Brain Gym
Onder normale omstandigheden zou ik hier in dit boek, onder stormachtig applaus, in woede uitbarsten over het creationisme, ook al is dat op Britse scholen een marginale kwestie. Maar als je een voorbeeld wilt dat dichter bij huis ligt: er bestaat een gigantisch imperium van pseudo-wetenschap waarmee op openbare scholen in het hele land wordt geleurd en dat een hoop geld oplevert. Het wordt ‘Brain Gym’ genoemd en is alomtegenwoordig in het hele Britse openbare onderwijssysteem; het wordt door leraren, die het rechtstreeks aan hun leerlingen doorgeven, gretig aanvaard, en het is vergeven van doorzichtige, beschamende en verwarrende onzin.
De kern van Brain Gym bestaat uit een reeks gecompliceerde en van een handelsmerk voorziene oefeningen die ‘de ervaring van leren met je hele hersenen bevorderen’. Leerlingen houden zich bijvoorbeeld bijzonder druk bezig met water. ‘Drink een glas water voor je aan Brain Gym begint’, lees je. ‘Water is een belangrijk bestanddeel van bloed, en dus van vitaal belang om zuurstof naar de hersenen te transporteren.’ Pas in ‘s hemelsnaam op dat je bloed niet opdroogt. Dat water moet je in je mond houden, lees je, want dan kan het van daaruit rechtstreeks in je hersenen worden opgenomen.
Kun je nog iets anders doen om bloed en zuurstof efficiënter in je hersenen te krijgen? Ja, een oefening die ‘Brain Buttons’ heet. ‘Maak een C-vorm met je duim en wijsvinger en plaats ze aan weerskanten van je borstbeen, net onder het sleutelbeen. Wrijf zachtjes gedurende twintig of dertig seconden, en leg daarbij je andere hand op je navel. Verwissel je handen en doe het nog eens. Deze oefening stimuleert de stroom van zuurstofrijk bloed door je halsslagaders naar de hersenen, zodat ze wakker worden en je je beter kunt concentreren en ontspannen.’ Waarom? ‘Brain buttons liggen recht boven de halsslagaders en stimuleren ze.’
Kinderen kunnen ettertjes zijn en vaak buitengewone talenten ontwikkelen, maar ik heb nog nooit een kind ontmoet dat zijn halsslagaders in zijn ribbenkast kon stimuleren. Daarvoor heeft het waarschijnlijk de scherpe schaar nodig waar het van mama niet aan mag komen.
Misschien denk je dat deze onzin een marginale, betrekkelijk onbelangrijke trend is die ik met veel moeite in een klein aantal geïsoleerde en slecht geleide scholen heb aangetroffen. Nee dus. Brain Gym wordt op honderden, zo niet duizenden grote Britse openbare scholen beoefend. Tot nu toe heb ik een lijst van meer dan vierhonderd scholen opgesteld die het met naam en toenaam op hun website vermelden, en talrijke andere scholen passen het waarschijnlijk eveneens toe. Doe maar eens navraag in de buurt. Ik ben oprecht geïnteresseerd in reacties.
Brain Gym wordt aangeprezen door plaatselijke onderwijsdeskundigen en gefinancierd door de Britse regering, en de training geldt als voortgezette professionele vorming voor leraren. Maar het is geen plaatselijk verschijnsel. In Groot-Brittannië wordt Brain Gym aangeprezen op de website van het ministerie van Onderwijs, op allerlei plaatsen, en het duikt herhaaldelijk op als middel om ‘integratie’ te bevorderen, alsof kinderen bestoken met pseudo-wetenschap op de een of andere manier sociale ongelijkheid zal verminderen in plaats van verergeren. Dit is een enorm imperium van nonsens dat het hele Britse onderwijssysteem infecteert, van de kleinste basisschool tot aan de overheid, en niemand lijkt het te merken of zich er zorgen over te maken.
Als ze de ‘aanhaakoefeningen’ op bladzijde 31 van het Brain Gym Teacher ‘s Manualzouden doen (waarbij je op allerlei rare, ingewikkelde manieren je vingers tegen elkaar drukt), zou dit misschien ‘de elektrische circuits in het lichaam met elkaar verbinden, waardoor zowel aandacht als ongeorganiseerde energie wordt geconcentreerd en dus doelgericht wordt’, en zou hun misschien eindelijk een licht opgaan. Wellicht ook als ze hun oren lieten klapperen, wat volgens het handboek voor Brain Gym ‘de reticulaire formatie van de hersenen stimuleert, zodat afleidende, irrelevante geluiden niet meer worden opgemerkt en de hersenen worden afgestemd op taal.’
Dezelfde leraar die je kinderen uitlegt dat het hart bloed in de longen en vervolgens in het lichaam pompt, vertelt hun ook dat wanneer ze de ‘Energizer’ – oefening doen (die veel te ingewikkeld is om uit te leggen) ‘deze hoofdbeweging de bloedstroom in je frontale hersenkwab versterkt, ten behoeve van meer bevattingsvermogen en beter logisch denken.’ Het is werkelijk angstaanjagend dat deze leraar een cursus heeft gevolgd waarin een instructeur van Brain Gym hem deze onzin heeft bijgebracht, zonder dat er twijfels bij hem oprezen en zonder dat hij er vragen over stelde.
In sommige opzichten komen de problemen hier overeen met die in het hoofdstuk over ontgifting: als je gewoon ademhalingsoefeningen wilt doen, is dat natuurlijk oké. Maar de scheppers van Brain Gym gaan veel verder. Hun speciale, van een handelsmerk voorziene, theatrale geeuw leidt tot ‘meer oxidatie ten behoeve van efficiënt en ontspannen functioneren’. Oxidatie veroorzaakt roest. Het is iets anders dan oxygenatie, wat ze, naar ik aanneem, bedoelen. (En ook al hebben ze het wel over oxygenatie, dan hoef je nog niet raar te staan geeuwen om zuurstof in je bloed te krijgen: net als de meeste andere wilde dieren beschikken kinderen over een volmaakt werkend en fascinerend fysiologisch systeem om het zuurstof- en koolzuurgehalte in hun bloed te reguleren, en ik weet zeker dat ze veel liever daarover iets zouden leren, of over de werkelijke rol die elektriciteit in het lichaam speelt, of over al die andere dingen waarvan Brain Gym een zootje maakt, dan over deze duidelijk pseudo-wetenschappelijke nonsens.)
Hoe is deze onzin zo alom op scholen terechtgekomen? Een voor de hand liggende verklaring is dat de leraren zijn misleid door al die geleerde uitdrukkingen als ‘reticulaire formatie’ en ‘toegenomen oxidatie’. Toevallig is juist dit verschijnsel onderzocht in een fascinerende reeks experimenten, beschreven in het Journal of Cognitive Neuroscience van maart 2008, waarin op elegante wijze werd aangetoond dat mensen onjuiste verklaringen veel eerder accepteren als ze zijn opgesmukt met een paar technische termen uit de wereld van de neurowetenschap.
Aan proefpersonen werden beschrijvingen voorgelegd van diverse psychologische fenomenen, en vervolgens werd hun willekeurig een van vier verklaringen daarvoor aangeboden. De verklaringen waren óf neurowetenschappelijk óf niet, en óf goed óf slecht (slechte verklaringen waren bijvoorbeeld simpele herformuleringen van het verschijnsel zelf, of lege woorden).
Hier volgt een van de scenario’s. Experimenten hebben aangetoond dat mensen de kennis van anderen niet goed in kunnen schatten: als we het antwoord weten op een vraag over iets onbenulligs, overschatten we de mate waarin andere mensen dat antwoord ook kennen. In het experiment was de verklaring ‘zonder neurowetenschap’ voor dit verschijnsel: ‘De onderzoekers zeggen dat dit [de overschatting] zich voordoet omdat mensen het moeilijk vinden van perspectief te veranderen en te overwegen wat een ander al dan niet zou kunnen weten, waarbij ze hun eigen kennis ten onrechte op anderen projecteren.’ (Dit was een ‘goede’ verklaring.)
De verklaring ‘met neurowetenschap’ – en nog wel een idiote – luidde als volgt: ‘Hersenscans wijzen uit dat dit [de overschatting] zich voordoet vanwege de circuits in de frontale hersenkwab, waarvan bekend is dat ze een rol spelen bij zelfkennis. Mensen maken meer fouten wanneer ze de kennis van anderen moeten beoordelen. Ze kunnen veel beter beoordelen wat ze zelf weten.’ Zoals je ziet, voegt deze verklaring erg weinig toe. Bovendien is de neurowetenschappelijke informatie slechts decoratief en irrelevant voor de redenering.
De proefpersonen in het experiment kwamen uit drie groepen: gewone mensen, studenten in de neurowetenschap en neurowetenschappers, en ze behaalden heel uiteenlopende resultaten. Alle drie de groepen vonden goede verklaringen bevredigender dan slechte, maar de proefpersonen uit de twee niet-deskundige groepen vonden dat de verklaringen mét de logisch irrelevante, neurowetenschappelijk klinkende informatie bevredigender waren dan de verklaringen zónder de onjuiste neurowetenschap. Sterker nog, de onjuiste neurowetenschap had een bijzonder krachtig effect op de beoordeling van ‘slechte’ verklaringen. Kwakzalvers weten dit natuurlijk heel goed, en hebben al sinds kwakzalverij bestaat wetenschappelijk klinkende verklaringen bij hun producten geleverd om hun gezag over de patiënt te versterken (interessant genoeg ook in een tijdperk waarin artsen hun best doen patiënten betere informatie te geven en hen bij beslissingen over hun behandeling te betrekken).
Het is interessant na te denken over de vraag waarom dit soort decoratie zo verleidelijk is, zelfs voor mensen die beter zouden moeten weten. Ten eerste kan alleen al de aanwezigheid van neurowetenschappelijke informatie worden opgevat als een surrogaat voor een ‘goede’ verklaring, ongeacht wat er in feite wordt gezegd. ‘Neurowetenschappelijke informatie werkt waarschijnlijk in de hand dat mensen denken een wetenschappelijke verklaring te hebben gekregen, ook al is dat niet zo’, aldus de onderzoekers.
Maar we kunnen meer aanwijzingen vinden in de uitvoerige literatuur over irrationaliteit. Zo hebben mensen de neiging te denken dat langere verklaringen meer op verklaringen van ‘deskundigen’ lijken. Ook is er het effect van de Verleidelijke details’: als er als onderdeel van een argumentatie verwante (maar logisch irrelevante) details worden gegeven, lijkt het moeilijker te zijn het belangrijkste argument uit een tekst in je op te nemen en het je later te herinneren, aangezien de aandacht wordt afgeleid.
Bovendien hebben we misschien allemaal een nogal Victoriaanse voorliefde voor reductionistische verklaringen. Die maken gewoon een nette indruk. Wanneer we de neurowetenschappelijk klinkende taal in het experiment met ‘onjuiste neurowetenschappelijke verklaringen’ en de teksten in het handboek van Brain Gym lezen, krijgen we het gevoel dat we een natuurwetenschappelijke verklaring krijgen voor een vorm van gedrag (‘een pauze voor lichaamsoefeningen op school is verfrissend’). We krijgen de indruk dat gedrag in verband staat met een meer omvattend verklaringssysteem, namelijk de natuurwetenschappen, een wereld van zekerheid, grafieken en ondubbelzinnige gegevens. Het voelt aan als vooruitgang. Zoals vaak het geval is bij valse zekerheid, geldt juist het omgekeerde.
Laten we even aandacht besteden aan wat goed is aan Brain Gym, want wanneer je de onzin verwijdert, pleit het voor regelmatige pauzes, periodieke lichte lichaamsoefeningen en veel water drinken. Dat is allemaal heel verstandig.
Brain Gym is echter een perfecte illustratie van twee terugkerende thema’s in de industrie van de pseudo-wetenschap. Het eerste is: je kunt hocus pocus – of wat Plato eufemistisch ‘nobele verzinsels’ noemde – gebruiken om anderen iets zinnigs te laten doen als water drinken en af en toe een pauze nemen voor lichaamsoefeningen. Je hebt zelf wel ideeën over wanneer de omstandigheden dit rechtvaardigen (waarbij je mogelijk rekening houdt met factoren als noodzaak en bijverschijnselen van het exploiteren van nonsens), maar het valt me op dat hier bij Brain Gym geen sprake van is: kinderen zijn erop ingesteld om van volwassenen, vooral van leraren, dingen te leren; ze nemen als sponzen informatie en zienswijzen op, en gezaghebbende mensen die hen volstoppen met nonsens maken hen volgens mij rijp voor levenslange uitbuiting.
Het tweede thema is misschien interessanter: de inbeslagname van het gezonde verstand. Je neemt een heel zinnige maatregel, zoals een glas water drinken en een oefenpauze nemen, maar voegt er onzin aan toe, je zorgt ervoor dat het lekker technisch klinkt en dat je zelf een intelligente indruk maakt. Dit versterkt het placebo-effect, maar je vraagt je ook af of het voornaamste doel daarvan niet veel cynischer en lucratiever is: je zorgt ervoor dat je copyright kunt heffen op het gezonde verstand, je geeft het een uniek patent en legt er beslag op.
We zullen dit op grotere schaal steeds opnieuw zien in het werk van dubieuze medische hulpverleners, en vooral bij het ‘nutritionisme’, want wetenschappelijke kennis en verstandige dieetadviezen staan in het publieke domein vrij ter beschikking. Iedereen kan er gebruik van maken, ze begrijpen, ze verkopen of ze gewoon weggeven. De meeste mensen weten al hoe je gezond moet eten. Als je er geld aan wilt verdienen, moet je voor jezelf ruimte op de markt creëren, en om dat te doen moet je het overdreven ingewikkeld maken en er je eigen dubieuze stempel op drukken.
Kan dit kwaad? In ieder geval is het verspilling, en zelfs in het decadente Westen maakt het, nu er een recessie gaande is, een rare indruk geld uit te geven aan gewone voedingsadviezen of oefenpauzes op school. Maar andere verborgen gevaren zijn veel kwaadaardiger. Dit proces van professionalisering van wat voor de hand ligt, maakt wetenschap en gezondheidsadviezen tot iets mysterieus, en dat is onnodig en schadelijk. En meer dan wat dan ook, meer dan onnodige inbeslagname van wat voor de hand ligt, berooft het mensen van hun mondigheid. Deze pseudo-privatisering van het gezonde verstand doet zich maar al te vaak voor op gebieden waarover we zelf controle zouden kunnen uitoefenen, waar we het zelf zouden kunnen doen, en waar we onze kracht en ons vermogen verstandige beslissingen te nemen kunnen ervaren; in plaats daarvan cultiveren we onze afhankelijkheid van dure systemen en van mensen van buitenaf.
Maar het angstwekkendste is dat pseudo-wetenschap ons zo suf maakt. Ik wil je eraan herinneren dat het ontmaskeren van Brain Gym geen hooggekwalificeerde, specialistische kennis vergt. We hebben het over een programma waarin wordt beweerd dat ‘bewerkt voedsel geen water bevat’, mogelijk de enige onmiddellijk weerlegbare uitspraak die ik deze week heb gezien. En soep dan? ‘Alle andere vloeistoffen worden in het lichaam als voedsel verwerkt, en dienen niet voor de watervoorziening van het lichaam.’
Deze organisatie balanceert op het randje van de irrationaliteit, maar ze is op talloze Britse scholen actief. Toen ik in 2005 in mijn column over Brain Gym schreef onder de kop ‘Pauzes met oefeningen goed, pseudo-wetenschappelijke onzin lachwekkend’, waren talrijke leraren daar dolblij mee, maar andere waren verontwaardigd en toonden hun afkeer van wat volgens hen een aanval was op oefeningen die ze als nuttig beschouwden. Een van hen – nog wel een adjunct-directeur – wilde weten: ‘Voorzover ik kan nagaan, hebt u geen scholen bezocht, geen leraren geïnterviewd of vragen aan kinderen gesteld, laat staan dat u met een aantal deskundigen op dit gebied hebt gesproken, ofwel soms?’
Moet ik een school bezoeken om te ontdekken of er water in bewerkt voedsel zit? Nee. Als ik een ‘specialist’ ontmoet die me vertelt dat een kind beide halsslagaders via zijn ribbenkast kan masseren (zonder schaar), wat moet ik dan zeggen? Als ik een leraar spreek die denkt dat de elektrische circuits in je lichaam met elkaar worden verbonden door je vingers te verstrengelen, heb ik geen idee hoe het verder moet.
Ik denk graag dat we in een land leven waarin leraren genoeg verstand hebben om vast te stellen dat dit onzin is en om er een stokje voor te steken. Als ik een ander karakter had, zou ik de verantwoordelijke ministeries hier woedend mee confronteren en eisen dat ze er iets aan zouden doen, en daarna zou ik je verslag uitbrengen van hun gemompel en hun beschaamde verweer. Maar zo’n journalist ben ik niet, en Brain Gym is zo overduidelijk en doorzichtig dwaas dat niets wat ze zouden kunnen zeggen de aanspraken ervan kan rechtvaardigen. Er is maar één ding dat me hoop geeft, en dat is de gestage stroom e-mails van kinderen die opgetogen zijn over de stommiteit van hun leraren:
Ik wil u even vertellen dat mijn leraar ons een folder heeft gegeven waarin staat dat ‘water het beste door het lichaam wordt geabsorbeerd als je er vaak kleine hoeveelheden van drinkt’. Wat ik graag wil weten is: lekt het water uit mijn achterwerk als ik te veel in één keer drink?
‘Anton’, 2006
Dank je wel, Anton.