De hond kwam gisteravond terug. Ik zag hem al aankomen aan het eind van de gang. Hij zag er weer beteuterd uit. Ik hou er niet van als hij zo’n smoel trekt, alsof hij de hele wereld op zijn rug draagt, de hele wereld, die zijn rug doet doorbuigen. Daardoor vergat hij zelfs met zijn poten te dansen om mevrouw Simao te laten zien dat hij goed zijn best doet om de vieze tegels niet nog viezer te maken.
Hij kwam langzaam dichterbij, met hangende oren.
“Verveelde je je, hond?”
Ik geloof dat hij vooral moeite had aan eten te komen: aan de overkant houden ze minder van honden.
Daarom zei ik maar niets. Ik weet dat hij aan mijn kant zoveel kan eten als hij wil en minder vaak een trap in zijn buik krijgt.