Professor Patrick Holford
Waar komen al deze ideeën over pillen, nutritionisten en modieuze diëten vandaan? Hoe worden ze bedacht en verspreid? Gillian McKeith leidt de theatrale gelederen, maar Patrick Holford behoort tot een heel andere diersoort: hij is de academische spil in het middelpunt van de Britse nutritionistische beweging en de oprichter van haar belangrijkste voorlichtingsinstituut, het ‘Institute for Optimum Nutrition’. Deze organisatie heeft de meeste mensen opgeleid die zich in Engeland ‘nutritionist’ noemen.*
≡ ‘Nutritionist’, ‘voedingstherapeut’ of ‘voedingsadviseur’ en de vele variaties op dit thema zijn, in tegenstelling tot ‘verpleegster’, ‘diëtist’ of ‘fysiotherapeut’, geen erkende beroepen, dus iedereen kan van die titels gebruikmaken. Voor de duidelijkheid zeg ik het nog eens: iedereen mag zich nutritionist noemen. Ais je dit boek gelezen hebt, weet je meer over de beoordeling van bewijsmateriaal dan de meeste mensen, dus stel ik voor dat je jezelf, in navolging van Spartacus, ook nutritionist noemt; dan moeten academici die op het gebied van het nutritionisme werken iets anders verzinnen omdat het woord niet meer op hen alleen van toepassing is.
Holford is in veel opzichten de grondlegger van hun ideeën en de geestelijk vader van hun zakelijke praktijken.
In dagbladen, waarin hij wordt gepresenteerd als een academische deskundige, wordt hij de hemel in geprezen. Zijn boeken zijn bestsellers, en hij heeft ongeveer veertig boeken geschreven of eraan meegewerkt. Ze zijn in twintig talen vertaald en er zijn wereldwijd meer dan een miljoen exemplaren van verkocht, aan artsen en aan het grote publiek. Sommige van zijn vroegere werken zijn aandoenlijk prullig, zoals het boek waarin een stripachtig ‘wichelroedepakket’ wordt beschreven om voedingstekorten te helpen opsporen. De latere boeken staan vol wetenschappelijke details, en qua stijl illustreren ze wat je ‘schijnbare bronvermelding’ zou kunnen noemen: in de tekst staan van die leuke cijfertjes in superscript en achterin vind je een massa wetenschappelijke citaten.
Holford zet zichzelf krachtdadig op de markt als een man van de wetenschap en hij is onlangs beloond met een gastdocentschap aan de University of Teesside (waarover later meer). Een tijdlang had hij overdag een vaste tijd op de televisie, en er ging nauwelijks een week voorbij waarin je hem niet in een of ander programma zag opdraven om advies te geven of over zijn laatste ‘experiment’ of ‘onderzoek’ te praten: aan een experiment op een school (zonder controlegroep) werd kritiekloos aandacht besteed in twee afzonderlijke uitzendingen van Tonight with Trevor MacDonald, het veelbekeken actualiteitenprogramma van ITV, en dan heb ik het nog niet eens over zijn andere optredens in This Morning, BBC Breakfast, Horizon, BBC News, GMTV, London Tonight, Sky News, CBS News in Amerika, The Late Late Show in Ierland en vele andere programma’s. Volgens het Britse mediabestel is professor Patrick Holford een van onze vooraanstaande media-intellectuelen: geen handelsreiziger in vitaminepillen die voor de voedingssupplementenindustrie ter waarde van 50 miljard dollar werkt – een feit dat zelden of nooit wordt vermeld – maar een inspirerende, toegewijde academicus met een visionaire benadering van wetenschappelijke bewijsvoering. Laten we eens kijken welke kwaliteiten zijn vereist om ervoor te zorgen dat journalisten je voor het oog van de natie deze mate van gezag toekennen.
In een boekwinkel in Wales drong voor het eerst werkelijk tot me door wie Holford was. Ik was op vakantie bij mijn familie, ik had niets om over te schrijven en het was Nieuwjaar. Mijn reddingsboei was een exemplaar van zijn The New Optimum Nutrition Bible, de bestseller waarvan een half miljoen exemplaren zijn verkocht. Ik greep er gretig naar en zocht de ‘grote moordenaars’ op. Allereerst vond ik een introductie waarin stond dat ‘mensen met kanker die vitamine C innemen viermaal zo lang in leven blijven.’ Prima materie.
Ik zocht ‘aids’ op (dit noem ik de ‘aidstest’). Op bladzijde 208 vond ik dit: ‘AZT, het eerste medicijn tegen aids dat werd voorgeschreven, is potentieel schadelijk en blijkt minder effectief dan vitamine C.’ Aids en kanker zijn wel bijzonder serieuze thema’s. Als je zo’n drastische uitspraak als die van Holford leest, ga je er misschien van uit dat die op een onderzoek is gebaseerd waarbij aidspatiënten vitamine C kregen. Er staat ‘23’ in superscript, en dat cijfertje verwijst naar een artikel van iemand die Jariwalla heet. Ik hield mijn adem in toen ik dit artikel op het internet te pakken kreeg.
Het eerste wat me opviel, was dat AZT er niet in vermeld wordt, AZT wordt niet met vitamine C vergeleken. Er kwamen evenmin mensen in voor; het ging om een laboratoriumonderzoek waarbij cellen in een petrischaal werden bestudeerd. Er werd wat vitamine C op deze cellen gedruppeld en er werden enkele gecompliceerde dingen gemeten, zoals ‘vorming van syncytium bij reuzencellen’, die veranderde wanneer er een heleboel vitamine C rondzwom. Dat is prima, maar deze ontdekking in het laboratorium ondersteunt de nogal drastische uitspraak beslist niet dat ‘AZT, het eerste medicijn tegen aids dat werd voorgeschreven, potentieel schadelijk is en minder effectief blijkt dan vitamine C’. Zo te zien is dit weer een voorbeeld van goedgelovige extrapolatie van laboratoriumgegevens naar medische werkzaamheid bij echte mensen, die we zijn gaan herkennen als het visitekaartje van de ‘nutritionist’.
Maar het wordt nog interessanter. Ik heb in een krantenartikel terloops op mijn bevindingen gewezen, en daarop reageerde dr. Raxit Jariwalla zelf in een brief waarin hij zijn artikel verdedigde tegen de aantijging dat het ‘onbetrouwbare wetenschap’ was. Dit stelde me voor een fascinerende vraag die de kern is van dit probleem van ‘schijnbare bronvermelding’. Het artikel van Jariwalla was volkomen in orde, en ik heb nooit iets anders gezegd. Het ging over de meting van enkele gecompliceerde veranderingen op een basaal biologisch niveau van enkele cellen in een petrischaal nadat er een grote hoeveelheid vitamine C op was gedruppeld. De methoden en de resultaten ervan zijn onberispelijk door dr. Jariwalla beschreven. Ik heb geen reden om aan zijn heldere beschrijving van wat hij heeft gedaan te twijfelen.
Het probleem heeft met de interpretatie te maken. Als Holford gezegd had: ‘Dr. Raxit Jariwalla heeft ontdekt dat de activiteit van sommige componenten van cellen in een petrischaal lijkt te veranderen wanneer je er vitamine C op druppelt’, en naar het artikel van Jariwalla had verwezen, zou er niets aan de hand zijn. Maar dat heeft hij niet gedaan. Hij schreef: ‘AZT, het eerste medicijn dat tegen aids werd voorgeschreven, is potentieel schadelijk en blijkt minder effectief dan vitamine C.’ Wetenschappelijk onderzoek is één ding, wat jij beweert dat het betekent – je interpretatie ervan – is iets heel anders. Holford maakte zich schuldig aan een absurde en overdreven extrapolatie.
Ik had me kunnen voorstellen dat veel mensen op dit punt zouden zeggen: ‘Ja, achteraf bezien was dit misschien een beetje dwaas geformuleerd.’ Maar professor Holford nam een andere koers. Hij beweerde dat ik hem los van de context had geciteerd (dat was niet zo: je kunt de hele bladzijde van zijn boek op het internet raadplegen). Hij zei dat hij zijn boek heeft gecorrigeerd (zie de noot achter in dit boek).1 Hij heeft me er herhaaldelijk van beschuldigd dat ik hem alleen maar op dit punt heb bekritiseerd omdat ik een pion van de farmaceutische industrie ben (dat ben ik niet; bizar genoeg behoor ik tot haar felste critici). Van cruciaal belang was zijn suggestie dat ik me op een triviale en incidentele fout had gericht.
Het leuke van een boek is dat je er van alles mee kunt doen. Mijn exemplaar van The New Optimum Nutrition Bible ligt voor me. Het is volgens het citaat uit de Sunday Times op het voorplat ‘Verplichte lectuur als je gezondheid je ter harte gaat’. ‘Van onschatbare waarde’, zei de Independent on Sunday enzovoort. Ik heb besloten iedere bronvermelding afzonderlijk na te trekken, als een geschifte stalker, en ik zal de tweede helft van dit boek in zijn geheel wijden aan het schrijven van een geannoteerde editie van het dikke boek van Holford. Grapje!
Het boek van Holford heeft 558 bladzijden met plausibel technisch jargon, met ingewikkelde adviezen over wat je moet eten en welke pillen je moet kopen (in het gedeelte over ‘hulpmiddelen’ blijkt dat zijn eigen assortiment pillen ‘het beste’ is). Om er niet gek van te worden heb ik ons onderzoek beperkt tot het belangrijkste gedeelte: het hoofdstuk waarin hij uitlegt waarom je supplementen moet innemen. Voor we beginnen, moeten we bijzonder duidelijk zijn: ik ben alleen maar in professor Holford geïnteresseerd omdat hij onderricht geeft aan de nutritionisten die onze bevolking behandelen en omdat hem een leerstoel is toegekend op Teesside University, waar hij gaat doceren en onderzoek gaat superviseren. Als professor Patrick Holford een man van de wetenschap en een geleerde is, moeten we hem als zodanig behandelen, en wel angstvallig eerlijk.
Dus we beginnen bij hoofdstuk 12, bladzijde 97 (ik gebruik de ‘volledig herziene en bijgewerkte’ Engelse editie uit 2004, herdrukt in 2007, voor het geval je me thuis wilt volgen). Je ziet dat Holford uitlegt waarom het nodig is pillen te slikken.
Misschien is dit het juiste moment om te vermelden dat professor Patrick Holford momenteel zijn eigen assortiment pillen heeft die in minstens twintig verschillende variëteiten over de toonbank vliegen, met op elk etiket een lachende foto van hemzelf. Dit assortiment is verkrijgbaar via het pillenbedrijf BioCare, en zijn vorige assortiment dat je in oudere boeken tegenkomt, werd verkocht door Higher Nature.*
≡ O ja, hij werkt voor BioCare als hoofd Onderwijs en Wetenschap (misschien heb ik al vermeld dat 30 procent van het bedrijf eigendom is van het farmaciebedrijf Elder). Eigenlijk heeft hij in velerlei opzicht zijn leven gewijd aan het verkopen van pillen. Nadat hij in de jaren zeventig York met een bijzonder laag cijfer voor psychologie had verlaten, werd hij handelsreiziger in vitaminepillen voor het pillenbedrijf Higher Nature. Hij heeft zijn nieuwste bedrijf voor de verkoop van pillen, Health Products for Life, in 2007 voor een half miljoen pond verkocht aan BioCare, en is nu in dienst van dat bedrijf.
Het enige doel dat ik met dit boek nastreef, is voorlichting geven over wat betrouwbare wetenschap is door onbetrouwbare wetenschap te onderzoeken, dus misschien vind je het leuk om te horen dat de eerste uitspraak die Holford in de allereerste alinea van zijn belangrijkste hoofdstuk doet een volmaakt voorbeeld is van een verschijnsel dat we al zijn tegengekomen: ‘de krenten uit de pap halen’, of alleen die gegevens selecteren die in je kraam te pas komen. Hij zegt dat er een test is gedaan die aantoont dat je minder vaak verkouden wordt als je vitamine C inneemt. Maar er bestaat een onwankelbaar systematisch literatuuronderzoek van Cochrane waarin het bewijsmateriaal van alle negenentwintig verschillende tests over dit onderwerp, waaraan in totaal 11.000 mensen hebben deelgenomen, wordt gebundeld en waaruit men de conclusie heeft getrokken dat er geen bewijzen bestaan dat vitamine C verkoudheden voorkomt.2 Professor Holford verwijst niet naar dit ene en ongewone onderzoek dat alle onderzoek tegenspreekt dat nauwkeurig door Cochrane is samengevat, maar dat doet er niet toe: wat het ook is, het is duidelijk dat hij hier de krenten uit de pap haalt, want wat hij zegt is met de meta-analyse in strijd.
Holford verwijst onmiddellijk daarna naar een onderzoek waarin bloedtests hebben aangetoond dat zeven van de tien proefpersonen een tekort aan vitamine B hebben. Er staat een gezaghebbend cijfertje in superscript in die tekst. Achter in het boek ontdekken we dat hij verwijst naar een cassettebandje dat je bij zijn eigen Institute for Optimum Nutrition kon kopen (het heet The Myth of the Balanced Diet). Dan volgt er een rapport van vijfentwintig jaar geleden van de Bateman Catering Organisation (wie?) dat zo te zien onjuist is gedateerd; een artikel over vitamine BI2; een ‘experiment’ zonder controlegroep waarvan melding werd gemaakt in een brochure van het ION, die zo obscuur is dat ze zelfs niet te vinden is in de British Library (en die heeft alles). Dan volgt er een nietszeggende mededeling uit een artikel uit het Optimum Nutrition Magazine van het Institute for Optimum Nutrition, een niet-controversiële uitspraak die door een degelijk artikel wordt ondersteund – kinderen van moeders die tijdens hun zwangerschap foliumzuur hebben ingenomen, vertonen minder gebreken bij de geboorte, een vastgesteld feit dat in de richtlijnen van het ministerie van Volksgezondheid voorkomt – want er moet toch ergens een greintje gezond verstand meespelen. Wanneer we verder lezen, krijgen we informatie over een onderzoek onder negentig schoolkinderen die na het innemen van een hoog gedoseerde multivitaminepil een IQ-score behaalden die 10 procent hoger lag dan daarvoor, helaas zonder bronvermelding, en dan volgt er een waar juweeltje: één alinea met vier bronvermeldingen.
De eerste verwijst naar een onderzoek van de vermaarde dr. R.K. Chandra, een onderzoeker met een slechte reputatie, wiens artikelen in opspraak kwamen en zijn ingetrokken, en die ter sprake is gekomen in belangrijke artikelen over onderzoeksfraude, waaronder dat van dr. Richard Smith in het British Medical Journal met de titel: ‘Investigating the previous studies of a fraudulent author’.3 Er bestaat een driedelige documentaire over zijn verontrustende carrière, gemaakt door de Canadese CBC (je kunt hem op het internet bekijken); aan het slot ervan blijkt hij in India nagenoeg ondergedoken te zitten.4 Hij heeft 120 verschillende bankrekeningen in diverse belastingparadijzen, en natuurlijk heeft hij patent aangevraagd op zijn eigen multivitaminemengsel, dat hij verkoopt als een ‘regulier’ voedingssupplement voor bejaarden. De ‘bewijzen’ voor de werking ervan zijn grotendeels ontleend aan zijn eigen klinische tests.
In naam van de angstvallige eerlijkheid kan ik gelukkig verklaren dat een groot deel van dit alles na de eerste druk van het boek van Holford is uitgekomen; aan het onderzoek van Chandra had men al enige tijd getwijfeld, en voedingsdeskundigen durfden er niet goed uit te citeren, simpelweg omdat zijn ontdekkingen zo ongelooflijk positief waren. In 2002 nam hij ontslag als professor en slaagde hij er niet in vragen over zijn artikelen te beantwoorden of zijn data over te leggen toen zijn werkgevers hem daarnaar vroegen. Het artikel waar Patrick Holford naar verwijst, werd tenslotte in 2005 volledig ingetrokken. De volgende bronvermelding in dezelfde alinea verwijst naar een ander artikel van Chandra. Twee achter elkaar, dat maakt geen goede indruk.
Vervolgens verwijst professor Holford naar een overzichtsartikel waarin wordt gezegd dat uit zevenendertig van achtendertig onderzoeken over vitamine C (alweer) is gebleken dat ze hielp bij de behandeling (en niet ter voorkoming, zoals hij in de tekst daarboven beweerde) van verkoudheid. Zevenendertig van de achtendertig onderzoeken, dat klinkt fascinerend, maar het definitieve overzichtsartikel van Cochrane toont tegenstrijdig bewijsmateriaal en slechts een geringe heilzame werking bij hogere doses.
Ik bemachtigde het artikel dat professor Holford als bron van deze bewering vermeldde: het is een analyse achteraf van een literatuuronderzoek van tests, waarbij alleen rekening werd gehouden met tests die voor 1975 waren uitgevoerd.5 De uitgevers van Holford noemen deze editie van The New Optimum Nutrition Bible ‘VOLLEDIG HERZIEN EN BIJGEWERKT’, en ze bevat ‘HET MEEST RECENTE ONDERZOEK’. Het werd gepubliceerd in het jaar waarin ik dertig werd, maar de grote bron van de uitspraak van Holford over vitamine C en verkoudheid is een artikel dat slechts tests in aanmerking neemt van voor de tijd dat ik een jaar oud was. Sinds dit literatuuronderzoek is uitgevoerd, heb ik leren lopen en praten, heb ik de basisschool en de middelbare school doorlopen, heb ik drie universitaire studies gevolgd en een paar jaar als arts gewerkt, kreeg ik een column in The Guardian en heb ik een paar honderd artikelen geschreven, en dan heb ik het nog niet eens over dit boek. Vanuit mijn perspectief is het niet overdreven te zeggen dat 1975 precies een mensenleeftijd geleden is. Van 1975 kan ik me niets meer herinneren. En o ja, het artikel waarnaar professor Holford verwijst, omvat geen achtendertig tests, maar slechts veertien. Al blijft hij maar doordrammen over vitamine C, hij lijkt niet bijzonder goed op de hoogte te zijn van de huidige vakliteratuur. Als je je zorgen maakt over je vitamine C-consumptie wil je misschien wel wat ImmuneC kopen uit het assortiment van BioCare en Holford: voor 240 tabletten, met zijn portret op het potje, betaal je maar 29,95 pond.*
≡ Het is van belang niet te vergeten wat het verschil is tussen verkoudheden voorkómen (wat dit betreft ontdekte het literatuuronderzoek van Cochrane geen bewijs van enige werking) en verkoudheden behandelen (Cochrane heeft een geringe werking aangetoond bij bijzonder hoge doses). Zoals je je kunt indenken, komt het af en toe voor dat Holford geen rekening houdt met dit verschil, en korter geleden verhaspelde hij in een nieuwsbrief aan zijn klanten de gegevens zo dat de oorspronkelijke auteurs ervan zouden schrikken. Over de bescheiden 13,6 procent kortere duur van verkoudheden bij kinderen die hoge doses vitamine C innamen, beweerde hij: ‘Dit komt neer op 30 dagen minder verkouden zijn per jaar voor het gemiddelde kind.’ Als dat waar is, dan is het gemiddelde kind meer dan 200 dagen per jaar verkouden. Volgens het literatuuronderzoek kunnen kinderen met het hoogste aantal verkoudheden in feite een vermindering verwachten van 4 dagen per jaar. Ik kan nog wel even doorgaan met het opsommen van de fouten in zijn nieuwsbrieven, maar er bestaat een grens tussen iets duidelijk maken en ervoor zorgen dat de lezer afhaakt.
We gaan verder. Hij haalt de krenten uit de pap van het enige ongewoon duidelijk positieve artikel dat ik in de literatuur kan vinden over inname van vitamine E om een hartinfarct te voorkomen – een afname van 75 procent, beweert hij. Om je een idee te geven van de bronnen die hij niet vermeldt, heb ik de moeite genomen terug te gaan in de tijd en heb het meest recente overzicht van de onderzoeksliteratuur uit 2003 ontdekt: een systematisch overzicht en een meta-analyse, gepubliceerd in The Lancet. Daarin werden alle artikelen die over het onderwerp waren gepubliceerd, tot op tientallen jaren terug, beoordeeld, en daarbij kwam men over het geheel genomen tot de conclusie dat er geen bewijzen bestaan dat vitamine E een heilzame werking heeft.6 Misschien vind je het amusant te horen dat de enige positieve test waar Holford naar verwijst, niet alleen verreweg het kleinste, maar ook kortste onderzoek uit het hele overzicht is. Dit is professor Holford, die tot taak heeft om te doceren en te superviseren op de Teesside University, om jonge mensen te vormen en hen voor te bereiden op de strenge eisen die het academische leven hun stelt.
Daarna doet hij een rijtje buitengewone uitspraken waarvoor geen enkele bron wordt vermeld. Autistische kinderen kijken je niet aan, maar ‘als je hun natuurlijke vitamine A geeft, kijken ze je recht in de ogen’. Geen bronvermelding. Vervolgens doet hij vier specifieke uitspraken over vitamine B, die volgens hem op ‘onderzoek’ gebaseerd zijn, maar ook hier vermeldt hij geen bronnen. Ik beloof je dat we de slotzin naderen. Er staat nog wat meer vermeld over vitamine C, en deze keer wordt Chandra als bron vermeld (alweer).
Tenslotte zegt professor Patrick Holford op bladzijde 104 in een triomfantelijke eindsprint dat er nu sinaasappels bestaan waar helemaal geen vitamine C meer in zit. Het is onder zelfbenoemde nutritionisten (andere bestaan niet) en verkopers van voedingssupplementen een populaire mythe dat ons voedsel minder voedzaam wordt, maar in werkelijkheid wordt vaak gezegd dat het over het geheel genomen voedzamer is omdat we meer vers en diepgevroren fruit en groenten eten, en minder ingeblikt en gedroogd spul; daardoor ligt al het voedsel sneller in de winkel en bevat het meer voedingsstoffen (al veroorzaakt dat een enorme schade aan het milieu). Maar de beweringen over vitaminen van Holford zijn wat extremer dan de gebruikelijke kost. Deze sinaasappels bevatten niet gewoon minder vitaminen: ‘Echt, sommige sinaasappels uit de supermarkt bevatten helemaal geen vitamine C!’*
≡ Hierbij verzoek ik professor Holford me via het adres van de uitgever een sinaasappel te sturen waar geen vitamine C in zit.
Angstaanjagend! Koop vooral pillen!
Dit hoofdstuk staat niet op zichzelf. Er bestaat een website, Holfordwatch, die gewijd is aan extreem gedetailleerd onderzoek van deze uitspraken, adembenemend duidelijk en met obsessief nauwkeurige bronvermelding. Daar ontdek je dat in de andere publicaties van Holford veel meer fouten worden herhaald; die fouten worden zorgvuldig geanalyseerd, met humor en met een tikje angstaanjagende muggenzifterij. Het is een waar genoegen die site te bezoeken.
Door deze inzichten komen een paar interessante kwesties naar voren. Ten eerste – en dat is belangrijk – houd ik me altijd graag bezig met andermans ideeën. Maar hoe moet je in discussie gaan met iemand als Patrick Holford? Hij beschuldigt anderen er voortdurend van ‘de literatuur niet bij te houden’. Iedereen die aan de waarde van zijn pillen twijfelt, ‘denkt nog altijd dat de aarde plat is’ of is een pion van de farmaceutische industrie. Hij laat uitspraken over onderzoek en bronvermeldingen weg. Wat moet je doen, aangezien je die niet kunt lezen? Als je angstvallig beleefd en toch vastbesloten bent, is de enig mogelijke reactie uiteraard: ‘Ik weet niet of ik uw samenvatting of uw interpretaties van die gegevens wel kan aanvaarden zonder ze zelf te controleren.’ Dat zou weleens niet goed kunnen vallen.
Maar het tweede punt is nog belangrijker. Zoals ik al heb vermeld, is Holford benoemd tot professor op Teesside. Zoals je kunt verwachten, loopt hij daar in zijn persberichten trots mee te koop. En volgens documenten van Teesside – er is een hele rits, verkregen op basis van de Freedom of Information Act, beschikbaar op het internet – bestond bij zijn benoeming het duidelijke plan dat hij onderzoek zou superviseren en college zou geven.
Het verbaast me niet dat er individuele ondernemers en goeroes bestaan die hun pillen en hun ideeën op de open markt verkopen. Merkwaardig genoeg respecteer en bewonder ik hun vasthoudendheid. Maar het is me wel bijzonder duidelijk dat universiteiten heel andere verantwoordelijkheden hebben, en vooral op het gebied van de voedingsleer loert hier een groot gevaar. Een graad in de homeopathie is tenminste nog transparant. De universiteiten waar homeopathie wordt onderwezen, doen geheimzinnig en onbeholpen over hun onderwijsprogramma’s (misschien omdat blijkt dat er vragen worden gesteld over ‘miasma’, wanneer hun examenvragen, zoals in 2008, uitlekken), maar in ieder geval zijn deze graden in alternatieve therapieën gelijk aan wat er op de verpakking staat.
Het project van de nutritionisten is interessanter: het neemt de vorm aan van wetenschap – het taalgebruik, de pillen en de ogenschijnlijke bronvermeldingen – en doet uitspraken die oppervlakkig bezien lijken op datgene wat door academici op het gebied van de voedingsleer, waar veel echt wetenschappelijk onderzoek te doen is, wordt gezegd. Af en toe bestaat er mogelijk wat goed bewijsmateriaal voor deze uitspraken (al kan ik me niet voorstellen dat het zin heeft een advies over mijn gezondheid te aanvaarden van iemand die het maar af en toe bij het rechte eind heeft). Maar zoals we hebben gezien, is het werk van nutritionisten in feite vaak geworteld in alternatieve new-age-therapieën, en terwijl reikiheling met kwantumenergie vrij duidelijk aangeeft waar deze methode op gebaseerd is, hebben nutritionisten zich met behulp van wat adviezen over leefgewoonten die iedereen met gezond verstand al kent en een paar bronvermeldingen zo plausibel in de dekmantel van wetenschappelijk gezag gehuld dat de meeste mensen nauwelijks doorhebben wat het eigenlijk voor een vakgebied is. Bij zeer nauwgezet doorvragen zullen sommige nutritionisten erkennen dat hun therapie ‘aanvullend en alternatief’ is, maar op de lijst van het parlementaire onderzoek naar alternatieve medicijnen en therapieën komt ze niet voor.
Deze ogenschijnlijke overeenkomsten met academisch werk roepen zoveel paradoxen op dat we ons kunnen afvragen wat er met Teesside zou kunnen gebeuren als professor Holford daar gaat bijdragen aan de vorming van jonge mensen. In de ene collegezaal kan een universitaire docent met een vaste aanstelling je leren dat je moet kijken naar het totale bewijsmateriaal en dat je niet de krenten uit de pap mag halen, dat je niet te sterk mag extrapoleren vanuit voorlopige laboratoriumgegevens, dat bronvermeldingen nauwkeurig moeten zijn en de inhoud van het geciteerde artikel moeten weergeven, en al het andere dat een academische faculteit je over wetenschap en gezondheid kan bijbrengen. En staat Patrick Holford dan in een andere collegezaal de geleerdheid tentoon te spreiden waarmee we al kennis hebben gemaakt?
Door een recente nieuwsbrief van Holford kunnen we rechtstreeks een blik werpen op dit conflict. Onvermijdelijk zal er zo nu en dan een omvangrijk academisch onderzoek worden gepubliceerd waarin geen bewijzen worden ontdekt van de heilzame werking van een van de favoriete pillen van Patrick Holford. Vaak zal hij daarop een verwarde en boze reactie publiceren, en die kritiek heeft achter de schermen grote invloed: er verschijnen vaak fragmenten in krantenartikelen en de gebrekkige logica ervan duikt op in discussies met nutritionisten.
In zo’n nieuwsbrief uitte hij de beschuldiging dat een meta-analyse van gerandomiseerde, met een controlegroep gecontroleerde tests van antioxidanten bevooroordeeld was, omdat er twee tests waren buitengesloten die volgens hem positief waren. In feite waren dat geen tests, maar simpelweg overzichten van waarnemingen, dus konden ze onmogelijk in de meta-analyse worden opgenomen. Maar in deze nieuwsbrief maakte Patrick Holford zich boos over een meta-analyse over omega-3-vetten (zoals visolie), waaraan professor Carolyn Summerbell had meegewerkt. Ze heeft een leerstoel in de voedingsleer op Teesside University, waar ze tevens adjuncthoofd voor onderzoek is, en heeft een langdurige staat van dienst op het gebied van gepubliceerd onderzoek over de voedingsleer.
In dit geval leek Holford het blobbogram van de resultaten van het onderzoek, waaruit geen heilzame werking van visolie bleek, gewoon niet te begrijpen.*
≡ Op het internet is een meer gedetailleerde verklaring van zijn onbegrip te vinden, maar bij nerds wekt hij de indruk dat hij verbaasd is dat diverse onderzoeken, waaruit een niet-significante heilzame werking van visoliepillen blijkt, gezamenlijk geen statistisch significante heilzame werking opleveren. Zoals je weet, komt dit in feite nogal vaak voor. Er zijn diverse andere kritische opmerkingen mogelijk op het onderzoeksartikel over omega-3-vetten, zoals bij elk artikel het geval is, maar helaas hoort de kritiek van Holford daar niet bij.
Professor Holford was woedend over wat hij dacht te hebben ontdekt en beschuldigde de auteurs van het artikel er vervolgens van pionnen van de farmaceutische industrie te zijn (misschien zie je hier een patroon). ‘Ik vind het bijzonder bedrieglijk dat dit duidelijk vertekende beeld niet eens in het artikel wordt besproken’, zegt hij. ‘Daarom vraag ik me werkelijk af of de auteurs en het tijdschrift wel integer zijn.’ Let wel, hij heeft het hier over een professor in de voedingsleer en een adjunct-directeur Onderzoek van de Teesside University. En dan maakt hij het nog bonter. ‘Laten we dit even onderzoeken vanuit een ‘complottheorie’. Vorige week bereikte de omzet van medicijnen het bedrag van 600 miljard dollar. Het best verkochte medicijn was Lipitor, een medicijn dat het cholesterolgehalte verlaagt. Het leverde 12,9 miljard dollar op […]’
Voor alle duidelijkheid: het valt niet te betwijfelen dat er ernstige problemen bestaan met de farmaceutische industrie – en dat kan ik weten, want ik geef aan artsen en medische studenten les over dit onderwerp, ik schrijf er regelmatig over in landelijke dagbladen en in het volgende hoofdstuk zal ik je de kwade kanten ervan laten zien – maar dat probleem wordt niet opgelost door onbetrouwbare wetenschap, en ook niet door een vervangend assortiment pillen uit een verwante bedrijfstak. Genoeg hierover.
Hoe kon Holford worden benoemd?
David Colquhoun is emeritus professor in de farmacologie op het University College of London en houdt een geweldig luidruchtig weblog bij op dcscience.net. Hij maakte zich bezorgd en won informatie in over de benoeming van Holford met behulp van de Freedom of Information Act en zette die op het internet. Hij heeft een paar interessante dingen ontdekt. Ten eerste erkent Teesside dat dit een ongebruikelijke benoeming is. Verder wordt verklaard dat Holford directeur is van de Food for the Brain Foundation, die fondsen doneert voor beurzen van promovendi, en dat hij zou kunnen bijdragen aan een academische kliniek voor autisten.
Ik zal niet lang stilstaan bij het curriculum vitae van Holford, omdat ik me op de wetenschap wil blijven concentreren, maar het cv dat hij naar Teesside heeft gestuurd, is een goed beginpunt voor een korte biografie. Er staat in dat hij van 1973 tot 1976 psychologie heeft gestudeerd in York en dat hij daarna in Amerika heeft gestudeerd bij twee onderzoekers in de psychopathologie en in de voedingsleer (Carl Pfeiffer en Abram Hoffer). Vervolgens is hij in 1980 naar Engeland teruggekeerd om ‘geestelijk gestoorde patiënten met nutritionistische geneeskunde’ te behandelen. Maar het was pas vanaf 1975 mogelijk om in York psychologie te studeren. In feite liep Holford daar college tussen 1976 en 1979, en na een vrij slecht studieresultaat kreeg hij zijn eerste baan als handelsreiziger voor Higher Nature, een bedrijf in voedingssupplementen. Dus hij behandelde in 1980 patiënten, één jaar na het behalen van zijn baccalaureaat? Geen probleem? Ik probeer er alleen maar achter te komen hoe dit in elkaar zit.
In 1984 heeft hij het Institute for Optimum Nutrition opgericht, waarvan hij tot 1998 directeur is geweest. Daarom was het ongetwijfeld een roerend en onverwachts eerbetoon voor Patrick toen het Institute hem in 1995 een diploma in nutritionistische therapie verleende. Aangezien hij twintig jaar eerder zijn studie voedingsleer op de University of Surrey niet heeft afgemaakt, blijft zijn Dip.ION zijn enige kwalificatie op het gebied van de voedingsleer.
Ik zou nog wel even door kunnen gaan, maar dat vind ik onbetamelijk, en bovendien zijn dit saaie details. Goed, nog eentje dan, maar de rest moet je maar op het internet lezen.
In 1986 begon hij de effecten van voeding op intelligentie te onderzoeken, in samenwerking met Gwillym Roberts, schoolhoofd en student op het ion. Dit culmineerde in een gerandomiseerde test met een controlegroep van de effecten van verbeterde voeding op het iq van kinderen, en dit experiment was het onderwerp van een documentaire van Horizon; het werd in 1988 gepubliceerd in The Lancet.
Dit artikel uit The Lancet ligt voor me. De naam Holford komt er nergens in voor. Hij is niet de auteur en er wordt zelfs geen bijdrage van hem vermeld.
Laten we met grote spoed terugkeren naar de wetenschap. Had Teesside zonder moeite kunnen ontdekken dat er redenen waren om zich zorgen te maken over de wetenschappelijke opvattingen van Patrick Holford, waarin bewijsmateriaal geen rol speelt, alvorens hem tot gastdocent te benoemen? Ja. Simpelweg door de brochures van zijn eigen bedrijf, Health Products for Life, te lezen. Onder de vele pillen had men zijn reclame en goedkeuring kunnen ontdekken voor de QLink-hanger van maar 69,99 pond. De QLink-hanger wordt verkocht om je te beschermen tegen angstaanjagende, onzichtbare elektromagnetische straling, waar Holford maar al te graag over praat, en die hanger geneest talrijke kwalen. Volgens de catalogus van Holford…
…heeft hij geen batterijen omdat de drager hem ‘energie geeft’. De microchip wordt geactiveerd door een koperen inductor die genoeg micro-elektriciteit uit je hart opwekt om de hanger van energie te voorzien.
De fabrikanten verklaren dat de QLink je ‘energiefrequenties’ corrigeert. De hanger werd in The Times, de Daily Mail en in London Today van ITV aangeprezen, en we begrijpen algauw waarom: hij lijkt een beetje op een digitale geheugenkaart van een camera, met acht contactpunten op een stemplaat aan de voorkant, een hightech elektronisch onderdeel in het midden en een koperen spiraaltje om de rand.
Van de zomer kocht ik er een en nam hem mee naar Camp Dorkbot, een jaarlijks festival voor nerds, gehouden op een camping bij Dorking. Hier hebben een paar naïeve computergekken de QLink in het zonnetje voor me onderzocht. We bestudeerden hem op alle mogelijke manieren en probeerden uitgezonden ‘frequenties’ te ontdekken, maar zonder succes. Toen deden we wat iedere nerd doet als hij een interessant apparaatje in handen krijgt: we braken het open. Het eerste dat we al borend aantroffen, was de stemplaat. Met enige hilariteit ontdekten we dat die op geen enkele manier met de koperen inductor of spoel verbonden was, en dus werd die plaat niet, zoals werd beweerd, door die inductor van energie voorzien.
Uit de acht koperen contactpunten kwamen een paar interessante stemplaatbanen tevoorschijn, maar bij nadere inspectie bleken die absoluut nergens mee verbonden te zijn. Je zou ze ‘decoratief’ kunnen noemen. In naam van de nauwgezetheid dien ik te vermelden dat ik niet weet of ik iets een ‘stemplaat’ kan noemen als er geen ‘circuit’ is. Tenslotte is in het midden van het apparaatje, duidelijk zichtbaar onder een doorzichtig plastic venstertje, een elektronisch onderdeel gesoldeerd. Het ziet er indrukwekkend uit, maar wat het ook is, het is absoluut nergens mee verbonden. Nauwkeurige bestudering met een vergrootglas en experimenten met een multimeter en een oscilloscoop brachten aan het licht dat dit onderdeel op de ‘stemplaat’ een weerstand van nul ohm was. Dat is een weerstand die geen weerstand biedt: wat draad in een piepklein doosje. Het lijkt een nutteloos onderdeel, maar het kan een kloof overbruggen tussen naburige banen op een stemplaat. (Ik heb het gevoel dat ik me voor deze kennis moet verontschuldigen.)
Zo’n onderdeel is prijzig. We moeten aannemen dat dit een weerstand van uiterst goede kwaliteit is, sterk belastbaar, goed geijkt en moeilijk te krijgen. Je koopt ze op papieren rollen van 18cm; elke rol bevat ongeveer 5.000 weerstanden en je betaalt algauw een halve penny voor zo’n weerstand. Sorry, ik ben sarcastisch. Weerstanden van nul ohm kosten bijna niets. Dat is de QLink-hanger. Geen microchip. Een inductor die nergens mee verbonden is. Een weerstand van nul ohm, die een halve penny kost en eveneens nergens mee verbonden is.*
≡ Ik heb contact gelegd met qlinkworld.co.uk om mijn ontdekkingen te bespreken. Ze waren zo vriendelijk de uitvinder te raadplegen, die me meedeelde dat men altijd duidelijk heeft aangegeven dat de QLink geen elektronische onderdelen heeft die ‘op een conventionele elektronische wijze’ werken. Blijkbaar wordt de herprogrammering van energiepatronen uitgevoerd door een in hars gevat kristal met een subtiele werking. Ik denk dat dit betekent dat het een hanger met een new-age-kristal is, en als dat zo is, zouden ze dat net zo goed gewoon kunnen zeggen.
Teesside is niet het hele verhaal. De belangrijkste reden voor onze belangstelling voor Patrick Holford is zijn uitzonderlijke invloed op het nutritionistische wereldje in Engeland. Zoals ik al zei, heb ik een geweldig respect voor de mensen die ik in dit boek beschrijf, en ik ben blij dat ik Holford kan vleien met de mededeling dat het moderne verschijnsel van het nutritionisme, dat tot vrijwel alle media diep is doorgedrongen, voor het grootste deel zijn werk is, namelijk via de mensen die zijn afgestudeerd aan zijn enorm succesvolle Institute for Optimum Nutrition, waar hij nog steeds doceert. In dit instituut is het grootste deel van de zogenaamde nutritionisten in Engeland opgeleid, onder wie Vicki Edgson van Diet Doctors op Channel 5 en Ian Marber, eigenaar van de omvangrijke productlijn Food Doctor. Het instituut heeft honderden studenten.
We hebben een paar voorbeelden gezien van het wetenschappelijke niveau van Holford. Wat gebeurt er in dit instituut? Krijgen de studenten onderwijs in de academische handelwijze van de oprichter ervan?
Als buitenstaander is het moeilijk daar wat over te zeggen. Als je de academisch klinkende website www.ion.ac.uk bezoekt (geregistreerd volgens de huidige regels voor academische ac.uk.-websites), vind je geen lijst van academische medewerkers of van onderzoeksprogramma’s in uitvoering, zoals je die wel vindt bij, laten we zeggen, het Institute for Cognitive Neurosciences in Londen. Je vindt evenmin een lijst van academische publicaties. Toen ik het persbureau belde om zo’n lijst op te vragen, werd ik naar een paar tijdschriftartikelen verwezen, en toen ik uitlegde wat ik precies bedoelde, ging de woordvoerder even weg, kwam terug en zei dat het ION ‘een onderzoeksinstituut’ was, ‘en daarom geen tijd had voor wetenschappelijke artikelen en dat soort dingen’.
Langzamerhand is het Institute for Optimum Nutrition erin geslaagd de kantoorruimte in het zuidwesten van Londen wat respectabiliteit te geven, vooral na het vertrek van Holford als directeur (hij geeft er nog steeds les). Het is erin geslaagd zijn diploma officieel te laten erkennen door de University of Luton, zodat het nu geldt als een toelatingsdiploma. Als je nog een jaar langer studeert op een universiteit die je toelaat, dat wil zeggen, op de University of Luton, kun je je ION-diploma omzetten in een echt baccalaureaat.
Als ik in terloopse gesprekken met nutritionisten navraag doe naar de maatstaven van het ION, wordt deze erkenning vaak naar voren gebracht, dus laten we er heel even naar kijken. Luton, voorheen het Luton College of Higher Education en nu de University of Bedfordshire, kreeg in 2005 een speciale inspectie van de Quality Assurance Agency for Higher Education. De QAA is bedoeld om ‘het academische niveau en de kwaliteit van het hoger onderwijs in het Verenigd Koninkrijk te waarborgen’.
Toen het rapport van de QAA werd gepubliceerd,7 verscheen in de Daily Telegraph een artikel over Luton met de kop: ‘De slechtste universiteit in Engeland?’ Ik vermoed dat dit inderdaad zo is. Maar voor ons is het vooral van belang dat het rapport aandacht besteedde aan de slordige werkwijze van de universiteit bij het geldig verklaren van externe toelatingsdiploma’s (bladzijde 12, vanaf paragraaf 45). Het constateert ronduit dat volgens het inspectieteam simpelweg niet wordt voldaan aan de verwachtingen in verband met de regels voor het waarborgen van academische kwaliteit en van maatstaven voor hoger onderwijs, vooral niet als het gaat om de erkenning van toelatingsdiploma’s. In dit rapport – ik probeer dit soort documenten niet te vaak te lezen – weten ze echt wel waar ze het over hebben. Als je het op het internet opzoekt, raad ik je vooral aan de paragrafen 45 tot en met 52 te lezen.
Op het moment waarop dit boek ter perse ging, werd bekend dat professor Holford zijn gastdocentschap had neergelegd, volgens hem wegens reorganisatie van de universiteit. Ik heb slechts de tijd om maar één zin in te lassen, en die is: dit houdt niet op. Hij zoekt nu elders naar academische geloofwaardigheid. De waarheid is dat deze enorme bedrijfstak van het nutritionisme – en, wat belangrijker is dan wat dan ook, deze fascinerende vorm van wetenschapsbeoefening – momenteel doordringt tot de kern van ons academische systeem, onopgemerkt en niet bekritiseerd, vanwege ons vurige verlangen gemakkelijke antwoorden te vinden op grote problemen als zwaarlijvigheid, vanwege onze collectieve behoefte aan snelle oplossingen, de bereidheid van universiteiten om over de hele linie met mensen uit de industrie samen te werken, de bewonderenswaardige wens het studenten naar de zin te maken en de geweldige geloofwaardigheid die deze pseudo-academische figuren binnen de publieke media hebben verworven, in een wereld waarin men blijkbaar is vergeten hoe belangrijk het is alle wetenschappelijke uitspraken kritisch te beoordelen.
Er zijn nog andere redenen waarom deze ideeën niet zijn onderzocht. Een daarvan is het vele werk dat dit met zich meebrengt. Zo reageert Patrick Holford af en toe op een probleem in verband met bewijsmateriaal, maar dan wel, zo heb ik de indruk, door vaak een nog grotere hoeveelheid vaag, pseudo-wetenschappelijk proza te produceren: wellicht genoeg om veel critici te laten afhaken, en dat zal zijn volgelingen ongetwijfeld geruststellen. Maar ieder die nader onderzoek wil doen, moet bereid zijn een zich mogelijk exponentieel vermenigvuldigende massa teksten door te werken, niet alleen die van Holford, maar ook die van zijn talrijke betaalde personeelsleden. Je blijft lachen!
Dan hebben we nog de klacht over mij die bij de Press Complaints Commission is ingediend (niet terecht bevonden, zelfs niet naar de krant doorgestuurd met een verzoek om commentaar), de ellenlange juridische brieven, de beweringen van Holford dat The Guardian artikelen waarin kritiek op hem werd geleverd zou hebben gecorrigeerd (wat beslist niet waar is) enzovoort. Hij schrijft lange brieven die hij naar enorme aantallen mensen stuurt, waarin hij mij en anderen die kritiek op zijn werk hebben, van verbazende dingen beschuldigt. Deze uitspraken verschijnen in nieuwsbrieven aan de klanten van zijn pillenhandel, in brieven aan gezondheidsinstellingen waarvan ik nooit heb gehoord, in e-mails aan academici en op enorme websites: duizenden woorden, er komt geen einde aan, die grotendeels draaien om zijn herhaalde en ongerijmde bewering dat ik aan de leiband van de farmaceutische industrie loop. Dat doe ik niet, maar ik wijs er met enig genoegen op dat Patrick, zoals ik misschien al eerder heb gezegd, zijn eigen pillenhandel vorig jaar voor een half miljoen pond heeft verkocht en nu voor BioCare werkt, een bedrijf dat voor 30 procent eigendom is van een farmaceutisch bedrijf.
Daarom richt ik me nu rechtstreeks tot u, professor Patrick Holford. Als we het niet eens zijn over wetenschappelijk bewijsmateriaal, zou ik professionele verduidelijking, simpel en helder, verwelkomen, in plaats van die onzin dat de farmaceutische industrie het op u gemunt heeft, in plaats van een klacht of een juridische brief, in plaats van de arrogante bewering dat vragen gesteld dienen te worden aan de wetenschapper wiens waardevolle werk u – naar ik meen te hebben aangetoond – onjuist interpreteert, in plaats van te antwoorden op een andere vraag dan is gesteld of in plaats van welk ander theatraal gedoe dan ook.
Dat is helemaal niet ingewikkeld. Het is óf aanvaardbaar de krenten uit de pap te halen van het bewijsmateriaal over bijvoorbeeld vitamine E, óf niet. Het is óf redelijk te extrapoleren vanuit laboratoriumgegevens over cellen in een petrischaal naar een medische uitspraak over aidspatiënten, óf niet. Enzovoort. Als u fouten hebt gemaakt, zou u dat misschien gewoon kunnen erkennen en die fouten rechtzetten. Daar heb ik zelf nooit moeite mee, sterker nog, ik heb het vaak en in verband met talrijke kwesties gedaan, en daarbij heb ik nooit veel gezichtsverlies geleden.
Mensen die mijn ideeën in twijfel willen trekken, heet ik welkom, want dat helpt me die ideeën te verfijnen.