Log In
Or create an account -> 
Imperial Library
  • Home
  • About
  • News
  • Upload
  • Forum
  • Help
  • Login/SignUp

Index
Deel een Eline Deel twee Jacqueline Deel drie Hijman Verantwoording De eerbied en bewondering die Eline altijd voor haar vader had gehad, verdwenen op slag. Ze besloot hem te straffen. Van de ene op de andere dag ging ze van school af en solliciteerde ze bij een van de beroemde modehuizen. Ze werd aangenomen. Haar vader was niet blij met het werk dat ze moest doen. Ze werd er voor boodschappen opuitgestuurd en moest aan het eind van de dag met een magneet de spelden verzamelen die in het atelier op de tafels en op de grond verspreid lagen. Ze vormde platte dozen van karton door de randen om te plooien en vouwde vloepapier zigzag op; dat kwam tussen de japonnen te liggen, zodat er geen kreukels konden ontstaan in de kostbare stoffen als ze in de dozen vervoerd werden. Af en toe mocht ze een rolzoompje maken. Trots bracht ze haar moeder haar eerste verdiende geld. De viool, het martelwerktuig waar ze van haar vader dagelijks op moest studeren, bleef aan de muur hangen, zij zou hem nooit meer aanraken. Haar carrière vertoonde al snel een stijgende lijn, zij wist zich in alles wat zij deed van anderen te onderscheiden. Bij de rolzoompjes was dat al begonnen. Carrière maken werd haar grote ambitie. In de oorlog verbleef ze een jaar in Londen om Engels te leren. Ze werkte daar in een modehuis in Oxford Street. Hoewel ze erg naar Parijs terugverlangde, maakte ze haar stage af. Toen ze terugkwam hoorde ze van haar ouders dat haar broer Albert in het hospitaal lag. Hij had de plannen die zijn vader voor hem had gehad, niet waar kunnen maken. Hij was van het seminarie gegaan op het moment dat duidelijk werd dat hij absoluut niet deugde voor het priesterschap, en toen de oorlog uitgebroken was, had hij dienstgenomen in het leger 'voor de glorie van het vaderland'. Elzas-Lotharingen, dat in de oorlog van 1870 aan de Duitsers was prijsgegeven, moest terugveroverd worden. Daartoe stortte Frankrijk zich optimistisch in deze oorlog, die, naar iedereen veronderstelde, binnen enkele maanden afgelopen zou zijn. Maar de Duitsers begonnen gifgassen te gebruiken. De gassen drongen de loopgraven in, vergiftigden het water en het eten. Wie niet op tijd uit de verstikkende atmosfeer weg kon komen, kreeg de giftige lucht binnen, die ogen, keel en borst aantastte en een verschrikkelijke hoest veroorzaakte. De soldaten renden in paniek door elkaar, ze trachtten de veilige linies te bereiken, maar velen bezweken. Albert had geluk. Hij kon het nog navertellen aan zijn zuster Eline, die hem in het hospitaal kwam opzoeken. Daarna sprak hij er nooit meer over. De oorlog was voor hem afgelopen. Hij bleek voor de rest van zijn leven zwakke longen aan dit avontuur overgehouden te hebben. Toch was de familie trots op zijn 'Croix de Guerre', het Oorlogskruis, dat hem in 1919 werd uitgereikt. Kort na de oorlog trouwde hij en hij kreeg een baan in een warenhuis. Ook Elines zuster Yvette trouwde jong. Eline dacht niet aan trouwen. Ze was een elegante jonge vrouw geworden en zij vond haar carrière veel belangrijker. Ze kreeg een leidinggevende functie in het bedrijf waar zij als jongste bediende begonnen was. Door haar kennis van het Engels kon zij nu ook de buitenlandse klanten te woord staan die in groten getale naar Parijs kwamen. De gay twenties waren begonnen. Toen overleed de vriendin van haar vader. Het huwelijk van haar ouders was in stand gebleven omdat haar moeder zich erbij had neergelegd dat zij niet de enige vrouw was die een plaats in het leven van haar man innam. Zij was dezelfde lieve, vrolijke vrouw gebleven en zocht haar vertier bij haar vrienden en kennissen, die allen zeer op haar gesteld waren. Haar vader had opeens nergens zin meer in. Zijn loopbaan, die aanvankelijk voorspoedig verlopen was, kwam tot stilstand. Hij raakte uitgeblust, hij werd snel een oude man. Zijn vrouw, levenslustig als altijd, deed haar best hem op te vrolijken, maar niets hielp. Tot hij opeens bedacht dat hij buiten wilde gaan wonen. Haar moeder, die zich prettig voelde in Parijs, had daar niet meteen oren naar. Zij bespraken het met Eline. Die nam meteen het heft in handen. Ze had een gesprek onder vier ogen met haar moeder, waarna deze te kennen gaf dat zij wel buiten de stad wilde gaan wonen, maar op voorwaarde dat zij vanuit haar huis de Eiffeltoren zou kunnen zien en dat er een kippenhok bij het huis was. Op een afstand van dertig kilometer ten noordwesten van Parijs lag een klein dorp hoog tegen beboste heuvels aan. Van daaruit had je een prachtig uitzicht over de velden. Aan de horizon waren de huizen van Parijs waarneembaar. De Eiffeltoren stak duidelijk af tegen de heldere hemel. Het was een oud dorp. De kerk dateerde uit de zestiende eeuw, en hoewel het een gotische bouwstijl had, waren de renaissance-invloeden onloochenbaar. Er stonden nog twee zestiende-eeuwse houten beelden in. Het dorp werd al eeuwenlang hoofdzakelijk bewoond door landbouwers, die van vader op zoon de akkers onder het dorp cultiveerden. In dat dorp kocht Eline een huis voor haar ouders. Het bood vrij uitzicht op de velden en de Eiffeltoren. Het had een smeedijzeren hek waarachter een stenen trap op een terras uitkwam; in een hoek van het terras stond een grote volière, die ingericht kon worden als kippenhok. Het huis voldeed dus aan de twee voorwaarden die haar moeder had gesteld. Haar ouders verhuisden. Ze raakten snel ingeburgerd. Het duurde niet lang of haar moeder kende iedereen in het dorp en iedereen kende haar. Haar vader scharrelde overdag vooral in en om het huis en werkte in de moestuin die aan het andere eind van het terrein lag. Als Eline bij haar ouders kwam, zag ze hem vaak op het terras van het huis door een verrekijker naar Parijs zitten turen. Ze werden verblijd met hun eerste kleinkind. Yvette had een zoon gekregen. 3 4
1
2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 5 mei 1945. De capitulatie van Duitsland was een feit. Op weg naar Grietje zag ik op de Ringdijk biljetten hangen waarop dat te lezen stond. Er werd ook op gewaarschuwd dat de Canadezen niet voor 7 mei in Amsterdam zouden aankomen. De bevrijders zelf waren nog nergens te zien. In de Rijnstraat woonde iemand die de Duitse verordening om zijn radio in te leveren genegeerd had. Hij had het toestel nu in zijn vensterbank gezet, waar deze luid schetterend het laatste nieuws stond te verkondigen. De mensen stroomden toe om naar de goede berichten te luisteren. Ook ik. Maar de Duitsers waren nog niet vertrokken. Plotseling kwam een groepje Duitse soldaten aanzetten. Zwijgend richtten ze hun geweren op ons. In paniek renden we weg, we liepen elkaar onder de voet. Maar ze schoten niet. Hun zwijgen gaf iets lugubers en onwezenlijks aan de situatie. Later hoorden we dat er op de Dam nog wel geschoten was. Een meisje van de hockeyclub deelde in de uitzinnige vreugde om de bevrijding die daar op het plein heerste en werd met nog enkele anderen doodgeschoten vanuit het gebouw dat door de Duitse offi-eieren tijdens de oorlog bezet was en waar zij nu zaten te wachten op de dingen die komen gingen. De Canadezen die ons in Amsterdam zouden bevrijden, waren in aantocht, en wij leerden op school meteen het Canadese volkslied om onze bevrijders toe te zingen. Ik ken het nog: O, Canada, with glowing hearts we see thee rise, Our true North strong and free! De woorden glowing hearts en free drukten uit wat wij voelden. Geluk en vrijheid. De wereld stond weer voor ons open. In onze oude, versleten kleren stonden wij met vele anderen op de Berlagebrug de Canadezen op te wachten, Cox, Ina en ik. Toen ze eindelijk kwamen, hesen ze ons in hun jeeps en op hun voertuigen. Er werd gejuicht en geapplaudiseerd. We reden mee tot het Vondelpark, waar ze hun tenten opsloegen en blikjes eten, chocola en sigaretten uitdeelden. Wij moesten later het hele eind teruglopen. Maar lopen waren wij gewend, we hadden al zo lang geen fietsen of openbaar vervoer meer gehad. Onderweg terug aten wij de chocola die wij lang niet geproefd hadden. Er stonden veel huizen leeg van weggehaalde joden. Ook in de Hunzestraat. Van de zeventienduizend joden die vlak vóór de oorlog in de Rivierenbuurt woonden, bleken er na de oorlog bijna dertienduizend vermoord te zijn. Aan het eind van de oorlog was in een van de huizen vlak bij ons in de straat een jongen komen wonen die met zijn moeder vanuit een kustplaats geëvacueerd was. Wij kwamen elkaar zo vaak tegen op straat dat het niet altijd meer toevallig kon zijn. Met hem vierde ik uitbundig de bevrijding. In elke buurt werden comités opgericht die allerlei evenementen organiseerden. Ik ging erheen met mijn vriendinnen, maar toen Pieter op het toneel verscheen, hadden wij alleen nog maar oog voor elkaar. We trokken van het ene straatfeest naar het andere en dansten tot diep in de nacht op Amerikaanse muziek. Als het overdag mooi weer was, gingen we naar buiten, naar het Bosplan, het tegenwoordige Amsterdamse Bos, picknickmanden mee. Die bevrijdingsfeesten hebben de hele zomer geduurd. De moeder van Pieter, een jonge weduwe, vond het prettig dat hij een maatje gevonden had. Zij had zich ook in de roes van de bevrijding gestort en ging veel om met de Canadezen, die in groten getale in Amsterdam neergestreken waren. 'My sister is not at home,' hoorde ik hem op een keer zeggen tegen een Canadese officier die aanbelde. Hij speelde het spelletje met zijn moeder mee, die niet had verteld dat ze al een zeventienjarige zoon had. Pieter introduceerde me in zijn vriendenkring. Hij wist dat ik een joodse vader had, maar met zijn vrienden sprak hij daar niet over, en ik ook niet. Zo kwam het dat men zich in mijn bijzijn niet inhield het soort veel geciteerde anti-semitische opmerkingen te maken die varieerden van 'Kijk die jood daar weer lopen' tot verhalen over een vroegere joodse buurman die nota bene zijn in bewaring gegeven zilveren bestek was komen terugvragen. Ik zei dan helemaal niets. Ik moest denken aan de geschiedenisles op het Joods Lyceum waar de leraar onverwachts was beginnen te vertellen over de Spaanse inquisitie. Net als toen voelde ik me verschrikkelijk ongemakkelijk, een buitenstaander vooral. Ik begon me terug te trekken. Ik ging steeds minder vaak met Pieter naar de straatfeesten, maar liet me meetronen door een jongen met wie mijn vader me graag zag omgaan en die de hele zomer al vergeefs achter me aangelopen was. Ik vond hem aardig, maar dat was alles. Pieter accepteerde het niet en hij brak met me. Grietje vierde de straatfeesten in haar eigen buurt, Amsterdam Oost, en daar ging ik nu ook af en toe heen. Op een avond zag ik daar Thijs lopen, die ook in die buurt woonde. Ik begreep plotseling niet meer hoe ik die ooit had kunnen bewonderen. Ik keek de andere kant op. Hij trouwens ook. Voordat de school weer begon, maakten Cox, Ina en ik nog een tocht over de Vecht met de Canadese kano van de vader van Cox. Wij gaven de boot een nieuwe naam als eerbetoon aan de Canadezen die ons bevrijd hadden: Liberator. 15 16 17 2 Alweer te veel boeken aangestreept, bedacht hij terwijl hij de catalogus van de veiling opzij schoof. De telefoon ging. Het was Robert, die hem uitnodigde de volgende dag mee te gaan voor een boottocht op de Zuiderzee. Hijman sloeg de uitnodiging af. 'Ik kan onmogelijk mee,' zei hij. 'Ik ga morgen naar de kijkdag van de veiling.' m'Kan ik je niet overreden?' probeerde Robert, 'het is weer voor het eerst na de winter dat we uitvaren.' 'Ik kan geen bod uitbrengen op een boek dat ik niet eerst bekeken heb,' zei Hijman. 'Hijman, je moet me helpen. Die Fran^aise, aan wie ik je de vorige week heb voorgesteld in het Concertgebouw, moet beziggehouden worden. Ze is goud waard voor ons bedrijf en we moeten ervoor zorgen dat ze niet te veel naar Parijs verlangt. Anders is ze zó weer verdwenen. Jij spreekt goed Frans - ze dacht trouwens dat je een Fransman was. En ik merkte wel dat je na afloop teleurgesteld was toen je haar niet meer in ons gezelschap zag.' 'Maar waar was ze dan gebleven?' vroeg Hijman, die inderdaad gecharmeerd was geweest van Eline. 'Fie Carelsen en Pisuisse hadden haar al meegenomen en naar huis gebracht. Ze wonen achter haar op de Leidsekade.' 'Ik kom mee,' zei Hijman. 'Ik riskeer dat ik een kat in de zak koop!' De volgende dag bleven Eline en hij voortdurend in eikaars nabijheid. Het was mooi weer en ze voeren naar Volendam, waar ze haar eerste gerookte paling at. Ze zag er prachtig uit in haar sportieve ensemble van crêpe de chine. Haar vrolijkheid en vlotte conversatie amuseerden hem en hij was vast van plan haar niet meer uit het oog te verliezen. Bij terugkomst in Muiden nodigde hij haar uit om de volgende avond met hem te gaan dineren. Op de boot hadden ze gesproken over Sarah Bernhardt, de Franse actrice van Nederlands-joodse afkomst die ze L'Aiglon had zien spelen in Parijs. Het was een van de glansrollen geweest van deze tragédienne. Hij had die maandag op de boekenveiling zonder problemen zijn collectie kunnen uitbreiden met de boeken die hij had aangestreept, en hij had op de veiling een mooi in leer gebonden exemplaar van L'Aiglon van Edmond Rostand voor haar kunnen kopen. Hij vertelde haar dat het stuk in Nederland ook triomfen had gevierd onder de titel Het Adelaarsjong. Hij bracht het boek 's avonds voor haar mee. Diezelfde avond vertelde ze hem over Parijs en over haar ouders. Ze liet hem merken dat ze niet van plan was in Amsterdam te blijven en hij wist dat hij haast moest maken als hij Eline voor zich wilde winnen. Ze wilde alles weten over het joodse geloof en de joodse gebruiken, die totaal vreemd voor haar waren. Hij nam zich voor haar binnenkort mee naar zijn ouders te nemen. Die zouden dan ook inzien dat ze moesten ophouden met hem te proberen te koppelen aan zijn jeugdvriendin Clara. Hij was door zijn verblijf in het buitenland zijn milieu enigszins ontgroeid en toen hij op het dringende verzoek van zijn vader het jaar ervoor teruggekomen was uit Parijs, was hij op kamers gaan wonen in de Plantage Parklaan. Hij had voor de kennismaking met zijn familie een sabbatavond uitgekozen, wat ze beschouwd hadden als een teken dat hij serieuze plannen met haat had. Op vrijdagavond kwamen de kinderen meestal thuis eten en ook zijn zuster Greta was met haar man en twee dochtertjes uit Den Haag overgekomen, ze was nieuwsgierig naar de nieuwe vriendin van haar broer. Door zijn vader en moeder werd Eline stijfjes ontvangen; ze hadden iets anders in hun hoofd voor hun zoon. Zijn moeder had ertegen opgezien zijn Franse vriendin te ontmoeten. Ze keken vreemd op dat zij hem Armand noemde, en omdat ze nauwelijks Nederlands sprak, konden ze geen gesprek voeren. Maar Eline zat gezellig te praten met zijn broer Arie en met Martha, zijn jongste zuster, de enigen die Frans spraken. Beiden maakten hem complimenten met zijn verovering. Hijman wilde Eline ten huwelijk vragen. Maar hij aarzelde nog. Hoe moest hij haar overreden in Amsterdam te blijven? Ze was zo verknocht aan haar geboortestad. Hij had in de korte tijd dat hij zich weer in Amsterdam gevestigd had, samen met zijn broer Arie zijn agentuur- en commissiehandel kunnen uitbreiden en had op verzoek van zijn vader zijn broer facques, de flierefluiter, bij zich in de zaak genomen. Die was weer ijverig aan zijn boekhoudstudie begonnen. Toen Eline hem op een avond het contract liet lezen dat haar was aangeboden, stelde Hijman haar voor in Amsterdam te blijven en met hem te trouwen. Zij zou haar huidige baan kunnen aanhouden en ze zouden regelmatig voor zaken naar Parijs gaan. 'Nee,' zei Eline. Ze zei het driemaal: 'Non, non, non,' als om zichzelf ervan te overtuigen dat ze het goede besluit genomen had. Toen liep ze haastig naar buiten. Drie dagen later vertrok ze naar Parijs. 3 Zijn besluit viel tijdens hun jaarlijkse familie-uitstapje naar Zandvoort. Zijn moeder had broodjes en fruit uitgedeeld uit de picknickmand en ze hadden de koffie gedronken die de strandbeheerder ze gebracht had. Nu zaten zijn ouders tevreden in de rieten strandstoelen die de beheerder die ochtend voor ze had neergezet in de luwte. Zijn vader netjes in het pak, zijn moeder in haar uitgaansjurk met haar nieuwe hoedje op. Behalve Greta, die vaak op zondag met haar man in de stomerij overwerkte, waren ze allemaal meegekomen. Een maand tevoren had Hijman zich met Clara verloofd. Toen Eline plotseling naar Parijs was vertrokken en hij niet meer over haar sprak, waren zijn ouders duidelijk opgelucht geweest. Ze hadden hun kans waargenomen en hij was gezwicht voor hun argument dat Clara, de dochter van hun beste vrienden, de geschikte vrouw voor hem was om een gezin mee te stichten. In de trein naar Zandvoort had Hijman het opeens heel zeker geweten. Hij kon niet met Clara trouwen als zijn gedachten voortdurend bij Eline waren. Hij had er al over gesproken met Arie. Die had hem aangeraden de verloving te verbreken, al zou hij er zich het ongenoegen van beide families mee op de hals halen. 'Ik kan als jouw compagnon in Amsterdam de zaak voortzetten, terwijl jij vanuit Parijs werkt.' Zijn twee jongere broers liepen na het eten weg. Jacques had twee meisjes op het strand ontdekt die hij kende en die een eindje verderop bij hun ouders zaten. Zijn vader klopte het zand uit zijn schoenen en zijn moeder zat een appeltje voor zichzelf te schillen. Hijman wisselde een blik van verstandhouding met Arie, die met Martha zat te praten opzij van de strandstoelen. 'Kom,' zei hij tegen Clara, 'we gaan een eindje lopen.' Zwijgend liepen ze langs de zee. Clara verbrak de stilte tussen hen beiden. 'Wat is er?' vroeg ze. 'Waarom zeg je niets?' Toen legde hij haar uit dat het nooit iets zou kunnen worden tussen hen beiden. Ze reageerde eerst boos. 'Het was beter geweest als je vóór onze verloving tot die conclusie gekomen was,' zei ze. Maar even later barstte ze in tranen uit. Ze wilde meteen terug naar Amsterdam. Hij bracht haar naar de trein. Toen hij haar voorstelde met haar mee te reizen, zei ze: 'Ik ga liever alleen naar huis, leg jij maar aan je ouders uit waarom ik ben weggegaan.' Hij liep terug van het station naar het strand. Hij was ontevreden over zichzelf. Clara had natuurlijk gelijk. Doordat hij zich had laten beïnvloeden door zijn ouders, had hij haar verdriet gedaan en zichzelf geen dienst bewezen. mArie zag hem vanaf de duinkant terugkomen. Hij trok zijn zuster aan één arm omhoog uit het zand. 'Martha en ik gaan even wandelen, vader,' hoorde hij hem zeggen. 'Waar is Clara?' vroeg zijn moeder, toen Hijman vlak bij zijn ouders was. 'Ik heb Clara naar de trein gebracht,' zei hij. 'Onze verloving is uit. Ik vertrek morgen naar Parijs.' Voordat de correspondentie was opgehouden, had Eline hem nog wel haar nieuwe adres geschreven. Toen hij bij haar aanbelde, kwam ze net op straat aanlopen. Ze was stomverbaasd. Nog voor ze iets had kunnen zeggen, zei hij: 'We gaan trouwen, ik ga mijn zaken in Parijs voortzetten.' Ze deed snel de deur open en trok hem mee het portaal in. 'De buren,' zei ze, 'die zijn nieuwsgierig.' Hij mocht haar pas in zijn armen nemen toen ze boven waren. Ze stemde er onmiddellijk mee in joods te worden en daartoe lessen te nemen bij de rabbijn. 'Voor onze eventuele kinderen,' zei hij. 'Die kunnen alleen joods worden als ze een joodse moeder hebben.' Maar over kinderen krijgen bleef ze vaag. Hij wist hoe belangrijk haar werk voor haar was en hij wilde haar daar verder voorlopig niet over lastigvallen. Hij ging met haar naar het dorp waar haar ouders woonden. Een lieve moeder, die heerlijk kookte. Haar vader, over wie Eline hem gezegd had zich niets aan te trekken van zijn eventuele terughoudendheid, vond hij een interessante man, en Eline was verbaasd dat zij zo goed met elkaar konden opschieten en zoveel gezamenlijke interesses hadden. Toch had Hijman het een probleem gevonden toen het gesprek op Emile Zola en Alfred Dreyfus was gekomen en hij merkte dat zijn schoonvader indertijd vast in de schuld van de jood Dreyfus had geloofd. Maar hij liet de discussie niet te hoog oplopen. Het was hem bekend dat de kapitein indertijd weinig steun had gekregen van zijn geloofsgenoten. Het was ruim honderd jaar na de Revolutie, de joden waren geïntegreerd in het liberale en tolerante Frankrijk en bezetten hoge posten op ministeries en universiteiten. 'Vrijheid, gelijkheid, broederschap' was het parool. Afgezien van enkele getrouwen, zoals Alfreds broer Mathieu, baron de Rothschild en de opperrabijn van Parijs, hadden ze zich afzijdig gehouden van deze kwestie, die zij liever beschouwden als een persoonlijke zaak van Alfred Dreyfus, en zij vonden niet dat het hun aanging. Pas toen na het artikel van Emile Zola het anti-semitisme fel oplaaide, kozen ze openlijk partij. Toen zou ook Marcel Proust, die verkeerde in de salons van de anti-dreyfusards, voor zijn afkomst uitkomen en in een brief aan een van zijn vrienden schrijven: 'Je n'ai pas répondu hier a ce que vous m'avez demandé des Juifs. C'est pour cette raison trés simple: si je suis catholique comme mon père et monfrère, par contre, ma mère estjuive. Vous comprenez que c'est une raison assezforte pour que je m'abstienne de ce genre de discussions. Ik heb gisteren niet geantwoord op uw vragen over de joden. Dat heeft een heel eenvoudige reden: al ben ik katholiek, zoals mijn vader en mijn broer, mijn moeder is joods. U begrijpt dat dit een belangrijke reden is om me te onthouden van een dergelijke woordenstrijd.' Ook met haar broer Albert maakte hij die eerste dag kennis. Na zijn onfortuinlijk huwelijk was hij weer bij zijn ouders ingetrokken. Zijn zuster had ook aan hem gedacht toen ze het huis kocht, want de gezonde boslucht in de heuvels boven Parijs kwam zijn zwakke longen ten goede. Intussen had hij een nieuwe vriendin, Jeanne, die hij een keer had meegenomen naar het dorp. Zijn moeder had haar uwe bonne fille genoemd, maar zijn vader en Eline vonden haar niet interessant en hij had dat duidelijk laten merken. Daarna kwam ze niet meer in het dorp. Ze noemden haar la grosse.m Iedere zondag brachten ze nu door in het dorp en al spoedig was Hijman in de kleine dorpsgemeenschap opgenomen. Hij had er niet op gerekend dat zijn ouders naar Parijs zouden komen voor het huwelijk, al had hij hun verteld dat ze in de synagoge zouden trouwen. 4 Hijman had nauwelijks tien jaar van zijn jeugd in Amsterdam doorgebracht. Zijn vader was er diamantslijper en aanvankelijk verdiende hij er genoeg om zijn gezin van vier kinderen te onderhouden. Maar door de Boerenoorlogen in Zuid-Afrika was de aanvoer van ruwe diamant gestagneerd en waren veel diamantbewerkers werkloos geworden, ook zijn vader. Dat was extra precair omdat er een vijfde kind op komst was. Zijn vader ging in op het voorstel van een kennis in Frankfurt om er samen een eierhandel op te zetten. Hij man herinnerde zich duidelijk het moment dat hij met zijn moeder, zijn zusje en zijn broers in Frankfurt was aangekomen. Het gezin was achtergebleven in Amsterdam om de geboorte van het kind af te wachten, terwijl zijn vader in de nieuwe Duitse woonplaats hun komst had voorbereid. 'Pappa, je huilt,' had hij tegen hem gezegd op het station in Frankfurt, toen zijn vader zijn zes weken oude zoon voor het eerst had gezien. Hij had een woning gevonden in de Main Strafie, in een buurt waar na de opheffing van het getto aan het begin van de negentiende eeuw veel joden waren blijven wonen. Aan de Börneplatz in die wijk was in 1860 een grote synagoge gebouwd, onder meer met geld van Anselm Rothschild, de stamvader van de bankiersfamilie. Wat Hijman aan de wijk vooral waardeerde, was het feit dat ze tegen de rivier de Main aan lag, dus vlak bij het water. In Amsterdam had hij dicht bij de Amstel gewoond. Daardoor gaf een rivier hem een gevoel van vertrouwdheid en van verte - de mogelijkheid thuis te blijven of te vertrekken. Op de middelbare school al voelde hij de drang weg te gaan, weg uit de besloten gemeenschap in Frankfurt met zijn strenge gebruiken. Telkens weer was hij naar de vlakbij gelegen rivier gelopen, die hem de weidsheid van de toekomst beloofde. Zijn vader had zich niet verzet toen Hijman na de middelbare school te kennen had gegeven dat hij naar het buitenland wilde. Hij wilde niet verder leren en hij wilde ook niet werken in de zaak van zijn vader, die inmiddels een bloeiend im- en exportbedrijf in chemische producten had. Hij wilde reizen, de wereld verkennen. Om alvast wat geld te verdienen voor zijn buitenlandse reizen had Hijman in zijn vrije tijd bij een boekbinder in de Main Strafëe gewerkt. Daar was zijn liefde voor het boek gewekt en daar lag de kiem voor zijn latere boekenverzameling. Een week na zijn geslaagde examen vertrok Hij-man met de boot naar Engeland, met vijftig gulden op zak. Hij werkte een halfjaar in Birmingham. Toen vond hij dat hij voldoende Engels kende, en hij nam de boot naar Frankrijk. In Calais werkte hij bij een importeur van Schotse tweeds en Engelse kamgarens. Het ging hem niet om het salaris, het ging hem om de kennis van de Franse taal. Onbekende Franse woorden die hij overdag hoorde, noteerde hij in een opschrijfboekje; 's avonds zocht hij de woorden in een woordenboek op. Hij maakte snel carrière en werd vertegenwoordiger voor het bedrijf in Frankrijk en Duitsland. Maar het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog leek aan alles een eind te maken. Zijn familie keerde vanuit Frankfurt terug naar Amsterdam, en ook hij ging terug naar Amsterdam. Hij kwam bij zijn vader te werken, die een handel in koloniale waren en specerijen had opgezet. Ook zijn broer Arie werkte in de zaak. 5 Toen Hijman aangekleed was, dronk hij snel een kop koffie en ging de deur uit. Hij moest zich haasten. Negen mannen zaten op hem te wachten. Op weg naar de synagoge waren zijn gedachten bij Eline. Nog steeds bewonderde hij haar om haar energie en haar doortastendheid, waardoor hij en zijn dochters nog in leven waren. Maar tegelijkertijd irriteerde het hem daar telkens aan herinnerd te worden, al spraken ze er niet meer over. Het had hun verhouding vertroebeld, en de kleinste woordenwisseling mondde tegenwoordig uit in hooglopende ruzie. Dan sloot hij zich af en ging het huis uit om de paar vrienden te ontmoeten die net als hij de oorlog hadden overleefd. Met enkelen van hen, die evenals hij gevrijwaard waren van deportatie, en met een paar onderduikers wie het lukte zich af en toe bij hen te voegen, had hij het religieuze leven gedurende de oorlog voortgezet en verdiept. Nu de oorlog voorbij was vonden ze steun bij elkaar en trachtten het dagelijkse leven weer op te pakken. Eline hield altijd open huis. Zoals altijd stond zij veel mensen terzijde. Voor iedereen, en vooral voor diegenen die helemaal alleen waren achtergebleven, had ze alle tijd. Koffie en soep had ze gauw gemaakt en voor wie tijdens het etensuur kwam, ging ze snel vis halen bij de visboer in de Rijnstraat. Ook haar in Amsterdam wonende Franse kennissen kwamen regelmatig bij haar, zoals de manager van een stoffenzaak in de Kalverstraat. 'Wij worden allebei nog eens op Zorgvliet begraven,' zei hij eens tegen Eline, wat betekende dat ook hij, na de hele oorlog in Nederland doorgebracht te hebben, zijn geboorteland ontgroeid was. En iedere dinsdagavond hadden ze vaste eters: een violiste en een dichteres. Maar ze stond buiten Hijmans' orthodoxe beleving van religie en cultuur van het jodendom. Het had hen nog meer uit elkaar gedreven. Hun aanvankelijk sterke verbondenheid, die voortkwam uit hun gezamenlijke interesse voor schoonheid en kunst, was verdwenen en hun totaal verschillende karakters en achtergrond begonnen hun tol te eisen. Toch miste hij haar, nu ze niet thuis was, hij miste haar vermogen om niet achterom maar naar de toekomst te kijken. Toen hij na een uur weer thuiskwam, ging de telefoon. Eline meldde dat ze op het Centraal Station stond. 'Ik neem een taxi,' zei ze. 'Ik koop hier eerst nog even een paar haringen voor de lunch.' Haar stem klonk opgewekt. 'Ik zal zorgen dat de koffie klaarstaat,' zei hij. Hij staarde nog een tijdje naar het bakeliet.
  • ← Prev
  • Back
  • Next →
  • ← Prev
  • Back
  • Next →

Chief Librarian: Las Zenow <zenow@riseup.net>
Fork the source code from gitlab
.

This is a mirror of the Tor onion service:
http://kx5thpx2olielkihfyo4jgjqfb7zx7wxr3sd4xzt26ochei4m6f7tayd.onion