijn om dat niveau te bereiken, maar ze had er heel wat voor over om hem te helpen zijn plan te doen slagen. Misschien dacht ze op deze manier zich permanent een plaats in zijn leven te verwerven. Verwoed verzamelde ze recep- ten en probeerde die uit op haar vriendinnen. Samen met Vincent bezocht ze horecagroothandels en leveranciers. Hij was stellig in zijn keuzes. De basisingrediënten moesten goed zijn, anders werd het nooit wat.
Ze keek naar hem terwijl hij rondliep in zijn oude broek vol scheuren en verfvlekken en zijn lichtblauwe overhemd met opge- rolde mouwen. Hier een kwinkslag, daar een opgewekte opmer- king, voor iedereen het juiste woord vergezeld van de bijpassende blik, de truc van de exclusieve aandacht. Zoveel flair was jaloersma- kend.
Terwijl hij zijn ‘ronde’ deed, zoals hij het zelf ook noemde, zag ze dat hij zich langzaam van haar losmaakte. Frederieke had ook Spaans als bijvak.

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina Op een dag aan het einde van de middag kwam Cécile zeggen dat Betty er was. Ze bracht het als goed nieuws, in de veronderstelling dat hij net zo blij zou zijn als zij om haar weer te zien. Hij had zijn zus maanden niet gezien. Ze stond buiten het hek bij haar bakkie op hem te wachten. Pas wanneer de boerderij weer van haar zou zijn, zou ze zich op het terrein begeven, had ze im- mers gezworen. Ja, om het dan zo snel mogelijk weg te geven. Achter de schermen was ze volop bezig. Dat hoorde hij van Ber- nard, die overal connecties had. Eerst was ze nagegaan of de trans- acties tussen hem en zijn ouders, Bernard en de bank legaal waren, maar dat was juridisch volledig afgetimmerd. Vervolgens had ze met hulp van Kishore nagetrokken of Arkadia ooit in niet-blanke handen was geweest, in de hoop dat het anc snel een aanvang zou nemen met onteigeningsprocedures, maar ook die weg liep dood. Het landhervormingsprogramma van de regering stond nog in de kinderschoenen. Onteigening, teruggave van grond aan de oor- spronkelijke bewoners, het stond wel op het programma, maar het was iets voor de toekomst. Verkoop en overdracht van grond moch- ten alleen gebeuren op basis van vrijwilligheid. Geld om boeren uit te kopen was er niet. Wat het terrein van Arkadia betrof: voor zover hij wist, was dat maagdelijk gebleven tot de Europese kolonisten kwamen, die het in korte tijd rendabel hadden gemaakt. De Kaap diende in de zeventiende eeuw als groentetuin voor de matrozen van de voc en als wijnschuur voor de patriciërs in hun grachten- huizen elfduizend kilometer noordelijker. Zijn ouders hadden de boerderij gekocht van blanke Afrikaners, die hem generaties lang

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina in familiebezit hadden gehad. Om claims van nog eerdere bewo- ners maakte hij zich niet druk. De volkeren die hier vroeger had- den geleefd, de San, bosjesmannen en Hottentotten, waren noma- den geweest, die grenzen noch eigendom kenden. Ze leefden van de jacht en van vruchten en knollen. Natuurvolkeren, volgens an- tropologen.
Hij wist dat Betty tegenwoordig een baan had bij de Waarheids- en Verzoeningscommissie, maar de foto’s die ze hem liet zien wa- ren een volslagen verrassing. Een voor een spreidde ze ze uit op de rand van de laadbak van haar bakkie. Het waren afdrukken van de inval van de veiligheidspolitie in 1982. Klinische politieopnames, hoewel hij zich niet kon herinneren dat een van de agenten een ca- mera bij zich had gehad. Hij zag foto’s van in beslag genomen anc- kranten en propagandamateriaal; de vernielde wijnvoorraad op het erf met een spottend poserende agent ernaast; een rij anc-le- den die met de handen achter het hoofd weggeleid werd. Als een van de laatsten zijn zus Betty, gebruind en broodmager. Een half- jaar Pretoria had het haar opgeleverd; de anderen waren minder fortuinlijk geweest. Maar misschien was het in het licht van de ge- schiedenis een groter voorrecht om naar Robbeneiland afgevoerd te worden en daar af en toe een glimp van Mandela te mogen op- vangen. Mits je lang genoeg leefde om het na te vertellen, net als Mandela zelf.
‘Je weet dat ik nu voor de Commissie werk,’ zei ze. Hij knikte en observeerde haar, zoals ze tegen de laadbak leun- de. Ze was veranderd. Haar uiterlijk was stadser. Ze was opgemaakt en droeg kleren die hij niet kende. Haar recente verhuizing naar een appartement in een nieuwe wijk van Kaapstad zou daar debet aan kunnen zijn. Of zou ze verliefd zijn? Hij wist niets van het lief- desleven van zijn zus, maar had het idee dat ze na het gedweep met anc-leiders in haar tiener- en studententijd niet veel verder was ge- komen dan losse scharrels, áls ze al zo ver kwam. ‘Dan komt dat jaartje rechten toch nog van pas.’ ‘Anderhalf jaar, en ik heb mijn studie weer opgepakt.’ ‘In deeltijd?’
‘Nee, aan de universiteit van Stellenbosch. Ik ben weer een echte

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina student, een Matie. Sommige docenten gaven toen ook al les. Eentje kende me zelfs nog. Alsof de tijd heeft stilgestaan.’ Dat laatste was hij niet met haar eens, maar vooruit. Het was logisch dat ze allebei alles deden om niet over de foto’s te hoeven praten, over de gebeurtenis op het erf in 1982 die hen meer uiteen had gedreven dan de familieband hen had verbonden. Wat een geluk dat Marie een paar dagen weg was geweest met school en er niets van had gemerkt.
Nogmaals keek hij naar de foto van Betty. Ze keek naar iemand buiten de foto vol verwijt en ja, haat. Hij dacht nog precies te weten waar hij zelf had gestaan. Toch keek hij ter controle naar de foto waarop hij naast het busje en de vernietigde wijnvoorraad stond, maar deze keer bedroog zijn geheugen hem niet. Die blik van Betty was voor hem.
Betty pakte een foto op van een van de onderduikers, een man met rossig haar, Ron Sachs, op Betty na de enige blanke. Op een van de andere foto’s herkende Henk Steve Dialo. ‘Hé, je vriendje…’ Ze zei niets. Hij was dood. Een van de vele slachtoffers van het apartheidsregime. Op de foto zag hij er onverschrokken uit. Jong en viriel, met gezwollen aderen zo strak onder de huid dat knap- pen nabij leek. Maar zover was het niet gekomen. Langzaam begon het hem te dagen dat de geschiedenis van het land groter was dan die van hemzelf en dat hij er deel van uitmaak- te. Het was een illusie dat hij zich afzijdig had gehouden of had kunnen houden. Het land en zijn geschiedenis had zich in hem ver- ankerd. Maar hij had nog kansen. Hij leefde. ‘Waarom ben je hier?’
‘De Commissie onderzoekt wie de onderduikers verraden heeft.’ Hij had het kunnen weten. ‘Jij denkt dat ik dat ben.’ ‘Als jij vuile handen hebt, kan ik daar niet werken.’ ‘Waar baseert de Commissie dat op? Het is nogal een verdacht- making. Ik weet niet wat er daarna is gebeurd, maar de straffen zul- len niet meegevallen zijn.’
Betty’s lip begon te trillen. Dat had ze als kind al, dat eeuwig ba- lanceren op de toppen van haar zenuwen.
‘Dat klopt. De meesten hebben jarenlang vastgezeten en zijn ge-

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina marteld. Dat was standaard.’ Ze wees op een wat oudere man. ‘Hij is door de folteringen invalide geworden en heeft een paar jaar la- ter zelfmoord gepleegd. Als we geen nieuwe regering hadden ge- kregen, zouden de meesten nu nog vastzitten… als ze nog in leven waren. We zullen nooit weten hoeveel van onze mensen in de ge- vangenis zijn overleden.’
‘Ik was het niet,’ verzekerde hij haar.
Ze haalde haar schouders op. ‘Ik word gescreend… jij dus ook. Misschien gaan ze je oproepen als getuige. Als het zover komt, kan ik het sowieso schudden, of je nu schuldig wordt bevonden of niet. Een commissielid moet brandschoon zijn. Het hele land kijkt naar de hoorzittingen.’
‘Je kunt mij niet verantwoordelijk houden.’ Betty haalde haar schouders op. ‘Ik was het ook niet en ik kan me niet voorstellen dat een van de anderen…’ Ze keken samen naar de foto’s van afgematte maar strijdbare mensen. Alles hadden ze opgegeven voor de struggle, net als Betty zelf. Hij had van de onderduikers geweten natuurlijk, maar had ge- daan of het hem niet aanging. In de barakken werden oude pam- fletten gelezen en nieuwe opgesteld. Sommige mensen zochten voor één nacht een veilige plek en anderen moesten elke nacht er- gens anders slapen, zo gezocht waren ze. Een aantal bleef maan- den en maakte de struggle mogelijk door te wassen, koken, kopië- ren en boodschappen voor anderen door te sluizen. Ook toen had hij niet geweten of hij voor of tegen was. Hij had simpelweg geen positie ingenomen. Alleen over wijn had hij een mening. De wereld kon hij niet veranderen; hij kon proberen goede wijn te maken. Dat was dan zijn bijdrage.
‘Jij had goede contacten met de Botha-clan,’ zei Betty. ‘Niet goed genoeg om de exportregels te omzeilen.’ ‘Het was je bijna gelukt.’
‘Je zegt het goed.’
Ze keken elkaar aan. Dit was wat al die jaren tussen hen hing. Zij was ervan overtuigd dat hij de politie op het spoor had gezet van hun onderduikers en hij koesterde sinds die tijd wrok jegens haar omdat het haar schuld was dat hij zijn topwijn op het laatste mo-

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina ment niet naar Frankrijk had kunnen uitvoeren. Met een gebaar alsof ze uitgelegde kaarten weer samenvoegde tot een span, veegde ze met haar dunne vingers de foto’s bij elkaar en glimlachte zuinig. Bij vrouwen kon dat van alles betekenen. ‘Wist je dat Shelley de avond daarvoor naar Tanzania is gegaan?’ vroeg ze.
‘Shelley?’
‘Ze kookte vaak voor de hele groep. Heeft ze je dat niet verteld?’ ‘Zo goed ken ik haar niet. Hoezo Tanzania?’ ‘Veel van onze mensen zaten daar in ballingschap. Verpleegsters waren hard nodig. Ze was een jaar of twintig toen, bloedmooi. Je kunt je wel indenken wat de politie met haar gedaan zou hebben.’ Verward keek hij zijn zus aan. Terwijl hij bezig was geweest met wat achteraf een volledig zinloze onderneming zou blijken, een ac- tie die hem aan de rand van de financiële afgrond bracht, sociaal isoleerde en zijn perspectief voor de toekomst liet dalen tot onder het nulpunt, had hij Shelley kunnen ontmoeten. Hij wist zeker dat zij in 1982 net zo’n overrompelende indruk zou hebben gemaakt als nu. Meer dan twaalf jaar verloren. Hoewel, Shelley had nog niet veel sjoege gegeven. Van een relatie was geen sprake. Eén keer had hij haar gehad, op zijn manier. Alles zou hij anders willen doen, maar hij kon het niet. Niet zolang demonen hem beheersten in plaats van hartstochten.

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina Een voor een rolde hij met Makeziwe, Slimo en Sol de nieuwe vaten de schuur in. De geur van hout, bladeren en aarde vulde de ruimte. Henk genoot van het moment. In tegenstelling tot andere facto- ren bij het wijn maken was de keuze van het vat een van de weini- ge die volledig beheersbaar was. Ooit zouden deze vaten zijn nieu- we topwijn bevatten. Hij moest ze hebben, al zou het nog jaren duren eer de wijn erin zou rijpen. Elke dag zou hij naar de schuur gaan, de vaten ruiken voordat hij ze zag en zo zichzelf aan zijn be- lofte herinneren.
Cécile wachtte voor de schuur tot hij haar op zou merken. Ze had niets van het dociele van sommige anderen, maar was prak- tisch en doortastend. ‘Baas, het plastic is op.’ ‘Gisteren was er nog een hele rol.’ Hij zag dat Slimo en Sol een blik wisselden.
Makeziwe zag het ook. ‘We kunnen niet doorwerken, baas,’ zei Cécile met neergeslagen blik.
‘Heb je goed gekeken? Die rol kan niet op zijn.’ Ze zei niets en bleef afwachtend voor hem staan. ‘Dan moet je een nieuwe kopen.’
‘Ik moet contant betalen en ik heb ook geld nodig voor de mini- bus.’
Hij had geen cash voor een nieuwe rol plastic, maar dat hoefden ze niet te weten. De laatste tijd verdwenen er meer spullen, maar aan een rol plastic wilde hij nu zijn tijd niet verdoen. ‘Jullie gaan nu eerst het ogiesdraad op veld C repareren. Daar heb je geen plastic bij nodig.’

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina Cécile knikte en draaide zich om.
Hij keek naar Sol en Slimo, maar die werkten door alsof ze niets gehoord hadden. Makeziwe passeerde hem met een nieuw vat. Hij ving zijn blik.
‘De shiraz staat te droog.’
Geïrriteerd keek hij in het gezicht van David. De stokken waren inderdaad half verdroogd. Zijn opdracht was voor de zoveelste keer genegeerd, maar daar had David zich niet mee te bemoeien. Al he- lemaal niet nu hij zijn buitenkleding verwisseld had voor een drie- delig kostuum. Even verderop stond een nieuwe auto van een Euro- pees merk.
‘Is dat jouw auto?’
David knikte. ‘Ik kom u waarschuwen.’
‘Je hebt hier niets te zoeken.’
David keek net zo lang naar een plek onder de struiken tot Henk met hem mee keek. Het lag er bezaaid met lege bierflessen. ‘Ze ne- men u niet serieus.’
Wat David hem probeerde te zeggen was duidelijk, maar er was een groot obstakel: zijn trots. ‘Ik ben geen politieagent.’ ‘Nee, dat bent u niet.’
Bernard bracht hem een envelop met geld. Opgelaten pakte hij die aan. Omdat hij zich schaamde en het geld toch aannam. Maar alles werd snel duurder. Het waren onzekere tijden. Het was of niemand echt durfde te geloven dat Zuid-Afrika nu een democratisch geko- zen regering had, en velen betwijfelden of er genoeg capabele men- sen waren om het land te besturen en uitbarstingen van geweld te kunnen beteugelen. De uittocht van de blanke, goed opgeleide klasse ging door. Blijven was voor de dwazen, de vechtersbazen en de ontevredenen zonder geld of vrienden. Hij gluurde in de enve- lop en zag dat er meer in zat dan afgesproken was. Nonchalant zei Bernard dat hij het budget wat had opgehoogd. Het minimumloon, daar kwam hij immers niet meer onderuit en de prijs van die nieuwe ketels was ook niet mis. Omdat hij dezelfde had gewild als Boschendal had. Dat waren de

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina beste. Hij haastte zich om te zeggen dat hij de prijs vooraf niet had geweten. Hij dacht eerst dat het een typefout was. Bernard weet de hoge rekening aan de koers van de dollar en de belasting, en wat die houten vaten betrof: hout groeide langzaam, dat maakte het zo duur. Ze zeiden niet voor niets: boompje groot, baasje dood. Je kon natuurlijk ook vaten van Amerikaans hout nemen, van grenen. Ja, dan kon je net zo goed brood gaan bakken, want een Veritas Double Gold won je daar niet mee.
‘Zonder eiken uit Tronçais begin ik er niet eens aan,’ zei hij, in een geforceerde poging Bernards luchtigheid te evenaren. Hij keek naar buiten, maar vanuit de keuken was het huis van de Castels niet te zien. ‘En Simone?’
‘Die hoeft het niet te weten.’
‘Ik betaal je alles terug.’
Bernard haalde zijn schouders op.
Hij liep met de bodemdeskundige terug naar de boerderij. De man had van elk perceel één of meer monsters genomen. In zijn tas, die veel leek op een ouderwetse dokterstas, zat een rek met buisjes vol aarde.
Maar de man zag het landje en merkte op dat ze daar nog niet geweest waren.
Henk zei dat het niet nodig was, dat terroir was top, maar de bo- demman negeerde zijn tegenwerping en zei dat hij zo al kon zien dat er te weinig kiezel in de bodem zat. Bovendien was het een klei- ne moeite.
Met tegenzin liep hij met de man mee. Het landje was van hem. Hij wilde daar geen vreemde ogen, geen pottenkijkers. Het was de enige plek waar hij zichzelf kon zijn, waar hij rust vond en soms een kort moment van geluk.
De man haalde de boor met de kromme hoek weer uit zijn tas, hurkte neer en stak hem in de grond. Voor hem was het een stuk grond als elk ander. Henk keek toe hoe de man met behulp van het draaimechaniek wat aarde naar boven haalde. Langzaam vulde hij het doorzichtige buisje ermee. Met een plop viel de laatste aarde erin. De man sloot het buisje af, deed zijn tas open en zette het bij de andere in het rek.

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina Ondertussen kwam Theuns de heuvel op. De man zei dat hij zijn bevindingen binnen een week zou faxen en vroeg of het mogelijk was nog naar de openstaande facturen te kijken. Henk knikte werk- tuiglijk. Kijken kon altijd.
De man groette en liep naar beneden.
‘Ik ben zo vrij geweest om door te lopen,’ zei Theuns. Hij maakte zijn koffertje open en haalde er een kartonnen dossiermap uit. Er zat een krantenartikel in dat op een A4’tje was geplakt met een nummer erop. ‘Ik heb nog iets gevonden in mijn privéarchief. Toen ze overgingen op computers heb ik alles meegenomen wat mis- schien nog van pas zou komen. Het is heel weinig, maar beter iets dan niets, zeg ik altijd.’
Henk pakte het papier van Theuns aan. Tussen de annonces van geboorte en overlijden stond een oproep van de familie Yona. Theuns had de onopvallende advertentie met potlood omcirkeld. ‘Wie heeft onze zoon gezien? Andile Yona, 9 jaar… op 3 januari niet meer te-
ruggekeerd op de Keppel-boerderij…’
Hij bleef naar het papier staren tot hij bedacht dat hij het terug moest geven aan Theuns, maar die duwde zijn hand weg. ‘Voor u.’ Samen met Theuns liep hij terug naar de boerderij, Theuns met de bedaagde stappen van een oudere man, maar niettemin ging hij aan kop. ‘U was geen klein kind meer in die tijd. Herinnert u zich er niets van?’
‘Jean-Luc was mijn beste vriend… Het was vreemd dat hij er ineens niet meer was.’
‘Maar herinnert u zich niets van de… consternatie?’ ‘Kennedy is vermoord dat jaar. Daar had iedereen het over, ook op school.’
‘Dat was pas in november.’
Het huis van de Castels kwam in zicht. Het lag er vriendelijk bij, met de verschillende stukken land onderverdeeld in door hagen en beuken gescheiden percelen. De moestuin en de kleine boomgaard maakten het idyllisch. Over een paar weken zouden de fruitbomen weer bloesem krijgen. Het huis had rood-witte luiken en uit België geïmporteerde dakpannen. De Castels hadden hun eigen België gecreëerd.

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina Ze zagen Simone lopen met een volle wasmand op de heup. Op het land hadden ze personeel, maar binnen niet. Theuns knikte naar het kabouterhuis. ‘Jammer dat ze geen nieuw kind meer hebben gekregen. Nieuw leven, dat was goed ge- weest. Niets hoeft altijd hetzelfde te blijven.’ Hij keek omhoog naar het landje, weer terug naar de rest van het terrein en ten slotte naar Theuns. Het had geen zin er nog langer over te zwijgen. Het landje. De magie van het landje viel niet te ont- kennen. Maar waarom was de energie die hij daar voelde positief? ‘Het moet hier ergens gebeurd zijn.’
‘Wat?’
‘De verdwijning, of wat er gebeurd is. Ik weet het niet.’ ‘Waarom spreekt u er niet met uw vader over? Hij heeft ze als laatste gezien.’
‘Weet u dat, of denkt u dat?’
‘En u?’
‘Mijn vader is een oude man.’
‘Jonger wordt hij er niet op. Wij geen van allen.’ Ze waren aangekomen bij het hoofdgebouw. Slimo was bezig de scheur in de buitenmuur dicht te plamuren; Sol verfde de muur wit. De donkere spar stak nu nog meer af.

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina x
’s Nachts kon ik niet slapen, omdat Johan er vaak uit ging om te plassen. De
deuren zaten wel op slot, maar toch moest ik alert blijven, want als hij de
kans kreeg, ontsnapte hij en dan moest ik achter hem aan en kreeg je die
hele vertoning weer. De dokter had gezegd dat het jarenlang heel geleidelijk
kon verlopen, maar dat het ook ineens afgelopen kon zijn. Het gaat bij ieder-
een anders, maar wat hetzelfde blijft is dat iemand die eerst dichtbij was
steeds meer een vreemde wordt.
Enfin, een nieuw hoogtepunt – of liever gezegd dieptepunt – werd bereikt
toen ik wakker werd van een vreemd geluid buiten. Blijkbaar was ik in
slaap gesukkeld. Ik stond op en keek uit het raam. Johan was in de moestuin
als een waanzinnige bezig alles wat erin stond eruit te trekken. De jonge sla,
prei en aardbeiplanten. De ene soort liet zich makkelijker uit de grond trek-
ken dan de andere. Met de bonenplanten had hij de meeste moeite. Die had-
den we samen opgebonden aan het gaas. Hij was zoals gewoonlijk in zijn
pyjama, en op blote voeten. De aarde vloog alle kanten op en er zat al zoveel
in zijn haar dat het recht omhoog stond en weer even zwart leek als vroeger.
In zijn werkwijze zat nog min of meer een systeem. Hij gooide alle groenten
op het pad. De tuin moest leeg, daar ging het om; hij ging net zo lang door
tot je alleen nog aarde kon zien.
Voor deze ene keer liet ik hem begaan. Achter het huis kon niemand hem
zien en de volgende dag zou ik geen last van hem hebben. Hij zou tot diep in
de middag slapen. Ik weet niet, ik durfde niet zo goed in te grijpen. Wat ik
al zei, hij leek eerder krankzinnig dan dement. Vaak zeiden mensen tegen
mij dat demente mensen heel lief zijn, net als mongooltjes. Nou, dat is niet
zo, of Johan was niet dement. In elk geval was hij niet aanspreekbaar. Ze
hadden hem zelf eens een tijdje in huis moeten nemen, dan hadden ze wel
anders gepiept.

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina De volgende dag probeerde ik te redden wat er te redden viel. Het is toch
je tuin. Het is iets waar je over praat in het dorp. Als ze zeggen: ‘Hoe gaat
het?’ bedoelen ze: ‘Heb je last van slakken, hoe hoog staan je bonen, heb je al
verse spinazie gegeten en sproei je veel?’ De jonge aanplant kon ik vergeten,
maar de bonenstruiken fleurden na een uurtje al weer op. Die krengen over-
leven elke aanslag.
Ik was bijna klaar toen Marie langskwam om te vertellen over dat café
dat Vincent wil beginnen. De opening is over een paar weken. Dat is het leu-
ke van dat jonge grut, dat ze niet nadenken, maar doen, en dat mislukken
niet zo erg is. Hoe ouder je wordt, hoe banger, denk ik wel eens. En waarom?
Je hebt juist steeds minder te verliezen.
Marie schrok van de tuin, die ze een groentekerkhof noemde. Ze vond dat
ik Henk moest inlichten over de toestand van zijn vader, maar Henk weet
niet eens hoe de overdracht van de boerderij precies tot stand is gekomen.
Wat hij in Afrika moet doen, moet hij af kunnen maken. Er moet een eind
aan komen.

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina Hij liep met Bernard terug naar de boerderij. Op het pad achter de schuur namen ze afscheid, zodat Bernard de sluiproute naar huis kon nemen.
Henk liep naar het erf. Onder het afdak bij de keuken stond Si- mone, haar handen in haar zij. Hij plooide zijn lippen tot een glim- lach. ‘Simone! Alles goed?’
Daar gaf ze geen antwoord op.
‘Wacht je op mij?’
‘Waarom ben je teruggekomen?’
‘Dat weet je.’ Hij voelde hoe verhit zijn gezicht was. Het was rood en bezweet. Geen uiterlijk voor een serieus gesprek. ‘Ga je mee naar binnen?’
Ze negeerde zijn vraag en bleef hem aankijken, vastbesloten al- leen te zeggen wat ze zich had voorgenomen te zeggen. ‘Elke keer dat ik jou zie, wil ik Jean-Luc zien. Je hebt je aan ons opgedrongen, vroeger en nu weer. Mijn man… die heeft geen weerstand, maar ik kan er niet tegen om jullie samen te zien. Je denkt dat hij het uit liefde doet, maar het is uit puur verdriet. Het is onmenselijk. Waar- om begrijp je dat niet? Waarom laat je het zo ver komen dat ik nu hier voor je sta? Je bent onze zoon niet.’ ‘Maar…,’ stamelde hij, ‘ik dacht dat je er net zo over dacht als Bernard en ik.’
Ze schudde haar hoofd.
Hij meende een vleugje meewarigheid te zien, vanwege zijn hardleersheid misschien.
‘Mijn man heb je betoverd. Dertig jaar geleden al. Hij zegt dat jij

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina ons het leven hebt teruggegeven. Dat is niet zo. Je hebt het gesto- len.’
‘Je was altijd zo aardig.’ Hij hoorde zelf hoe belachelijk het klonk; hij was een kluns in de omgang met anderen. Nooit zei hij de goede dingen.
‘Ik haat je,’ zei ze.
Ze liep terug naar haar eigen huis via de weg die de twee boerde- rijen met elkaar verbond.
Er was een eerste keer geweest. Niet lang na de verdwijning van Jean-Luc was er een moment geweest waarop hij had besloten naar de Castels te gaan, terwijl hij er niets meer te zoeken had. Wat heeft een elfjarige nou met de buren te schaften. Maar hij was achterom gelopen en aan de keukentafel gaan zitten. De foto had al op het dressoir gestaan.
Er was een moment geweest dat Bernard een bord voor hem had neergezet met verse vijgen en Ardenner ham. Simone had hem een glas appelsap gegeven, gemaakt van de appels uit hun eigen boom- gaard. Beiden hadden glimlachend toegekeken hoe hij met smaak at en dronk. Simone had verzucht dat Jean-Luc bijna niets lustte. Op dat moment was het nog een normaal bezoek. Zij misten hun zoon en hij miste zijn vriendje.
Maar na die dag volgde een tweede keer, en na drie keer was er een patroon. Na de vakantie was het vanzelfsprekend dat hij uit school naar de Castels ging en pas na het avondeten weer naar zijn eigen huis.
Er moest ook een moment geweest zijn waarop hij Bernard als zijn vader was gaan zien, en hij het nieuwe kind werd van hem, maar niet van Simone. Dat moest kort na zijn twaalfde verjaardag geweest zijn. Tot die tijd hadden de dingen misschien nog anders kunnen gaan. Hoewel, vanaf het begin had Bernard hem gek ge- maakt met zijn verhalen over wijn en had hij er enorm naar gehun- kerd om ingewijd te worden in de wereld van die alchemistische drank. Zoals met alle eerste keren was het tegengevallen. Toch was er vanaf toen geen weg terug meer geweest. Omdat hij zijn besluit al eerder genomen had. Maar hoe en wanneer?

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina ■
Als Henk zijn vader hoort roepen, is Jean-Luc aan de winnende hand. Hij moet de melk gaan brengen. Dat had hij meteen moeten doen, maar bij het zien van Jean-Lucs zakmes had hij de verleiding niet kunnen weerstaan landjepik met hem te spelen. Nu is het al laat en is zijn vader misschien boos. Met een laatste blik op het mes midden in zijn territorium pakt hij de kan lauwe melk en gaat op weg.
Hij houdt hem met beide handen vast terwijl zijn voeten het on- gelijke terrein aftasten. De kan wordt snel zwaar. Hoger op de heuvel ziet hij zijn vader op de ploeg zitten. Het land is kurkdroog. Waar zijn vader al geweest is, hebben de scharen diepe voren getrokken. De ploeg is een machtige machine die de aarde op de knieën dwingt.
Aan de rand van het veld stopt zijn vader. Henk reikt hem de melk aan. ‘Mag ik helpen?’
Zijn vader pakt de kan aan en trekt zijn zoon via de wielen om- hoog. Even bungelen zijn dunne benen in de lucht. De naden van zijn korte broek snijden door zijn huid. Zijn vader zet hem naast zich op de bestuurdersstoel en schuift zelf een plaats op. De stoel is van rood metaal, heeft de vorm van een zadel, en net zulke gaatjes als een vergiet, maar dan groter.
Opgetogen legt hij zijn handen om het stuur. Eindelijk! Dit is leuker dan landjepik. Als Jean-Luc dit kon zien! Hij overweegt hem te roepen, maar besluit dat niet te doen, uit vrees dat zijn vader Jean-Luc ook aan de beurt wil laten komen. Zijn vader zet de kan melk met twee handen aan zijn mond en

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina drinkt met grote, klokkende slokken. Vragend kijkt Henk op naar hem. Een stuk vel van de melk hangt aan zijn stoppelkin. Hij veegt het weg en knikt goedkeurend.
Henk geeft gas. Langzaam komt de kolossale landbouwmachi- ne in beweging en rolt vooruit. Hij voelt het geweld van het gevaar- te door de gaten van zijn stoel. Het is alsof er lucht doorheen wordt geperst. Die tientallen verticale luchtstromen tillen hem op en zorgen ervoor dat ze niet rijden, maar zweven. Hij denkt aan de plaat van de Germaanse god Donar die in de klas aan de muur hangt. Met zijn bokkenwagen rijdt hij door de wolken, terwijl het dondert en bliksemt dat het een aard heeft. Zo voelt hij zich. Mag- nifiek is het. Hij is de koning.
Trots kijkt hij naar zijn vader. Die glimlacht. ‘Goed, zo, jongen.’ Dat is niet alles wat hij zegt, zijn lippen bewegen nog, maar de rest gaat verloren in het geraas van de machine. Henk probeert een bocht te maken, maar het lukt niet. De ploeg is sterker dan hij en doet wat hij zelf wil. Het ding is betoverd of het heeft hem betoverd. Met al zijn kracht draait hij aan het stuur, maar hij merkt dat hij geen enkele invloed kan uitoefenen. Hij werpt een vlugge blik opzij naar zijn vader, maar die drinkt de rest van de melk op en let niet op hem. Het is een test, begrijpt hij, hij moet la- ten zien dat hij even sterk is als zijn vader. Het lukt niet en zijn vader doet niets. Het lijkt al heel lang gele- den dat hij echt geloofd heeft dat hij de baas was over de ploeg en over nog veel meer dingen. Angst verdringt de euforie en knijpt zijn keel samen tot een gaatje, kleiner dan de gaatjes in het rode za- del.
Door het krassende, zagende geluid van de ploeg heen klinkt een ander geluid, een schreeuw. Zijn vader gooit de kan weg en grijpt het stuur.
De ploeg stopt. Wat is het stil. Het schemerdonker valt hem nu pas op. Hij dacht dat het nog licht was. Dat hij in het licht langs de akker was gelopen. Als het donker wordt, moet hij naar huis. In de verte ziet hij de kerstboom. De lichtjes branden. Zijn vader klimt van de ploeg. Henk staart naar de spar. Zolang hij die kant op kijkt, blijft alles hetzelfde.

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina ‘Henkie!’ roept zijn vader.
Nog even blijft hij zitten kijken naar de spar met de flikkerende lichtjes, dan stapt hij af. Hij blijft dicht bij de wielen als hij omlaag klautert en steun probeert te vinden bij de metalen verbindingen, maar zijn armen en benen trillen. Het laatste stukje springt hij. Op de grond ligt een bebloede reep blauw-witte stof. Hij hoort ie- mand raspend hijgen en houdt zijn blik op de stof gevestigd. Rood, wit, blauw, de Nederlandse vlag, schiet het door hem heen, en hij probeert razendsnel te bedenken welke vlaggen hij kent van andere landen en hoeveel kleuren die hebben.

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina Op de parkeerplaats bij het strand van Camps Bay wachtte hij op Betty. In de nabije omgeving werd volop gebouwd: appartementen, winkels en restaurants. Zand en stof waaiden op. Een zonnebril be- schermde zijn ogen en verdonkerde het zicht op een rotsformatie die de Twaalf Apostelen werd genoemd, maar het was hem nooit gelukt een hoek te vinden van waaruit hij het dozijn voltallig in beeld kon krijgen.
Betty had hem gebeld. Het ging over 1982. Ze klonk overstuur, veel meer dan toen ze hem die foto’s had laten zien. Laatst had hij op televisie een liveverslag gezien van een hoorzitting van de Waar- heids- en Verzoeningscommissie. Bisschop Desmond Tutu pleitte daarin voor amnestie voor twee blanke mannen die zware misda- den hadden begaan. Terwijl de bisschop zijn betoog hield, liepen de tranen over zijn wangen. Henk vond dat afstotend. Het land moest niet geregeerd worden door mensen die hun emoties niet in bedwang hadden. Dat was het goede aan Mandela, die bleef onder alle omstandigheden overzicht houden over hart en hoofd. Maar Mandela was bij geboorte al een prins geweest. Eeuwen hoffelijk- heid jegens onderdanen ging in de genen zitten. Vorstelijk bloed had zijn standvastigheid voortdurend gesmeerd. Betty begroette Henk amper en liep zo hard dat hij haar nauwe- lijks bij kon houden. Ze had beslist op neutraal terrein willen afspre- ken. De verrader was gevonden, maar ze kon nog niet bevatten dat de waarheid zo eenvoudig was. De Commissie had ontdekt dat een van de onderduikers op hun erf een infiltrant was geweest. ‘Hij heeft het ook op andere adressen geflikt. Ik heb mijn leven voor

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina hem gewaagd, hem zelf binnengehaald. Zes maanden in de bak ge- zeten. Het maakt helemaal niet uit aan welke kant je staat. Alles kan van de ene op de andere dag weer veranderen. De muur in Ber- lijn… Op woensdag schieten ze je neer als je eroverheen wil, op don- derdag krijg je een stuk steen mee als souvenir. Waar kun je dan nog op vertrouwen? Wat zijn idealen waard als ze niet langer duren dan de waan van de dag? De regenboognatie, m’n reet.’ Hij dacht er iets genuanceerder over, maar liet Betty liever uitra- zen dan dat hij nu met haar in discussie ging. Het belangrijkste was dat zij zich erbij neer zou leggen dat hij haar niet had verraden. ‘Ik was het dus niet,’ zei hij.
‘Toen niet,’ antwoordde ze toonloos.
De Waarheids- en Verzoeningscommissie had nauwelijks moeite hoeven doen om achter de waarheid te komen. Ron Sachs, de rossi- ge man op de foto’s, werkte voor de veiligheidspolitie en was opge- leid bij de Renamo, een verzetsgroep die in Mozambique strijd le- verde tegen het linkse Frelimo-bewind. Ten tijde van de inval was hij getrouwd, maar na de echtscheiding, een paar maanden gele- den, was zijn ex-vrouw naar de Commissie gestapt met foto’s, brie- ven aan de politie, de namen van de anc-leden op hun boerderij, hun adressen en contactpersonen. Betty had het pas kunnen gelo- ven nadat ze zijn verbitterde ex had ontmoet op het kantoor van de Commissie. De zaak was geseponeerd. Volgens haar collega’s was het anc er voorlopig nog niet aan toe om eigen leden voor de rech- ter te halen. De hand in eigen boezem steken, dat was iets voor de volgende generatie, niet voor de huidige machthebbers. Zwijgend liepen Betty en Henk over het strand. Langs de hele kustweg stonden palmen. Immigranten uit Afrikaanse landen waar de zon nog harder scheen, leurden met nephorloges, ijs en bier. De oceaan wierp met het woest over de rotsen spattende water een doeltreffend schild tegen potentiële zwemmers op. Hij had weinig met de zee. Ondanks de nabijheid ervan in de Kaapprovin- cies was hij er als kind met zijn ouders slechts een paar keer ge- weest. Met Marie ging hij vroeger af en toe naar Wijk aan Zee, in die tijd nog een lief, achter de duinen verscholen dorp. Hij herinnerde zich hoe ze voor hem uit had gelopen, gedribbeld, in een zwempak-

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina je met ruches en een emmertje en schepje in de hand. Altijd hield hij zijn kleren aan; deed alleen zijn sokken en schoenen uit. Vanaf het moment dat Marie in de gaten kreeg dat hij de enige vader was die met kleren aan onder de parasol zat, begon ze uitvluchten te verzinnen om niet naar het strand te hoeven. Nadat ze op atletiek was gegaan, waren die niet meer nodig.
De oude vijandelijkheid tussen Betty en hem had een veer gelaten. Hij merkte het aan de lichtheid van zijn tred. De razzia op de boer- derij in combinatie met de vernietiging van zijn Arkadia Reserve 1981 was een ijkpunt in hun geschiedenis, maar het was een gevolg van een eerder drama, dat voor rampspoed zou blijven zorgen tot de vloek die over hun familie lag werd opgeheven. Hij wist niet hoe, maar hij was vast van plan daar alles voor te doen. Al was het maar voor zijn dochter.
‘Kun jij je ons buurjongetje nog herinneren? Jean-Luc.’ ‘Die altijd aan mijn haren trok?’
‘Dat was ik.’
‘Dat kleine blonde jongetje? Ze zeiden dat hij was meegenomen door een kinderlokker.’
‘De Chinaman. Nee.’
‘Ik ben daar nog jaren bang voor geweest. Mama dreigde er soms mee. Pas maar op, anders komt de Chinaman je halen.’ ‘Tegen mij zei ze dat nooit.’
‘Jij zat altijd bij de buren. Ma vond dat niet leuk. Ze vond dat je er kapsones van kreeg.’
‘Misschien was dat ook wel zo.’
‘Je kreeg allures. Jij ging mij voordoen hoe je met mes en vork moest eten, en als mama de tafel had gedekt, deed je het over. En nu doe je hetzelfde met Arkadia. Ons voordoen hoe het moet. Maar je gaat een keer onderuit.’
Hij bleef staan en keek om zich heen. Ze waren op een verlaten stuk strand verzeild geraakt.

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina Slimo bracht een nieuw slot aan op de deur van de schuur. ‘U moet honden nemen, baas.’
‘Ik hou niet van honden.’
Slimo was klaar en gaf hem de sleutels.
In de korte Afrikaanse schemer liep hij door de wijngaarden om te controleren of de net aangeplante pinot noir extra water had gehad, zoals hij Makeziwe had opgedragen. Tevreden zag hij dat de grond nog vochtig was en de stokken aan begonnen te slaan. Uit de omringende schaduwen maakte een man zich los en slen- terde op hem af. Bernard. Sinds Simone had ontdekt dat hun spaar- rekening geplunderd was, had hij hem niet meer gezien. Ze was naar de bank gegaan om geld op te nemen omdat ze hem voor zijn verjaardag had willen verrassen met een satellietschotel. Met een kritisch oog keek Bernard naar de jonge pinot-noirstok- ken. ‘Die staan hier goed.’
Hij knikte en wachtte af.
Bernard keek over hem heen in het niets. ‘Ik moet een stapje te- rug doen.’
‘Zegt de dokter dat?’
‘Simone wil terug naar de Ardennen… Nu we de schotel hebben ziet ze elke dag België op televisie… Ze gaan kloosterland verkopen. Het is altijd ons plan geweest om terug te gaan als we oud waren, maar je denkt steeds dat het nog niet zo ver is… We zijn oud.’ Ber- nards woorden kwamen hakkelend. Zo kende hij hem niet, die fie- re man. ‘Simoontje praat niet meer tegen me. Een hele tijd al niet.

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina Zij kan het nog lang volhouden, maar ik niet. Als ze jou ziet, ziet ze Jean-Luc.’
De schrik sloeg hem om het hart. Hij kon en wilde niet zonder zijn pleegvader. ‘We zijn buren. We kunnen als buren met elkaar omgaan,’ probeerde hij nog.
‘We gaan niet meteen weg, maar Simone moet weten waar ze aan toe is.’
‘En ik dan?’
‘Jij hebt mij niet nodig. Jij weet alles.’ Bernard wilde een hand op zijn schouder leggen, maar Henk deed een stap naar achteren, zo- dat Bernards hand een moment in de lucht bleef hangen. ‘Het ga je goed, jongen.’
De ramen stonden wijd open; het geluid van een tropische stortbui omringde hem. Hij zat op de bank en dronk bier. De lege flessen zette hij neer bij de poot van de bank. Uit nijd op Bernard wilde hij nu geen wijn drinken en sowieso kende hij geen tussenweg. Hij dronk grand cru’s of chemische rotzooi, desnoods lauw bier, maar op wijngebied alleen het beste wat verkrijgbaar was. Hij was van plan zich helemaal klem te zuipen, maar de telefoon ging. Shelley. Ze belde namens Marie. Het ging niet goed met zijn vader, hij kon beter terugkomen. Wat er precies aan de hand was, werd hem niet duidelijk. Maar als hij hem nog wilde zien zoals hij hem kende, was haast geboden. Of als hij nog iets wilde zeggen of weten.
Onder de aanhoudende buien gooide hij wat kleren en een scheerapparaat in de koffer. Straks was zijn vader dood of niet meer aanspreekbaar. Mogelijk verloor hij in één week twee vaders. Het weerzien met Shelley zou troost moeten bieden. Hij belde aan bij een eenvoudige, rechthoekige bungalow niet ver van het centrum van Wellington. David deed open met een bord eten in zijn hand. Zonder iets te zeggen, liet hij hem binnen en ging hem voor naar de woonkamer. De inrichting was schaars, maar wat er stond was nieuw en van goede kwaliteit. Net als in zijn huis in Velsen. David wees naar de bank en Henk ging stijf zitten op de met plastic overtrokken kussens. Zelf nam David plaats op de

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina brede leren stoel vlak bij de grote televisie die het vertrek domi- neerde.
Hij zag ertegenop om David om een gunst te vragen, maar er was niemand anders aan wie hij de boerderij kon overlaten. Op Betty na, maar die weg had hij zelf afgesneden. Op tafel stond een fles Neil Ellis Groenekloof sauvignon blanc uit 1992. Delicaat, licht strogele kleur. Grassig, met frisse zuren en fruittonen, een lange mondvullende afdronk. Niet slecht. Zijn wangen en lippen tintelden ervan; hij kon de wijn bijna proeven. David leek volkomen op zijn gemak, en terecht. In een hoek stond een stapel dozen met mobiele telefoons. David zag hem kij- ken. ‘Over vijf jaar belt de hele Karoo mobiel.’ ‘Met of zonder jou?’
David wees naar de fles. ‘Glaasje wijn?’ Graag had hij ja gezegd, maar het kon niet, familiair worden. ‘Dank je, ik hou meer van rood.’
Hij schraapte zijn keel en vroeg of David wilde terugkomen op de boerderij omdat hij ‘wegens privéomstandigheden’ naar Neder- land moest.
David vertoonde geen emotie. De beste strategie. ‘Ik verdien goed bij Kishore.’
‘Ik geef je het dubbele.’
‘Daar krijgt u spijt van.’
‘Morgen beginnen.’
‘Ik moet het bespreken. Ik bel u morgen. Hebt u al een mobiel? U moet wel bereikbaar zijn.’
De volgende avond vertrok hij. David was stipt op tijd verschenen. De arbeiders gingen onder zijn leiding aan het werk alsof hij niet was weggeweest.
Makeziwe gaf hem een joviale klap op zijn schouder en lachte. Henk had verwacht dat Makeziwe zou morren of misschien zelfs opstappen, maar hij leek opgelucht dat de last van zijn schouders was. Soms haalde zijn vrouw hem met de kinderen op uit zijn werk. Henk keek dan hoe ze elkaar omhelsden, altijd met een overgave alsof de rest van de wereld niet bestond. Het was een ge-

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina lukkig gezin, met een klein maar schoon huis en een tuin vol groenten, fruit en maïs. Verder reikte Makeziwes ambitie niet. Het leek Henk een zegen om zo te kunnen leven. Maar het was niet zijn leven.
Vanuit het dalende vliegtuig zag Nederland er saai uit, verdeeld in groene, bruine en grijze vlakken en doorsneden met autowegen. Het was moeilijk voor te stellen dat ook in dat vlakke land mensen boeiende levens konden hebben, en dat er veel waren die op dat moment lagen te vrijen, te bevallen of dood te gaan. Hij huurde een auto, bij een Avis-medewerker die hem in het En- gels aansprak en die hij voor het gemak in het Engels antwoordde, ondanks hun beider Nederlandse accent.
Tussen toeristen en zakenmensen reed hij weg van Schiphol. De ruitenwissers van de Peugeot veegden op maximale snelheid de re- gen van de voorruit. Ze leken door het dolle heen en weerspiegel- den zijn eigen staat. De gedachte dat zij niet wist dat hij zo dichtbij was, wond hem op, alsof hij nu carte blanche had om aan haar te denken en alles met haar lichaam te doen wat hij wilde, omdat hij het wist en zij niet.
Bijna bij zijn ouderlijk huis aangekomen, zag hij het Marker- meer. De scheiding tussen lucht en water was nauwelijks zicht- baar. Veel grijstonen, maar geen kleur. Het huis was een postzegel op de kaart van velden en weilanden, van elkaar gescheiden door sloten, wilgen en populieren.
Hij reed het grindpad op in de wetenschap dat zijn ouders op de uitkijk stonden en dat het eten warm gehouden werd in de oven. Na hun terugkeer naar Nederland hadden zij als echte boeren de gewoonte weer opgepakt om tussen de middag warm te eten. Hij zou hier niet slapen, maar in Velsen. ‘Thuis’ kon hij dat niet noe- men. Hij moest er iets mee, met dat huis. Elke dag dat het leeg stond kostte het geld. Misschien kon hij een huurder vinden, of be- ter nog, een koper. Het stond nu al bijna een jaar leeg en hij was voorlopig niet van plan het zelf te gaan bewonen. Zijn vader zag er slecht uit en maakte een zwakke indruk. Hij was nu echt oud. Raar hoe dat soort dingen ineens in een versnel- ling kwamen, nadat jaren achter elkaar alles hetzelfde was geble-

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina ven. Nu betreurde hij het dat hij die relatieve rust niet meer had ge- waardeerd.
Onder het eten smakte zijn vader nogal, maar verder merkte hij niet zoveel aan hem. De waarschuwende blikken van zijn moeder elke keer als hij opkeek van zijn bord, leken hem overbodig. Het eten aardappels met jus, bloemkool en hard gebakken kar- bonade vond hij niet lekker. Voor zijn elfde had hij alles gegeten wat de pot schafte, omdat hij niet beter wist. Hij dacht dat het zo hoorde, doorgekookte groenten, opgewarmde kliekjes, macaroni met ketchup.
Het was sneu voor zijn moeder. Hij voelde dat zij oplette of hij wel voldoende at, net als vroeger. Dat het niet goed genoeg was, dat zij niet goed genoeg was, was nog steeds haar grootste angst. Zij meende dat hij als kind was verpest door de Castels en had er geen begrip voor gehad dat hij als elfjarige geen stamppot meer wilden eten. Betty en hij mochten op hun verjaardag kiezen wat ze wilden eten. Betty vroeg melktert als toetje en liet de rest aan haar moeder over. Hij had voor zijn twaalfde verjaardag truffelomelet, water- kerssoep en oesters gevraagd. Als voorgerechten. Woedend had zijn moeder geroepen dat hij dan maar helemaal bij de Castels moest gaan wonen, als daar alles beter was. Hij had terug geschreeuwd dat dat ook het eerlijkste zou zijn, want dan hadden zijn ouders één kind en de Castels ook.
Zijn moeder bleef maar om hen heen drentelen. Henk wilde zijn vader onder vier ogen spreken, maar zij vond dat hij moest slapen. Zijn vader protesteerde en pakte zijn doos met tegels. Zijn moeder legde ook haar handen eromheen. ‘Kom, Johan, je moet rusten. Je weet wat de dokter heeft gezegd.’
Hij zag hoe de handen van zijn vader zich om de doos klemden en toen zijn moeder tegenwicht bood, rukte hij de doos uit haar handen. Die schoot open en er vielen een paar tegels uit. Kapot. Zijn vader keek ernaar als een kind dat iets stouts heeft gedaan en ging uit zichzelf de trap op naar boven. ‘Johan slapie doen,’ zei hij, ‘Johan lief.’ Zijn moeder haastte zich achter hem aan.
Henk raapte de scherven op en probeerde ze op tafel als een puz-

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina zel weer in elkaar te schuiven, maar hoe hij ze ook neerlegde, een afbeelding viel er niet in te ontdekken. Het bleef peutergekras zon- der enige coherentie. Als dit de spiegel van zijn vaders geheugen was, had hij niet veel meer te verwachten. Tienduizenden minus- cule vertakkingen in zijn vaders brein waren reeds maanden gele- den gaan samenklonteren tot een vormeloze massa, als sneeuw- kristallen die weer water worden. Hij was te laat. De molen in het Hollandse landschap op de tegel aan de muur bij de ouders van Shelley had ragfijne lijnen en het vogeltje in de boom was ondanks het monochrome kleurgebruik te herkennen als koolmees.

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina Spaanse gitaarmuziek vulde de ruimte. Marie stond op een hoge trap de muur achter de bar te betegelen. Geïmponeerd keek Henk toe hoe ze de troffel hanteerde. Ze droeg een trui met wijde mou- wen, wat hem onhandig leek en te warm. De uiteinden zwierden om haar polsen, maar waren tot nu toe schoon gebleven. In een achterzaaltje bekwaamden hippe huisvrouwen – die dachten een druk leven te leiden, maar in werkelijkheid hun dagen verdeden met sociaal geleuter – zich in de flamenco. Hij had over het café van Vincent en Marie gehoord natuurlijk, maar de voortvarendheid waarmee ze te werk waren gegaan, ver- raste hem. Onder de andere klussers herkende hij Felice en Frede- rieke. Zij hingen druk pratend lampen op. Marie zwaaide en riep dat ze zo kwam. Terwijl ze snel doorwerk- te, observeerde hij haar en zag het gemak waarmee ze zich bewoog. Ze klom de trap op en af, gebaarde naar Frederieke, roerde in een emmer en maakte nieuwe specie.
In het achterzaaltje wond Vincent de trendy Amsterdamse vrou- wen om zijn vinger. Hij klapte in zijn handen en stampte met zijn voeten. Toegegeven, hij deed het beter dan de lerares. Die jongen had werkelijk overal aanleg voor. Even voelde hij de jaloezie van de middelbare man jegens de jeugd. ‘Olé!’ riep Vincent. De vrouwen zwaaiden met hun Hollandse heupen en probeerden hem na te doen. Het was maar goed dat er geen Spanjaarden bij waren. Marie kwam op Henk af. ‘Hallo, pap! Ik wist niet dat je al in het land was.’
Hij vertelde dat hij al in Scharwoude geweest was. Zij informeer-

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina de belangstellend naar haar grootouders. ‘Het viel mij nog mee. Ik had begrepen dat het bloedspoed was.’ ‘Maar het is oupa niet meer. Ik bedoel, hij is het natuurlijk nog wel, maar vroeger vond ik hem leuker. En het wordt te zwaar voor ouma. Je moet iets regelen.’
‘Opvang, bedoel je?’
‘Hij moet ingeschreven worden bij een verpleegtehuis. Als het dan echt niet meer gaat, heeft hij een plek. Je kent ouma, die wil er niet aan.’
Hij knikte naar de geel-groene tegels. ‘Mooie tegels, zou opa mooi vinden.’ Hij vertikte het om de koosnamen voor haar groot- ouders over te nemen.
‘Antiek, heeft Vincent uit Spanje meegebracht.’ ‘Het is Moors en mediterraan tegelijk.’
‘Goed gezegd. Zo moet ons café worden. Vincent zegt dat je je ei- gen niche moet creëren.’
Hij keek de ruimte rond. ‘Denk je dat de loop er een beetje in komt?’
‘Het pand is heel goedkoop. Daar hadden we mazzel mee. Dus we hebben even de tijd.’
‘En je studie?’
‘Gaat prima, maar dat gidsen doe ik niet meer. Ik werd er gek van, alles op de automatische piloot. Hier ga ik koken.’ Hij werd afgeleid door het kabaal in het zaaltje. Vincent en zijn danspartner lagen gierend van het lachen over elkaar heen op de grond.
Marie wierp er een terloopse blik op en lachte mee met de ande- ren.
‘Dan hoop ik dat je beter kookt dan je oma.’ Bijna had hij gezegd ‘je moeder’. Dat was fout geweest, want hij wist niet eens of Claire kon koken. Hij had het haar nooit zien doen. Claire was zo goed als uit het familiegeheugen gewist. Marie hoorde hij nooit over haar. Zijn moeder en zus hadden haar taken overgenomen. Wat je niet kent, mis je niet, meende hij.
‘Wat is er mis met het eten van ouma? Ouma kookt heerlijk en supergezond. Alles uit eigen tuin.’

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina ‘Dat is waar. Het is alleen zo Nederlands.’ Hij nodigde haar uit om in de vakantie naar de boerderij te ko- men, maar dan had ze het te druk in het café. Vincent kwam op hen af, begroette hem joviaal en sloeg een arm om Marie heen. ‘Meneer Keppel, kan ik u blij maken met een glaas- je wijn?’
Hij had de flessen Spaanse urine al zien staan en zei dat hij nog moest rijden.
Velsen was deprimerend. Hij had zich er al op ingesteld, maar het viel daarom niet minder tegen. Het rook muf en vochtig ondanks de ventilatieroosters in alle ramen. De keuken oogde smetteloos, maar bleek bij nadere inspectie overdekt met een vettige stoflaag. Decoratie en snuisterijen ontbraken vrijwel geheel. Hij woonde hier eigenlijk allang niet meer.
Morgen zou hij langs Gerard gaan om het huis te laten ‘restylen’ zoals hij dat noemde. Zoals het er nu uitzag, zou hij het aan de straatstenen niet kwijtraken. Het sombere fort detoneerde in de wijk waar in de achtertuinen glijbanen en trampolines het beeld bepaalden en in de voortuinen buxushagen en handgemaakte brie- venbussen. Toch had hij hier vele jaren zonder al te veel morren doorgebracht. Marie was er grotendeels opgegroeid, naar school gegaan, had er met vriendinnen giechelend door het huis gerend. Niets was er van over. Het liefst ging hij nu weer weg. Hij belde Shelley. Natuurlijk belde hij haar. Ze vroeg of hij ge- dronken had, maar dat was niet zo. Bij zijn vertrek had hij een lege kelder achtergelaten. Het was normaal dat hij belde. Hij zei dat hij in Nederland was, dat hij haar wilde zien. Nu. Niet nu, zei ze, vanwege de kinderen en niet straks, vanwege werk.
Met moeite kon hij de volgende dag op een uurtje van haar tijd rekenen. In de lunchpauze. Hij begreep het niet. Misschien had hij haar overvallen, moest ze aan het idee wennen dat hij er was, dicht- bij ineens. Er kon intussen zoveel gebeurd zijn. De gedachte dat ze een ander had, kwam even bij hem op. Zo’n mooie vrouw had geen reden om alleen te blijven. Ze was niet alleen, ze had hem, maar ze

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina wilde hem niet zien. Wilde hem niet zien of wilde hem niet heb- ben.
Zijn bed was klam. Hij kon niet slapen. Het besef dat zij in kilo- meters vlakbij was, deed bijna lichamelijk pijn. Als hij nu in Zuid-Afrika was, zou hij waarschijnlijk naar een shebeen gaan. In de warme avond zou hij erheen rijden. Ongescho- ren en met het zweet van een hele dag werken op zijn lijf. Het leer van de stoel van zijn auto zou ernaar ruiken. Die ranzigheid was verslavend, maar het Nederlandse klimaat maakte dergelijke uit- spattingen een stuk minder aanlokkelijk. Hij zou naar Amsterdam kunnen gaan, maar dat was te veel moeite. Liever fantaseerde hij erover wat hij zou kunnen doen als hij inderdaad uit bed zou stappen, zich weer aan zou kleden en in de huurauto naar Amsterdam zou rijden.
Het werkte niet, doordat hij besefte dat hij niet de enige was die dit nu dacht en hij wist niet wat erger was, bij de groep horen die net als hij in bed lag te fantaseren over welke vrouw van de Amster- damse hoerenpopulatie hij zou uitkiezen, of bij de groep die er daadwerkelijk een uitkoos en zijn fantasie binnen tien minuten ge- reduceerd zag tot een hygiënische maatregel tussen zeep en kleen- ex.
Gerard beloofde hem met zijn Brabantse jovialiteit dat alles in orde zou komen, mits Henk het aan hem overliet. Zijn huis lag in een ge- wilde woonwijk en was bij uitstek geschikt voor stellen met kinde- ren of kinderwens. Het beste, vertrouwde hij hem toe, was een stel waarvan de vrouw al zwanger was. Als zo’n stel zijn huis kwam be- kijken, zou het al verkocht zijn voordat ze één stap over de drempel hadden gezet. Wanneer ze de straat in reden, zouden ze eerst het speeltuintje met de bijna continu bemande wipeend zien. Vervol- gens zou hij ze op de rust wijzen, de keurig onderhouden buurhui- zen met de vrolijk geel geschilderde kozijnen en ten slotte op de na- bijheid van school en winkels, en dan was het voor de bakker. Zelfs zonder dat hij de unique selling points van zijn huis had benadrukt. De grote beschutte tuin, de mogelijkheid om op zolder extra ka- mers te maken en de ‘zee aan leefruimte’ op de begane grond.

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina Hij liet hem praten. Gerard zou het wel weten. Hij had het huis al zo lang dat hij er genoeg winst op zou maken en hij hoefde niet het onderste uit de kan. Op dat punt was hij niet veeleisend. Het hotel aan het park waar hij met Shelley had afgesproken was er een uit een keten in de hogere prijsklasse. Shelley wilde niet bij haar thuis afspreken, wilde hem niet in de buurt, wilde hem niet in haar leven. Misschien was het zijn eigen schuld, had hij de situ- atie geforceerd. Of hij trok te snel conclusies. Het café lag aan de voorkant. Ze hadden weinig tijd en nog liet ze op zich wachten. Amoureuze stelletjes van de omliggende advo- catenkantoren liepen haastig naar de receptie, waar ze opgewacht werden door een vrouw wier wenkbrauwen waren afgeschoren en vervolgens met potlood weer bijgetekend. In combinatie met haar lange, blonde paardenstaart gaf het haar het voorkomen van een cipier. Bij haar had hij bij aankomst een kamer geboekt voor het ge- val dat, en om in dat geval een gênante situatie te voorkomen. Daar was Shelley, met verhitte wangen van het fietsen, waar- door ze heel meisjesachtig leek. Opnieuw was hij overrompeld door haar verschijning. Hij was bang geweest dat hij zich haar niet goed meer herinnerde, dat hij zichzelf gek maakte met zijn fanta- sieën. Keer op keer had hij geprobeerd het beeld van haar gezicht op te roepen. Alle gezichten leken op haar, maar het lukte hem nooit om het beeld exact te herhalen. Zijn geheugen sarde hem. De beelden werden na verloop van tijd waziger. Alleen het beeld van de tweejarige peuter bleef onveranderlijk en haarscherp, alsof het in zijn hersenen was afgedrukt.
Nu zag hij haar, haar gezicht toch zo vertrouwd, maar nu was zij het die hem niet leek te herkennen, die niet vond wat ze zocht. De tijd had een muur opgeworpen, maar zodra hij haar zou aanraken, zou die uiteenvallen in duizenden zwarte steentjes. Op de grond zouden ze een miezerig bergje vormen met rookpluimen erboven, zoals in een tekenfilm.
‘Andile heeft vandaag zijn eerste zwemles gehad. De badmeester zei dat Surinaamse kinderen er gemiddeld een jaar langer over doen om hun diploma te halen. Ik vroeg: “Langer dan wie?”’ ‘Hoe is het met je?’ Over de tafel heen raakte hij haar arm aan.

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina Ze keek op, de eerste keer dat ze hem echt aankeek. ‘Goed.’ ‘Ben je gelukkig?’
‘Op dit moment of in het algemeen?’
‘Beide.’
‘In het algemeen had er meer in gezeten als ik de lat hoger had gelegd, en nu…’
Hij legde het pasje van de kamer op tafel. ‘We hebben een ka- mer…’
‘Hier…? Dat je daaraan denkt.’
Hij keek haar aan. Ze moest meekomen, hem nu niet alleen la- ten en er een schutterig moment van maken, maar ze wendde haar blik af en keek naar de ober, die gedienstig kwam aanlopen. Ze be- stelde thee.
Als twee angsthazen zaten ze tegenover elkaar stommetje te spe- len. Hij zocht naar woorden, maar vond ze niet. Maandenlang had hij zich afgevraagd wat hij zou zeggen als hij haar weer zou zien en nu leek niets geschikt. De meeste onderwerpen zouden triviaal zijn of overduidelijk dienen als conversation piece, maar als hij het over de echte dingen zou gaan hebben, zou hij die tekortdoen en daarmee hen. Dit was niet de juiste tijd, niet de juiste plaats, maar waar en wanneer dan wel? Over een paar jaar zou hij vijftig zijn, wat was er nog te verwachten? Uit vrees te weinig in haar ogen te lezen als hij haar aan zou kijken, vermeed hij haar blik. Shelley dronk haar thee op, stond op en gaf hem een laffe hand. Hij hield haar hand vast en vroeg waarom ze was gekomen. Uit nieuwsgierigheid, beweerde ze.
Na haar vertrek ging hij naar hun kamer. Hij was hier nu toch. De kamer was ruim en licht, met vitrage voor de ramen; het bed strak opgemaakt. Hij stelde zich voor hoe het had kunnen zijn. Hoe hij haar alle hoeken van het bed zou hebben laten zien. Het wond hem niet op, integendeel. De kamer oogde steeds leger. Hij ging naar de badkamer, die klein was en compact, kleedde zich uit en trok zich af zonder een enkele bijgedachte. Nog zeker een uur lag hij naakt op het dekbed.

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina Gerard was voortvarend te werk gegaan. In de tuin van zijn huis prijkte nu een te koop-bord. Zoals mensen die aan de lijn doen soms een foto uit hun dikste periode op de deur van de ijskast plak- ken om hun de eetlust te doen benemen, zo herinnerde dat bord hem eraan het maximale te halen uit zijn bezoek aan Nederland. Zodra hij de kans kreeg, ging hij weer naar zijn ouders. Hij kon niet lang van Arkadia wegblijven en misschien zou zijn vader bij een volgend bezoek niet meer aanspreekbaar zijn, of er helemaal niet meer zijn. Wat zijn vader hem ook te vertellen kon hebben, hij wilde het liever weten dan de rest van zijn leven in onzekerheid ver- keren.
Hij wachtte tot zijn moeder boodschappen ging doen en vroeg of de tegels even aan de kant konden omdat hij wat met hem wilde be- spreken. Zijn vader pakte een gebroken tegel en schilderde daar met blauwe verf vlug iets op. Hij draaide de tegel om. Er stond een vrouwenlichaam met sterk benadrukte geslachtskenmerken op. Hij knipoogde grijnzend. ‘Is ze blond?’
‘Zwart. De Castels, ken je die nog?’
‘Ik ken iedereen.’
‘Ze denken dat hun zoon misschien nog terugkomt.’ ‘Wie denkt dat?’
‘Simone…’
‘Zo. Dat is een mooie naam. Voor een mooi meisje, hoop ik.’ ‘Jean-Luc. Ik denk dat hij op ons land ligt, klopt dat?’ ‘Jij maakt er een horrorfilm van.’
Hij had niet de illusie tot zijn vader door te dringen, maar hij moest het weten. Hij moest doorgaan. Shelley zou nooit iets van hem willen weten, niet echt, als hij niet honderd procent zeker zou weten dat hij niets met de verdwijning van haar broer te maken had. Jean-Luc, dat was een ander verhaal. Dat was zijn eigen per- soonlijke geschiedenis, veel meer dan die van Andile. Of niet? ‘Gradus werd altijd voorgetrokken. Niemand geloofde me.’ ‘Pa!’ Zijn blik streek over het dijklandschap buiten. Het platte groen van Noord-Holland had hem altijd onrustig gemaakt. Zijn ouders hadden ernaar terugverlangd, maar hij was hier niet gebo- ren. Zijn terugkeer berustte op een negatieve beslissing.

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina ‘Is Jean-Luc onder de ploeg gekomen?’
Zijn vader klakte met zijn tong. Het had iets geruststellends. ‘Elke ploeg heeft zijn geheim.’
‘Onze ploeg?’
‘Mijn ploeg. Jouw geheim.’ Zijn vader kneep zijn ogen tot nauwe spleetjes. ‘Wat je niet zegt, is niet gebeurd. Niet echt.’ Henk probeerde zich de Castels voor de geest te halen, zoals ze geweest waren ten tijde van Jean-Lucs verdwijning. Het lukte hem niet. ‘Maar heb je er nooit aan gedacht hoe die mensen zich ge- voeld moeten hebben?’
‘Welke mensen?’
‘De buren, de Castels.’
‘Die hadden jou toch?’
Het sneed door zijn ziel. Het ongebreidelde verraad. De minach- ting. Nooit zou zijn vader, deze vader hem erkennen. Hij schoof dichter naar hem toe. Hun wereld moest vast omslo- ten zijn, alsof er een stolp overheen was gezet. ‘Wat hebt u met Jean-Luc gedaan?’
Zijn vader zette een zeurderig stemmetje op en werd een dram- merig jongetje. ‘Papaah, mag ik op de ploehoeg, papa, ikke op de ploehoeg!’
‘Hou op.’
‘Mag ik op de ploehoeg? Ik kan het echt heel goed. Toe nou, pap- pie, zeg dat Henkie op de ploeg mag. Henkie lief. Ikke kan goed stu- ren. Kijk dan, papa.’ Zijn vader hield een imaginair stuur vast en ging ermee van links naar rechts en weer terug. Zijn bovenlichaam bewoog mee. De kale plek op zijn kruin was bezaaid met levervlek- ken. Even stopte hij en keek Henk uitdagend aan. Belletjes spuug verlieten sputterend zijn mond. ‘Vroem, vroem.’ Henk sprong op en greep zijn vader bij zijn trui. De broosheid van zijn vaders lichaam overviel hem en deed hem terugdeinzen. ‘Papa! Papa!’ riep zijn vader. Daar bedoelde hij zichzelf mee, zijn eigen vader of hem. Er klonk oprechte paniek in door. Maar hij had geen zoon. Het kon hem niet schelen. Hulp zou hij niet krijgen, die had Jean-Luc ook niet gehad. Hardhandig schudde hij zijn vader door elkaar. Zijn hoofd rolde knikkend heen en weer. Vroeger had-

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina den ze een hondje op de hoedenplank van de auto gehad dat net zo knikte, bij de minste aanraking.
Hij hield zijn vader bij de schouders vast en bleef hem uit alle macht door elkaar schudden. Het gezicht van zijn vader, zo dicht- bij, zag hij niet meer. Hij enige wat hij nog zag was de berg kapot- geschoten flessen op het erf. Zijn sublieme oogst van 1981. Hij had het en hij had het niet. Was dat zijn vaders schuld? Die regen van glas, die waterval van splinters, een stroom van gebroken dromen. Iémands schuld moest het zijn.
‘Vroem, vroem,’ ging zijn vader door. Zo goed en zo kwaad als het ging, bleef hij wiegen met zijn bovenlichaam. Om te demon- streren dat hij hem niet raken kon.
Hij haalde uit en sloeg zijn vader zo hard in het gezicht dat hij door de huid heen de botten voelde en zijn eigen hand warm en rood terugkwam. ‘Zeg het!’
Zijn vaders handen lieten het denkbeeldige stuur los en vielen slap in zijn schoot. Stil bleven ze daar liggen. Henk keek zijn vader aan. Zijn ogen staarden leeg naar hem terug. Een oude man in het voorportaal van de dood.
Zijn moeder kwam binnen, overzag het tafereel en duwde Henk opzij. ‘Ben je gek geworden!’
Hij kwam bij zinnen. De spierpijn in zijn armen getuigde van het geweld dat hij gebruikt had. Daar schrok hij niet van. Zijn vader begon zachtjes te snikken en stak zijn armen uit naar zijn vrouw. ‘Mama…’
Ze liep op hem af en ging voor hem staan. Zijn vader sloeg zijn armen om haar heupen en begroef zijn gezicht in haar schoot. Ver- beeldde hij het zich, of keek zijn vader triomfantelijk langs haar heen? Komedie, niets dan komedie. Alzheimer als excuus. Wat je vergeten bent, heb je niet gedaan.
Hij liep naar de deur.
Zijn moeder richtte zich op en keek hem verwijtend aan. ‘Je va- der is ziek.’
In Amsterdam belde hij aan bij Shelley. Door de intercom hoorde hij haar zangerige stem vragen wie er was. Dat zou hij haar laten

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina zien. Hij stommelde de trap op. Schijt aan de buren. Boven nam hij haar in zijn armen. Het moment daarvóór had hij de angst in haar ogen gezien. Onnodig. Zij hoefde niet bang voor hem te zijn. Hij was haar redder, toen en nu. Hij duwde haar achteruit op zoek naar de slaapkamer. Ze bots- ten tegen een deur. Een kinderstem zei: ‘Papa?’ ‘Dat is papa niet. Ga maar weer slapen.’ Ze pakte zijn hand en leidde hem naar haar slaapkamer zonder hem tot kalmte te dwin- gen. Hij stak zijn hand onder haar rok. God, wat was ze nat. Zijn vingers woelden in het zachte vlees, voelden het wijken onder zijn aanraking.
Hij gooide haar op het bed, stroopte haar rok op en trok haar slip uit. Haar geur kwam vrij. Zij was zijn ongeschoren diertje. Hoeren schoren zich, en Claire. Hij trok niet meer uit dan nodig was en boorde zich diep in haar. Ze kreunde. Zij wilde dit. Dit geweld. Hij zou liefdevol willen zijn, en teder, misschien. Dieper en dieper be- woog hij in haar. Hij stopte zijn handen onder haar blouse en voel- de haar volle borsten. Nog harder kreunde ze. Een kreet ontsnapte hem. Zij legde haar hand tegen zijn mond. Hij beet erin. Schreeu- wend kwam ze klaar. Hij pakte haar bij haar knieholtes en ging zo diep hij kon. Ze bleef schreeuwen. Zijn kreet voegde zich bij de hare.
Haar lichaam zo zacht en rond. Hij lag naast haar met zijn hand op haar venusheuvel, alsof hij de warmte wilde vasthouden. Hij vroeg of ze meeging naar Arkadia, maar ze stapte uit bed, sloeg een badjas om en liep naar de deur. Daar draaide ze zich om. De blossen stonden nog op haar wangen. ‘Jij gaat. Jij moet alles weten.’ Hij hoorde haar zoontje zachtjes huilen en vroeg zich af hoe zij hem zou troosten.

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina x i
Toen we aankwamen hadden we niks, maar dat hebben de meeste emigran-
ten met elkaar gemeen. Je hoopt het elders beter te krijgen dan thuis, maar
helemaal eigen wordt het nooit. De droom is vertrekken, maar de ultieme
droom is geslaagd terugkomen. De emigratie van Johan en mij is niet hon-
derd procent geslaagd, maar ook niet mislukt, zeker niet in de ogen van an-
dere mensen. Het zit ertussenin. Johans droom was een eigen boerderij, ei-
gen grond, en dat had hij in Nederland waarschijnlijk niet voor elkaar
gekregen. Dat is het lot van tweede zonen. Het heeft hem respect van zijn fa-
milie opgeleverd. Maar die grond had een prijs.
Kort voor vertrek zijn we getrouwd. De bruiloft hebben we heel simpel ge-
houden. Ik had een jurk geleend van een zus van Johan. Ze was zo panisch voor
vlekken dat ik hem uiteindelijk terug heb moeten geven voordat de laatste
gasten vertrokken waren. Nou, dat is niet leuk, hoor, maar het kostte niets en
alles moest zo goedkoop mogelijk. We wilden met zoveel mogelijk geld vertrek-
ken. Daarom hadden we ook om envelopjes gevraagd. Als je gaat emigreren
kan dat wel. Iedereen begrijpt dat je maar beperkt bagage mee kan nemen.
Johans familie is zuinig, maar aan het envelopje van Gradus was dat niet te
merken. Ik zie dat niet als het afkopen van schuldgevoel, want schuldgevoel
kennen de Keppels niet.
Mijn eerste mevrouw, die Duitse, liet een Meissner-koffiestel sturen. Dat
hebben we nog steeds. Mijn moeder was er niet. Ze had niet veel te geven en
ze zal gevonden hebben dat ze op mijn bruiloft niets te zoeken had. Ik had
nog wat spaargeld en Johan kreeg die koeien mee als voorschot op de erfenis.
De rest van de koeien hebben we trouwens nooit gekregen, maar dat geeft
niet, want alleen het transport van die beesten kostte een vermogen, en dan
gingen ze onderweg nog dood ook.

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina We hadden dus een beginnetje, maar mijn eigen geld was ik al kwijt voor
ik goed en wel aan boord was. Je wilt er toch een beetje netjes uitzien. Aan
boord zou ik veel onder de mensen zijn en dan wilde ik niet uit de toon val-
len. De boot was nogal chic, maar dat werd minder naarmate de reis vorder-
de en het warmer werd. De eerste week kleedden de meeste passagiers zich
nog om voor het diner, maar na de stop op de Canarische Eilanden was dat
afgelopen en werd het rommeliger. Ook in andere opzichten. De hutten wa-
ren erg gehorig; mensen gingen zich onbehouwen gedragen. Iedereen was
als bezeten op zoek naar pleziertjes, misschien omdat geen van ons enig idee
had of die er in Afrika ook zouden zijn.
Er was geestelijke zorg voor alle gezindten aan boord, voor ons een jong
ventje uit Appelscha, die bijna de hele reis zeeziek was, waardoor het meren-
deel van zijn diensten afgelast werd. Twee ongetrouwde Groningse zusters
hebben hem de hele reis verpleegd en betutteld. Persoonlijk had ik wel een
band met de onfortuinlijke dominee. Wij hebben dikwijls samen over de re-
ling gehangen. Ik was al zwanger van Henk en had last van ochtendziekte.
Het moet net voor vertrek gebeurd zijn. Ik ben naar de scheepsarts gegaan.
Henk was tenslotte mijn eerste. De arts trof je zelden nuchter aan. Waar-
schijnlijk had hij problemen gehad aan wal en kon hij alleen nog op de
vaart terecht. Dat hoorde je vaker. Ik zei tegen hem dat ik zeker wilde zijn.
Hij voelde aan mijn borsten – dat was zijn manier om zeker te zijn – en zei
dat ik inderdaad in gezegende omstandigheden verkeerde, en dat het econo-
misch was om aan boord zwanger te zijn, omdat je dan twee misselijkheden
in één klap ving. Enfin, Henk heeft hoe dan ook meer Hollandse wortels dan
Betty. In wezen is en blijft hij een Hollandse boer.
Het zou mooi zijn als er een dag zou komen dat we onze ervaringen kun-
nen uitwisselen. Ik zou van je willen horen hoe het jou vergaan is die eerste
tijd, of je in Nederland getrouwd bent of in Afrika een vrouw hebt gevonden.
Welke dromen je gehouden hebt en welke je hebt herzien. Het meest ben ik
geïnteresseerd in je latere tijden. Omdat ik zo graag wil weten wie je gewor-
den bent zonder mij.
In al mijn West-Friese onnozelheid had ik goed ingeschat dat we in Zuid-
Afrika nogal op onszelf aangewezen zouden zijn. We waren, op de mielies
voor de arbeiders na – maïs verbouwen deden blanken in die tijd niet, om-
dat het typisch voedsel voor de zwarten was – vrijwel zelfvoorzienend. Op

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina zondag gingen we naar de kerk in Wellington, maar verder konden er we-
ken voorbijgaan zonder dat ik de boerderij verliet.
Dat jij langskwam met je intekenlijst voor een encyclopedie kwam dan
ook als manna uit de hemel. Johan ging meteen akkoord. Het was zelfs zijn
idee. Goed voor de kinderen, voor hun huiswerk en algemene ontwikkeling.
Ja, als vader was er weinig op hem aan te merken.
Het was handig dat we niet alles ineens kregen en moesten betalen, maar
dat er per maand een deel uitkwam. Het was een mooi gezicht, zoals jij zei,
om die dikke boeken met leren kaft maand na maand aan te zien groeien
tot een lange rij; een sieraad voor in huis. Zes delen heb ik. Ze staan in de
boekenkast, op een eigen plank onder Konsalik. Gek dat niemand mij ooit
gevraagd heeft waarom ik maar zo’n klein stukje heb. In totaal zijn er veer-
tig delen verschenen.
In juli stopte er een blauwe auto op ons erf en daar stapte jij uit. Zelf heb ik
dat niet gezien; anderen wel. De arbeiders op het veld keken elke auto na.
Een vreemde auto viel toen nog erg op.
Het is net zoiets als het eerste stapje van je kind missen. Je stelt het in je
hoofd net zo lang bij tot je het gevoel hebt dat je het echt gezien hebt.
De lange zandweg naar onze boerderij, een wolk stof waar jouw auto uit
opdoemt, maar het duurt dan nog eindeloos lang voordat je stopt op ons
erf. Je stapt uit, klopt je kleren af, kijkt om je heen en zet je strooien hoed op.
Niets spectaculairs, maar genoeg voor mij om een half leven lang de details
van je aankomst te verfijnen, elke beweging van je hand of voet te kunnen
memoreren, je oogopslag. Toch is dát moment nooit van mij geworden.
Ik was in de keuken bezig. Je tikte tegen het raam. Ik schrok, jij glimlach-
te en hield je lijst en deel i omhoog. Ik liet je binnen en tekende voor ont-
vangst van de letters Aa-Az. Je wilde geen limonade of melk. Je zei dat ik een
mooie vrouw was op een prachtige, maar eenzame plek. Ik wilde iets interes-
sants terugzeggen. Het enige wat ik kon bedenken was dat ik me verheugde
op de B. Alsof het een zwemdiploma was.
Sinds dat moment keek ik naar de boerderij met jouw ogen, als naar een
prachtige, maar eenzame plek.

Stellenbosch ok.qxp 16-10-2007 10:42 Pagina Twee dagen voordat het café openging haalde ze in één keer haar rijbewijs. Dolblij was ze. Als ze straks een auto had, kon ze daarmee naar haar grootouders en voor atletiekwedstrijden zou het ook heel handig zijn, al schoten die er nogal eens bij in de laatste tijd. In de keuken van het café trof ze Vincent aan. Hij was overal. Er moest nog zoveel gedaan worden, dat het haar een wonder leek als ze op de afgesproken dag open konden gaan. De laatste dingen zou- den afgeraffeld worden, of uitgesteld, dat was zeker. Vincent feliciteerde haar met een losse zoen op haar wang. Ze plaagde hem. Hij had er drie keer over gedaan. Het was het eerste in zijn leven dat niet onmiddellijk was gelukt. Maar hij was niet ja- loers, verzekerde hij haar. Hij was trots. Vanaf het begin zat de loop in hun café. Ze kookte zes avonden in de week en overdag probeerde ze haar studie bij te houden. Vincent had de Spaanse les er al snel aangegeven. En terecht. Op een ver- dwaalde toerist na kwamen er geen Spanjaarden in hun café. Het was voor de Amsterdamse incrowd. Die was wispelturig, maar zo- lang de aanvoerders onder hen hun volgelingen naar hun café leid- den, was het goed. Na deze jaren zouden er andere tijden volgen. Ja- ren waarin groepjes vriendinnen van buiten de stad, gelokt door aanprijzingen in tijdschriften, lacherig plaats zouden nemen op de smalle houten banken en kreetjes van verbazing zouden slaken bij ongewone gerechten op de menukaart.
Slakken liepen nu het hardst. Escargots waren hip en de knof- looksaus maakte ze ook voor de teerhartigen verteerbaar.